Dwarsliggers bij station Eygelshoven

TNO en RailTD starten studie naar restlevensduur dwarsliggers

TNO en RailTD gaan een methode ontwikkelen om de restlevensduur van dwarsliggers te bepalen. De spoorsector kiest er steeds vaker voor om dwarsliggers uit het spoor te hergebruiken. Het doel van het onderzoek is dat partijen de mogelijkheden tot hergebruik beter kunnen vaststellen.

Vanwege schaarste aan bouwmaterialen wordt het recycle-vraagstuk in de spoorsector steeds ingewikkelder, vertelt Steven Hofstee van RailTD. “Het is een tijd de trend geweest om alles nieuw te bouwen, omdat arbeid duur was en treinvrije periodes beperkt waren. Daardoor werd er in het verleden zo veel mogelijk gekozen om overal nieuwe materialen neer te leggen, zodat het zo lang mogelijk mee ging.”

Tekort bouwmaterialen

Na de recessie ontstond er wereldwijd echter een tekort aan bouwmaterialen, waardoor de prijzen stegen en ook sommige spooronderdelen niet of moeilijk verkrijgbaar waren. Arjan van den Doel: “Voor wissels staat op dit moment bijvoorbeeld een besteltijd van dertig weken. Dat betekent dat je slimmer om moet gaan met de spullen die je hebt.”

Hofstee: “In het kader van duurzaamheid, CO2-besparing en materiaaltekort kiest de spoorsector er steeds vaker voor om bijvoorbeeld dwarsliggers die uit het spoor komen te hergebruiken. Daarbij wordt nu alleen gekeken naar de visuele schade.”

Van den Doel: “Op de drukke corridor tussen Den Haag en Utrecht moet je geen hergebruikte dwarsliggers gebruiken, maar dwarsliggers met beperkte slijtage zouden bijvoorbeeld nog wel een aantal jaren op een industriespoor of rangeerterrein kunnen liggen.”

Restlevensduur

In een recent voorschrift van ProRail staat op welke spoortrajecten gebruikte spoorstaven mogen worden toegepast, maar er staat nergens iets over de restlevensduur van deze materialen. “Je zou eigenlijk willen dat alle dwarsliggers die in een baanvak worden gelegd een gelijke restlevensduur hebben. Als er grote variatie is restlevensduur, dan kan dat negatieve gevolgen hebben voor het onderhoud”, zegt Hofstee.

TNO en RailTD zijn onlangs met een onderzoek gestart naar de NS90-dwarsligger. “Op dit moment kijken we alleen of een dwarsligger nog intact is. Een dwarsligger heeft een levensduur van tussen de 45 tot 60 jaar, maar er is geen onderzoek gedaan naar de restlevensduur van dwarsliggers die gebruikt zijn.”

Onderzoek

Van den Doel: “Samen met TNO willen we onderzoeken welke kenmerken van dwarsliggers meetbaar zijn die de resterende levensduur bepalen en hoe dit in de praktijk toepasbaar is. Het doel is dat partijen eenduidig kunnen keuren en de mogelijkheden tot hergebruik beter kunnen vaststellen.

TNO en RailTD nodigen andere partijen uit om zich ook aan te sluiten bij het onderzoek. “Dit soort initiatieven moet je branchebreed uitvoeren, omdat de gehele sector hier profijt van heeft.” De studie gaat op korte termijn van start.

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van SpoorPro en adjunct-hoofdredacteur van de vakwebsites van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.