Spoorlijn

ProRail zet geotechnische toetsing spoornetwerk in de markt

Spoorbeheerder ProRail wil in de komende jaren de ondergrond van het volledige spoornetwerk laten controleren. Dit om te beoordelen in hoeverre er treinen veilig met een hogere aslast en snelheid overheen kunnen rijden. Eerder deze maand startte de aanbestedingsprocedure voor dit project dat een looptijd heeft van vier jaar en een budget van 10,5 miljoen euro. 

ProRail is op zoek naar een of meerdere ingenieursbureaus die deze werkzaamheden op zich kunnen nemen. Geïnteresseerde bedrijven kunnen zich tot 1 maart 2021 aanmelden. Uitgebreide informatie over het project en de procedures die gevolgd moeten worden zijn te vinden in het aanbestedingsdossier. Kennisinstituut Deltares deed in het verleden al een vergelijkbaar onderzoek naar het baanlichaam op het traject Rotterdam- Schiphol-Arnhem (ROSA-lijn). Op basis van de ervaringen met de ROSA lijn is besloten om het gehele spoornetwerk van Nederland in kaart te brengen.

Deze analyse geeft inzicht in de verwachte grondopbouw en zal plaatsvinden in 2021-2022. Hierbij wordt uitgegaan van een analyse van circa 90 procent van het bestaande netwerk, aangezien voor de eerste 10 procent al een analyse beschikbaar is. Deze eerste analyse kan helpen om een eerste inschatting te doen van de risicolocaties in Nederland.

Aslast naar 22,5 ton

Voor het in drie fases opgedeelde onderzoek trekt ProRail vier jaar uit, met een mogelijkheid om twee keer 24 maanden te verlengen. De eerste fase, de zogenaamde Geotechnische schematisering van het Netwerk, bestaat uit het onderzoek naar de constructieve veiligheid, waarbij zowel naar een aslast van 20 ton als naar een aslast van 22,5 ton zal worden gekeken. Beide beladingsklassen komen nu al voor op het Nederlandse spoor, maar gestreefd wordt naar 22,5 ton op het hele net. De hogere klasse van 25 ton wordt in Nederland alleen op de Betuweroute toegepast.

Naast het verhogen van de aslast wordt in de onderzoeken ook gekeken naar de mogelijkheden om snelheden te verhogen. De kritische treinsnelheid wordt getoetst om de kansen voor snelheidsverhogingen in toekomst inzichtelijk te krijgen. Wanneer uit de toetsing blijkt dat de constructieve veiligheid onvoldoende is, wordt in de tweede fase door hetzelfde ingenieursbureau aanvullend geotechnisch onderzoek gedaan om de basisinformatie te verbeteren.

Schetsontwerp

Als aan het einde van deze fase blijkt dat delen van het hoofdspoor nog niet aantoonbaar voldoen aan de gestelde norm, dan kan ProRail besluiten om verbetermaatregelen in een Schetsontwerp (SO) te laten uitwerken. Met investeringskosten om het baanlichaam op de gewenste beladingsklasse D4 (22,5 ton) te brengen. Het aantal kilometers, dat in fase 3 wordt uitgewerkt, staat dus niet vast.

Voor het beoordelen van de ondergrond van het Nederlandse spoornetwerk wil ProRail het zogenaamde ‘Spoordijk Ondergrond Model’ (SOM) toepassen. Een methodiek die tot nu toe alleen werd toegepast binnen het Hoogwaterbeschermingsprogramma van Rijkswaterstaat en de Waterschappen. Maar bij de analyse van de ROSA-lijn deed Deltares ervaring op met het gebruik hiervan. Op basis hiervan is besloten om het gehele spoornetwerk van Nederland ook in kaart te brengen middels het SOM. De resultaten van de SOM-analyse worden verwerkt in verbeterde risicokaarten, zodat per treinclassificatie en snelheidsclassificatie snel het resultaat binnen ProRail kan worden gedeeld.

Meer informatie is te vinden op Tenderned.

Auteur: Paul van den Bogaard

Paul van den Bogaard is redacteur van SpoorPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.