Een NS-trein op station Putten, foto: John Verbruggen

Nieuwe Spoorbouwmeester kijkt met ‘landschapsogen’ naar de spoorsector

De sleutelprojecten waarbij beeldbepalende internationale treinstations zoals Rotterdam, Breda, Den Haag Centraal, Arnhem en Utrecht verrezen, zijn afgerond. ProRail en NS gaan de komende jaren de kleinere en middelgrote stations updaten. Landschapsarchitect Eric Luiten, de nieuwe Spoorbouwmeester, gaat de spoorbedrijven daar de komende drie jaar in raad en daad bijstaan.

Luiten nam op 1 januari het stokje over van architect en stedenbouwkundige Bert Dirrix. Hij zal zich bezighouden met de doorontwikkeling van het Spoorbeeld: het overkoepelend vormgevingsbeleid van de spoorsector.

Nieuwe eyecatchers

“De grote stations zijn de nieuwe eyecatchers waar mensen heel veel inspanningen aan hebben geleverd. Daar zijn prachtige resultaten behaald. Nu gaan we de kleinere en middelgrote stations updaten. Dat doen we vanwege de toename van het reizigersvervoer, maar ook vanwege nieuwe richtlijnen over veiligheid en toegang tot stations.”

“De grote iconen liggen als ruimtelijke puzzels op tafel. De verantwoordelijkheid wordt verdeeld over verschillende partijen. In die zin drukken ProRail en NS ook uit dat het met een landschapsarchitect het een soort gezelschapsspel gaat worden. Een landschapsarchitect is misschien meer gevoelig voor de contextuele kant van het openbaar vervoer en de omgevingsfactoren.”

Loopbaan

Luiten is voormalig hoogleraar Erfgoed en Ruimtelijk ontwerp aan de TU Delft. Tussen 2012 en 2016 was hij als Rijksadviseur voor Landschap en Water verbonden aan het College van Rijksadviseurs. Daarvoor bekleedde hij de functie van Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit voor de provincie Zuid-Holland. Eric Luiten is verder adviseur bij waterschap Vallei en Veluwe, voorzitter van de Stichting NHBOS ter Bevordering van de Landschapsarchitectuur en chairman van de Stichting Landscape Architecture Europe.

De architect vervulde de afgelopen jaren steeds meer de rol van adviseur in de publieke sector, bijvoorbeeld bij aanbestedingen. “Ik keek bijvoorbeeld met landschapsogen naar verschillende alternatieven die op tafel lagen en gaf advies bij de totstandkoming van opdrachten. Ik bekeek samen met overheden naar hoe opdrachten geformuleerd konden worden, nog voordat de ontwerpers ermee aan de slag gingen.”

Deskundigheid marktpartijen

Als landschapsarchitect en als ruimtelijk adviseur valt hem een aantal zaken op. “Ik zie dat in toenemende mate bij het ontwerpen en bouwen van voorzieningen de inventiviteit en deskundigheid van marktpartijen wordt benut door publieke partijen. Er wordt aan de kant van de opdrachtgevers niet meer zoveel gewerkt met bestekklare plannen waar een aannemer slechts een prijs voor hoeft te bepalen.”

Publieke partijen praten en formuleren volgen hem steeds meer in termen van doelstellingen. “Er ontstaat een nieuwe evenwicht tussen opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap en dat heeft consequenties voor de wijze waarop ruimtelijke en architectonische ambities zijn verankerd in aanbestedingen.”

Ruimtelijke context

Omdat deze tendens ook in spoorsector waarneembaar is, vindt Luiten voldoende aansluiting met zijn voorgaande werkzaamheden in zijn nieuwe functie van Spoorbouwmeester. “De spoorsector wordt voor mijn een nieuw werkveld, maar de mechanismen die eronder liggen, zijn voor mij bekend. Ik kan meepraten over hoe je ruimtelijke kwaliteit operationeel maakt en goed verankert in een technische opgave.”

“Het Bureau Spoorbouwmeester is ervaren in het beoordelen van aanbiedingen in deze sfeer en in de selectie van de beste voorstellen. Hoe je op kwaliteit blijft letten en erop blijft sturen. Met de voortzetting van het Spoorbouwmeesterschap laten NS en ProRail zien dat ze ook aan de opdrachtgeverskant voldoende deskundigheid in huis hebben en dat ze de ruimtelijke context van hun gebouwen en activiteiten serieus nemen.”

Zonnepanelen aan de Betuweroute

“Als Spoorbouwmeester kijk ik naar de betekenis en impact van het spoor, de stations en het treinverkeer in de steden en in het Nederlandse landschap en welke kansen daar liggen, nu en in de toekomst. Het spoor doorsnijdt het Nederlandse landschap, maar verbindt het ook waardoor het spoor een enorme impact heeft op bijvoorbeeld biodiversiteit en openluchtrecreatie.”

Een andere nationale opgave is de verduurzaming van ons land. NS en ProRail willen graag hun steentje bijdragen aan de energietransitie en Bureau Spoorbouwmeester zal daarbij natuurlijk over de ruimtelijke effecten en mogelijkheden adviseren. Mijn voorganger Bert Dirrix had daar al ideeën over, bijvoorbeeld over het plaatsen van zonnepanelen aan de Betuweroute.”

(Tekst loopt door onder foto)Zonnepanelen op het dak van treinstation Rotterdam Centraal, foto: Jannes LindersZonnepanelen op het dak van treinstation Rotterdam Centraal. Foto: Jannes Linders.

Werkprogramma

“Ik ben me nog aan het bezinnen op mijn werkprogramma en de nieuwe accenten die ik zou willen zetten dus daar kan ik nu nog niet zo veel over zeggen, maar met mijn benoeming is de landschapsarchitectonische kijk op de omgeving van het spoor nooit ver weg.” Door het Spoorbeeld met deze aspecten aan te vullen, kunnen ProRail en NS volgens Luiten nog beter hun grotere maatschappelijke doelstellingen verwezenlijken.

“Het Spoorbeeld voldoet niet alleen aan technische en financiële criteria, maar draagt ook bij aan de identiteit van het spoor. De gebruiker dient daar een goed gevoel bij te krijgen en zich welkom te voelen.”

Lees ook:

ProRail en NS benoemen Eric Luiten als nieuwe spoorbouwmeester

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van SpoorPro en adjunct-hoofdredacteur van de vakwebsites van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.