Een goederentrein op station Utrecht Centraal, foto: ProRail

Spoorvervoerders vrezen voor hoge spoortarieven in 2023

Spoorgoederenvervoerders vrezen dat de gebruikersvergoeding voor het spoor vanaf 2023 en de jaren daarna voor Nederland hoger zullen gaan uitvallen dan die in omringende landen. Met name de gebruiksvergoedingen voor opstel- en rangeersporen dreigen volgens de vervoerders de pan uit te rijzen. ProRail geeft aan dat de nieuwe berekeningen er juist voor zorgen dat de tarieven meer geharmoniseerd worden met andere landen.

Belangenorganisatie RailGood vraagt in een brief aan staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur aandacht voor de gebruikersvergoedingen vanaf 2023.

ProRail heeft een voorstel gedaan voor de Vergoeding Minimum Toegangspakket (VMT) vanaf 2023 die aan spoorvervoerders zijn gepresenteerd. “We zijn de gebruikersvergoeding aan het harmoniseren. Andere landen passen het doorberekenen van de werkelijke kosten op dit moment al toe, wat wij op dit moment nog niet doen. We willen dat veranderen”, aldus woordvoerder Coen van Kranenburg van ProRail. Hij geeft aan dat de spoorbeheerder daarmee Europese wetgeving volgt.

RailGood schrijft in de brief aan Van Veldhoven dat de huidige aanpak van ProRail ‘niet leidt tot harmonisatie van de VMT-gebruiksvergoeding van ProRail met die van de Duitse spoorbeheerder DB Netze’. Spoorgoederenvervoerders zien graag dat de tarieven dichter tegen die van Duitsland aan komen te liggen, omdat dit land de grootste concurrent is op het gebied van spoorgoederenvervoer. Om die reden hebben de goederenvervoerders er ook voor gepleit bij ProRail om de rekenmethode van DB Netze ook in Nederland toe te passen.

Duitse rekenmethode

ProRail bevestigt in eerste instantie voor de Duitse rekenmethode te hebben gekozen, maar hier later toch van te zijn afgeweken. Van Kranenburg: “We hebben berekeningen gedaan volgens de Duitse methode en die voorgelegd aan de vervoerders. Vervolgens hebben diverse vervoerders hebben een reactie hierop aangegeven er geen voorstander van te zijn, omdat ze duurder zouden uitvallen. Daarnaast zou er te veel segmentatie komen.” Bij deze afweging zijn volgens hem zowel de reacties van de spoorgoederenvervoerders, als die van de  personenvervoerders meegenomen.

Volgens RailGood komt de wijze van berekening van de Vergoeding Minimum Toegangspakket (VMT) op dit moment niet overeen met die van de buurlanden en lijkt dit ook vanaf 2023 niet te gaan veranderen. De branchevereniging maakte een vergelijking waarbij het VMT van Duitsland en Nederland in verschillende gewichtsklassen in 2020 en 2021 naast elkaar werden gelegd. Ook voor 2023 dreigen er soortgelijke verschillen te ontstaan, stelt de branchevereniging.

Cijfers

RailGood concludeert op basis van de eigen cijfers dat de VMT voor het overgrote deel van de goederentreinen ‘ruim twee keer zo hoog is dan die van DB Netze’. “In het bijzonder voor het intermodaal vervoer (containers, trailers, swap bodies), de bloktreinen met stukgoed (zoals automotive) en natte bulk en het wagenladingvervoer.”

ProRail wil niet inhoudelijk reageren op de door RailGood gepresenteerde berekeningen, maar geeft aan het ‘geluid van de goederenvervoerders te horen’. “Wij snappen dat ze zich hier zorgen over hebben. Die signalen pikken we op en daar blijven we over in gesprek. Als er bijgesteld moet worden, dan stellen we bij. Tegelijkertijd zeggen we wel dat dit deel van de gebruikersvergoeding slechts een onderdeel is van het geheel. We zijn ervan overtuigd dat we als totaalplaatje iets bieden aan de goederenvervoerders wat goed is. En dat vinden we belangrijk, want het zijn onze klanten.”

Zowel ProRail als RailGood schermen met resultaten van internationale benchmarks waarin Nederland bij de ene Europees goed scoort en bij de andere juist weer niet.

Opstelterreinen

ProRail werkt op dit moment aan de tarifering van andere diensten binnen de gebruikersvergoeding, waaronder de gebruikersvergoeding van opstel- en rangeersporen. Uit een eerste stakeholdersessie bleek volgens RailGood deze diensten ‘tot onredelijke hoogtes’ werden opgestuwd. Dit is volgens de organisatie niet wenselijke omdat de vervoerders de prijzen gebaseerd hebben op ‘de kilometerprijs van het gebruik van de spoorweginfrastructuur’.

Het veranderen van de tarieven voor opstel- en rangeerdiensten is volgens ProRail een manier om efficiënter te werken. “Er zijn veel opstelterreinen waar het druk is. Met deze methode proberen we meer zicht te krijgen op wat er echt nodig is aan infra. Het is voor ons een optimalisatie van de bedrijfsvoering. We willen weten wat er nodig is en waar we moeten investeren.”

“Omdat er geen vergoeding wordt betaald voor het daadwerkelijke gebruik, worden treinen op bepaalde plekken geparkeerd waar ze vervolgens een week lang staan. Daardoor wordt er soms gebruik gemaakt van zeer kostbare parkeermogelijkheden, terwijl dat misschien niet noodzakelijk is. Wij willen hier als spoorbeheerder meer invloed op hebben.”

Toename kosten

RailGood zegt dat met de huidige aanpak de kosten voor het gebruik van het spoor voor het goederenvervoer zullen toenemen in plaats van afnemen. Dit is volgens de belangenorganisatie echter wel door de bewindsvrouw beloofd in een brief over het maatregelenpakket spoorgoederenvervoer aan de Tweede Kamer van 19 juni 2018 en het regeerakkoord van 10 oktober 2017.

Om te voorkomen dat ProRail een ‘methodiek voor de vaststelling van de VMT-gebruiksvergoeding bij ACM ter beoordeling voorlegt, zonder dat deze goed met de spoorgoederenvervoerders is besproken’ wil RailGood dat de bewindsvrouw zich met de tarieven gaat bemoeien. De organisatie vraagt haar om het gesprek met de directie van ProRail aan te gaan, en met name over de kosten voor de opstel- en rangeersporen.

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van SpoorPro en algemeen hoofdredacteur van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.