Wateroverlast spoor Limburg, foto: ProRail/Stefan Verkerk

Studie: spoornetwerk extreem kwetsbaar voor klimaatverandering

Grote delen van het Nederlandse spoornetwerk zijn zeer gevoelig voor wateroverlast en hitte. Bij extreme wateroverlast zoals de afgelopen week duurt het herstel van het spoor vaak lang met grote hinder voor de treindienst. Voor het spoorgoederenvervoer zijn de gevolgen het grootst, omdat een routewijziging minder voor de hand ligt. Waar een treinreiziger kan omreizen, zijn er voor goederentreinen minder omleidingsroutes beschikbaar. Dit concludeert het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) in een rapport.

In de studie, dat KiM vlak voor de extreme wateroverlast van afgelopen week publiceerde, onderzocht het kennisinstituut het effect van klimaatverandering op het mobiliteitssysteem. Na 2050 nemen overstromingsrisico’s door de zeespiegelstijging naar verwachting versneld toe. KiM bracht in kaart wat wateroverlast, overstromingen, hitte, droogte en storm en onweer betekent voor het spoorvervoer, wegverkeer en waterwegen.

Wateroverlast

Wateroverlast heeft volgens het KiM de meeste negatieve effecten, omdat als het spoor langere tijd onder water staat, dit tot verweking van de spoorbaan tot gevolg hebben. Om de spoorbaan te herstellen zijn  grootschalige herstelwerkzaamheden nodig, die in het ergste geval maanden kunnen duren. Deze gevolgen zijn onder meer merkbaar in België en Duitsland waar complete spoorbanen wegspoelden en de financiële schade extreem hoog is.

Technische installaties zoals relaiskasten gevoelig voor wateroverlast, omdat kortsluiting kan ontstaan. Bij Eijsden in Limburg moesten, omdat het spoor deels onder water was komen te staan, twaalf railspoelen vervangen worden. Een railspoel is een elektrotechnische component waarmee beide spoorstaven kunnen worden verbonden voor de tractie-retourstroom.

Ook onderdoorgangen zijn volgens het kennisinstituut door hun verdiepte ligging vaak gevoelig voor wateroverlast. Als spoortunnels of overwegen onder water komen te staan, raakt het treinverkeer gestremd. In het geval dat onderdoorgangen in de stations onder water komen te staan, kunnen perrons onbereikbaar worden.

Wateroverlast spoor België
In België spoelde op verschillende plekken de spoorbaan weg. Foto: Infrabel

Overstromingen zullen vaker negatieve gevolgen hebben voor spoorinfrastructuur die buitendijks is aangelegd. Op plekken waar overstromingen niet snel verwacht worden (overstromingskans van 1/1000 per jaar) kan, als een overstroming zich toch voordoet, extreme schade aan de spoorinfrastructuur ontstaan, in het bijzonder aan spoortunnels. Daarnaast kan de energievoorziening van het spoor uitvallen omdat het elektriciteitsnet zelf uitvalt.

Hitte

Hitte is een bedreiging voor het spoor die met name kortdurende, maar wel grote hinder voor de treindienst en de reizigers kan veroorzaken. Daarbij kunnen zich bijvoorbeeld storingen in installaties voordoen, mogelijk kunnen beweegbare spoorbruggen door uitzetting niet openen of sluiten en kan er sprake zijn van een hoog stroomgebruik door de airco in treinen. Beweegbare bruggen bevinden zich met name in het noorden en westen van het land. Extreme hitte kan leiden tot spoorspattingen, het knikken of verbuigen van spoorrails.

Maar ook treinmaterieel is gevoelig. Wanneer veel treinen tegelijk worden voorgekoeld op een opstelterrein, kan dit het elektriciteitsnet overspannen waardoor deze treinen niet weg kunnen rijden. Tegelijkertijd gaat niet voorkoelen ten koste van comfort van de reiziger. Hitte kan ook storingen veroorzaken door oververhitting van installaties, zoals relaiskasten.

Droogte

Het KiM concludeert dat droogte, storm en onweer en overstromen vooral een bedreiging vormen op regionaal niveau. De gevoeligheid voor verzakkingen door droogte is vooral aanwezig op bekende bodemdalingslocaties, zoals veengebieden. De gevoeligheid voor storm en onweer komt vooral in de kustregio en langs de Betuweroute
voor, terwijl gevoeligheid voor overstromen het grootst is bij de grote rivieren en wateren.

De spoorlijnen in de Randstad zijn over het algemeen gevoelig voor een groter aantal negatieve effecten dan die in andere regio’s. Het traject Gouda-Woerden en de Haven van Rotterdam vallen hier het meeste op.

Droogte kan instabiliteit van de spoorbaan veroorzaken door ongelijke verzakking en door verzwakken of afbrokkelen van de spoorbaan. Bij ongelijke verzakking verzakt de grond onder het spoor, maar niet overal in gelijke mate. Bij verzwakken of afbrokkelen van de spoorbaan wordt de spoorbaan zelf aangetast. Bij langdurige droogte wordt de kans op bos- en bermbranden groter; vonken die van remmende treinen af vliegen, verhogen die kans.

Storm en onweer

Storm en onweer kunnen treinverstoringen veroorzaken door bliksem. Hoewel groot deel van het spoor is voorzien van bliksemgeleiders, kunnen deze niet  alle risico’s wegnemen. Wanneer een voorziening is getroffen tegen schade door bliksem, kan het enige tijd duren voordat het treinverkeer weer op gang komt omdat de veiligheids- en wisselsystemen moeten worden doorgemeten om beschadigde onderdelen te identificeren en te vervangen om nieuwe storingen te voorkomen. Verder kunnen hevige windstoten ervoor zorgen dat bomen op het spoor vallen, met mogelijk beschadiging van de bovenleiding tot gevolg.

Apdaptiemaatregelen

KiM stelt vast in het onderzoek dat veel van de negatieve effecten van het klimaat op het gebruik van infrastructuur van tijdelijke aard zijn. Het onderzoeksbureau bracht verschillende adaptiemaatregelen in kaart concludeerde onder meer dat een gedragsaanpassing makkelijker is wanneer het incident tijdig bekend is. De meest voor de hand liggende aanpassingen zijn volgens de organisatie het kiezen van een omleidingsroute of andere vervoerswijze, uit- of afstel van de reis.

Deze afweging is voor reizigers makkelijker te maken dan voor spoorgoederenvervoerders. Treinreizigers zullen vaak eerder kiezen voor een ander vervoermiddel (bijvoorbeeld bus, fiets, auto/taxi) dan voor een alternatieve route per spoor. Omdat er via het spoor minder alternatieve routes zijn dan via de weg, zal omreizen over het algemeen langer duren. Inzetten van vervangend busvervoer is een mogelijke maatregel, maar dit werkt minder goed als een spoortraject onverwacht uitvalt. Het kost namelijk tijd en capaciteit om vervangend busvervoer te regelen.

Voor het spoorgoederenvervoer ligt een routewijziging minder voor hand dan voor het spoorpersonenvervoer. Er zijn namelijk minder alternatieve goederenroutes beschikbaar. Dit heeft onder meer te maken met beperkingen in de regelgeving (bijvoorbeeld bij het vervoer van gevaarlijke stoffen). Uit cijfers van ProRail blijkt dat verreweg de dikste goederenstromen  via de Betuweroute en de Brabantroute gaan. Vallen die routes uit, dan kunnen alternatieve routes dit niet of nauwelijks opvangen.

Spoorbaan waterrobuust maken

Voor wat betreft wateroverlast zou een betere waterafvoer en wateropvang de spoorbaan en installaties meer ‘waterrobuust’ maken. Bij overstromingen wordt dijkophoging langs rivieren genoemd wat infrastructuur minder kwetsbaar maakt. Verder kunnen ook waterhoogtes in een spoorlichaam worden gemonitord om daarna geschikte maatregelen te treffen. De spoorbaan kan bijvoorbeeld worden aangepast als waterkering. Ook wordt voorgesteld om de spoorinfra hoger te plaatsen of meer robuust te maken.

Om de spoorinfrastructuur bestendig te maken tegen hitte kunnen voegovergangen van beweegbare bruggen tijdelijk worden verbreed. Ook kan het koelen van bruggen door middel van vaste koelingsinstallaties of tijdelijke maatregelen uitkomst bieden.

Voor treinmaterieel wordt voorgesteld om de treinbeveiliging, ICT en energievoorzieningsinstallaties te koelen via airconditioning of door groene daken. Stations kunnen verder worden voorzien van verf of coating die bescherming biedt tegen hoge temperaturen. Verder is het volgens KiM raadzaam om de energievraag van treinen op kritische opstellocaties te monitoren en reguleren.

Voor wat betreft extreme droogte zou extra water vasthouden gedurende natte periodes in bermsloten kunnen helpen. Ook onderheien van het spoor op de vaste laag kan verzakkingen van het spoor door droogte voorkomen.

Om bos- en bermbranden rond het spoor te voorkomen biedt een intensiever maairegime van bermen ter voorkoming van brand uitkomst en dienen de installaties naast de spoorbaan beter te worden beschermd tegen brand. Verder luidt het advies om windgevoelige objecten naast de spoorinfrastructuur preventief te verwijderen (voor zover dat al niet gebeurt).

Download hier het volledige rapport.

Lees ook:

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van SpoorPro en algemeen hoofdredacteur van ProMedia Group.

1 reactie op “Studie: spoornetwerk extreem kwetsbaar voor klimaatverandering”

Pat Rick|22.07.21|16:21

Open deur van KiM: het spoor is sowieso kwetsbaar voor verstoringen door rigiditeit van infra. Men zou ontwerprichtlijnen moeten geven voor bijvoorbeeld een Lelylijn. Bestaand spoor klimaat=proof te maken is zeer duur.

Voor stations zou men verder moeten gaan en deze gebouwen energie laten opleveren. Zeker als men hoogbouw bij stations plant, zoals district-E of bij verdichting Utrecht centrum. Alleen al om hitte-eilanden te voorkomen, want spooremplacementen kunnen zeer warm worden

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.