Een goederentrein van DB Cargo

‘Als Green Deal belangrijk is, dan moet spoor eerlijk worden beprijsd’

Als de Green Deal belangrijk is voor Nederland, dan is het belangrijk dat er een eerlijke beprijzing komt van het spoorvervoer en de binnenvaart ten opzichte van het wegvervoer. De methode van toerekening  van de gebruikersvergoeding door ProRail aan de vervoerders staat in schril contrast tot deze duurzaamheidsdoelstellingen, zegt woordvoerder Jelle Rebbers in reactie op de goedkeuring van ACM van de rekenmethode van ProRail.

ACM heeft op 8 april een methode voor berekening van spoortarieven door ProRail goedgekeurd. ProRail brengt het minimumtoegangspakket in rekening via de ‘marginale kosten’-methode. Dit leidt tot een lagere kostentoerekening dan de huidige, die gebaseerd is op variabele kosten, en daarmee tot een lagere minimumtoegangspakket (VMT, categorie 1).

Extra heffing

Als kanttekening daarbij wijst DB Cargo erop dat de spoorbeheerder nog steeds de mogelijkheid heeft tot het toepassen van ‘extra heffing’. De vergoedingen die ProRail in rekening brengt voor de zogenaamde categorie 2, 3 en 4-diensten en -voorzieningen zijn niet onderworpen aan het toezicht van ACM. Daaronder vallen bijvoorbeeld het gebruik van de heuvel op Kijfhoek, angeer- en opstelterreinen en de tank- en wasinstallaties.

ProRail heeft volgens de goederenvervoerder de kosten voor deze diensten en voorzieningen op een zodanig niveau gebracht dat dit samen met de herziene VMT “het gat tussen wat ProRail uitgeeft en wat ProRail aan subsidie van het Rijk ontvangt, geheel vult”.

Subsidie

Eind 2020 heeft het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bekendgemaakt dat er in in 2021 17,6 miljoen euro en in 2022 op 17,8 miljoen euro subsidie wordt verleend aan het spoorgoederenvervoer. In de jaren daarvoor was deze subsidie lager, 14,8 miljoen euro in 2020 en 14,4 miljoen euro in 2019.

Ondanks de verhoging van de subsidieregeling zorgt de door ProRail gevraagde vergoedingen volgens DB Cargo onderaan de streep voor een “door spoorgoederenvervoerders aan ProRail te betalen vergoeding op het niveau van heden of wellicht hoger”. De vervoerder vindt dit in tegenspraak met “de bestaansreden van de tijdelijke subsidieregeling”. En dit sluit volgens de spoorgoederenvervoer daarmee niet aan op het maatregelenpakket om de concurrentiepositie van het  spoorgoederenvervoer te verbeteren.

Het maatregelenpakket richt zich onder andere op verlaging van de kosten op de korte en middellange termijn. Dit geeft het spoorgoederenvervoer de mogelijkheid om zijn positie te verbeteren ten opzichte van de buurlanden en ten opzichte van andere modaliteiten. DB vindt dat met de nieuwe kostenberekening de resultaten die beoogd zijn met de subsidie vanaf 2023 teniet gedaan worden.

Reactie op zienswijze

De ACM zegt in een reactie op de zienswijze van DB Cargo de zorgen van de spoorgoederenvervoerder te begrijpen, maar zegt tegelijkertijd dat de extra heffing en de vergoedingen van de categorie 2-4 diensten “in het onderhavige besluit niet aan de orde” zijn. De zienswijze leidt daarom volgens de marktautoriteit niet tot een aanpassing van het besluit.

DB Cargo vraagt zich af of ACM er verzekerd van kan zijn dat na het toezicht op de rekenmethodes van ProRail er bijgedragen wordt “aan het goed werken van de spoormarkt”. “Simpelweg omdat ACM niet bekend is noch kan zijn met wensen van de betrokken marktspelers, en eventuele alternatieve modelleringen voor de VMT”, vindt DB.

DB Cargo vindt dat ProRail ernstig is tekortgeschoten doordat de voorliggende methode nauwelijks met belanghebbenden te hebben besproken. Volgens DB Cargo heeft ProRail vervoerders “uiterst gebrekkig en hoogst oppervlakkig” mee laten praten en op de hoogte gesteld van de nieuwe berekeningen.

ProRail zegt in reactie daarop dat er verschillende gelegenheden waren waarbij de vervoerders input konden geven en noemt daarbij vier data waarbij dat kon. Volgens de spoorbeheerder is de goederenvervoerder daarnaast niet ingegaan op een uitnodiging voor de laatste bijeenkomst op 27 oktober, waarbij de kostentoerekening en de berekening van de variabiliteit nader werden toegelicht.

Gewichtsklassen

Over het niet toevoegen van gewichtsklassen na de suggestie hiervan door DB merkt ProRail op dat er twee verzoeken zijn gedaan met betrekking tot de gewichtsklassen, namelijk het toevoegen van een extra klassengrens op 1.000 ton en het verhogen van 3.000 ton grens. “Het eerste verzoek is uiteindelijk niet doorgevoerd, omdat dit na doorrekening nadelig zou zijn voor alle goederenvervoerders en aan de tweede wens is gehoor gegeven door aanpassing van de grens naar 3.200 ton.”

ACM geeft aan graag kennis te hebben genomen van “meer concrete alternatieven die DB Cargo daarbij ziet”. “Wat betreft het voorstel om te komen tot andere gewichtsklassen begrijpt de ACM dat van de twee voorstellen daartoe van marktpartijen, één voorstel door ProRail is overgenomen en het andere voorstel later door marktpartijen zelf weer is verworpen nadat ProRail de effecten daarvan op de vergoedingen had laten zien.” De marktautoriteit stelt daarom dat de zienswijze niet leidt tot een aanpassing van het besluit.

Discussie

De gebruikersvergoeding voor het spoor is een terugkerend punt van onenigheid tussen met name ProRail en de spoorgoederenvervoerders. Waar er in Europa steeds opnieuw wordt gesproken over de ‘shift to rail’ wordt de verschuiving van de weg naar het spoor volgens de spoorvervoerders onmogelijk gemaakt vanwege de hoge spoortarieven. Ze pleiten voor een gelijk speelveld, waarbij wegvervoerders worden beprijsd en het naar verhouding veel duurzamere spoor wordt gestimuleerd. De spoortarieven die ProRail heft, hebben volgens hen een tegengesteld effect.

In augustus vorig jaar schoot een brief van ProRail aan de spoorvervoerders in het verkeerde keel, omdat daarin stond dat ze met ingang van dienstregelingsjaar 2021 een annuleringsvergoeding moesten betalen voor gereserveerde treinpaden die niet gebruikt of geannuleerd zijn. Door de coronacrisis zijn de volumes bij spoorgoederenvervoerders sterk gedaald en wordt juist reikhalzend uitgekeken naar kortingen en het schrappen van vergoedingen voor gebruik van de spoorinfra zoals landen als Frankrijk eerder al aankondigden.

In april 2019 kondigde ProRail aan het tarief voor opstellen en rangeren van losse wagens op Kijfhoek vanaf 2020 met miljoenen te gaan verhogen. Voor die tijd hoefde daar nog niet voor te worden betaald. Ook moesten vervoerders vanaf 2020 voor het opstellen van treinen op rangeerterreinen voortaan per minuut gaan betalen in plaats van per dag.

“ACM beschrijft de methode van berekening, maar zegt niet over de consequenties die bepaalde kosten met zich meebrengen. Het lijkt erop alsof ACM geen zin heeft om de politieke arena te betreden”, zegt Rebbers. Hopelijk gaat een volgend kabinet kijken naar hoe de verschillende modaliteiten worden beprijsd. Als we het klimaat belangrijk vinden, dan zal daar toch iets mee moeten gebeuren.

Lees ook:

ACM keurt berekening gebruikersvergoeding periode 2023-2025 goed
‘Gebruikersvergoeding spoor in Europa is te hoog voor nieuwe toetreders’
Gebruikersvergoeding spoor in Nederland omhoog in plaats van omlaag

Onbeperkt lezen?

Ontwikkel jezelf met vakblad SpoorPro.nl.

Krijg onbeperkt toegang tot vakinformatie over de spoormarkt.

1 maand gratis proefabonnement

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van SpoorPro en algemeen hoofdredacteur van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.