Mirjam van Velthuizen-Lormans
CFO van ProRail Mirjam van Velthuizen-Lormans (1)

‘Goed vervoer is een basisvoorwaarde in het leven’

Mirjam van Velthuizen-Lormans voelt zich als een vis in het water in de spoorwereld. ProRail

Mirjam van Velthuizen-Lormans is sinds november 2021 de Chief Financial Officer (CFO) van ProRail. Daarvoor was ze actief in de zorg, onder meer acht jaar als CFO van het Universitair Medisch Centrum in Utrecht. De stap naar het spoor was een grote, maar Van Velthuizen-Lormans voelt zich inmiddels als een vis in het water in de wereld van spoorstaven en bovenleidingen. SpoorPro maakte een drieluik met haar. Vandaag deel 1 van 3.

Je komt uit de zorg, als CFO van UMC Utrecht, dus dan is een logische eerste vraag: hoe bevalt dan de spoorwereld?

“Het bevalt mij echt ontzettend goed, omdat ik erachter ben gekomen – en dat vermoedde ik al een beetje – dat die werelden helemaal niet zo verschillend zijn. Het zijn allebei sectoren met een hele grote publieke opgave. Zorg is cruciaal, dat je daar toegang toe hebt als je het nodig hebt. Maar dat is hopelijk maar af en toe, in fases in je leven. Goed vervoer heeft iedereen elke dag eigenlijk nodig. Het is een basisvoorwaarde in het leven. Het moet allemaal 24-7 op orde zijn, dat geldt ook voor beide branches. En er gelden heel hoge veiligheidseisen, dat komt eveneens overeen. Dan zijn er zowel in de zorg als in het spoor veel stakeholders en toezichthouders.”

“Het product is wél totaal verschillend en dat maakt waarom het voor mij zo leuk is. Ik wilde ook echt iets nieuws. Ik heb 25 jaar in de zorg gewerkt en toen iemand eens zei ‘dit heb je al eens geprobeerd, Mirjam’, dacht ik ‘oké, dit ga ik niet nog 17 jaar doen, dat is niet goed. Ik moet ook vernieuwen’. En dus zit ik nu in een nieuwe sector waar ik denk dat ik iets voor kan betekenen.”

Hoe begin je dan aan zo’n klus?

“Ik moest daar wel echt over nadenken. Zo van, hoe zit deze sector dan in elkaar? Wat wil de Nederlander dan? Wat doen we dan? Daarover nadenken, dat vind ik ontzettend leuk. Er met frisse ogen naar kijken.”

Maar zorg is zacht, toch? En spoor is hard?

“Nou, nee. Ik denk dat de zorg af en toe ook heel hard is. Het gaat daar soms over keuzes op leven en dood. Wel of geen behandeling. Die patiënt wel en de andere niet. Misschien is het juist wel andersom. In de spoorwereld vind ik de sfeer… hoe zeg ik dat? Vriendelijker? Ik weet niet of dat het goede woord is. De zorg heeft heel veel gesloten beroepsdomeinen. Dat is altijd zo geweest. Er is een harde concurrentiestrijd in de opleidingen. Die artsenwereld is echt een spijkerharde wereld, vergis je niet. Door de gesloten beroepsdomeinen is het ook moeilijk om veranderingen aan te brengen. De spoorsector is wat dat betreft veel meer familiair. Zo van ‘wij zijn met z’n allen van het spoor’. Er heerst meer gelijkwaardigheid. Dus ergens vind ik de zorg harder dan het spoor.”

Is de spoorwereld een traditionele, conservatieve wereld?

“Kijk, ik kom uit de academie van de zorg. Ik heb ook wel in andere delen van de zorg gewerkt, maar met name aan de academische kant. Die heeft een heel nauwe relatie met de universiteit, met de wetenschap, met innovatie. Ook daar gaan vernieuwingen niet altijd even snel, maar je hebt er wel die drive van de opleiding en van het onderzoek. Dat heeft het spoor minder. We hebben wel een relatie met de TU Delft en met TNO, maar het is een andere relatie als die je in een academisch ziekenhuis hebt met de wetenschap. Dus daar probeer ik ook wel de geleerde lessen van mee te nemen. Hoe kan ik die innovatiekracht en -wil in het spoor brengen? Want daar is Nederland echt uniek in. Die combinatie van zorg, onderwijs en onderzoek in één instelling. Dat werkt goed als je echt wilt vernieuwen. En dat heeft het spoor eigenlijk niet. Het zou ons wel helpen als we dat wat beter voor elkaar zouden krijgen.”

Ik had van de zomer de zorg heel hard nodig en wat me daar vooral van bij is gebleven is dat verpleegkundigen vaak beter in de gaten hebben hoe het met je gaat dan de artsen. Is dat in het spoor ook zo?

“Ik heb laatst eens meegelopen met een baaninspecteur van ProRail, echt langs de baan. Die mensen hebben haarfijn in de gaten wat er moet gebeuren. Dus ik loop daar, ik zie stukken staal liggen en als ik dan luister naar zo iemand, dan denk ik, ja jij snapt het echt. Dat is natuurlijk geweldig. Maar dan blijkt het in de praktijk zo ontzettend moeilijk om dingen voor elkaar te krijgen. Dus dat is net als die verpleegkundige die de helft van de tijd bezig is met formuliertjes invullen, terwijl ze misschien liever nog iets extra’s voor jou had gedaan. Dat is in het spoor niet anders. De kunst daarbij is: hoe geef je die mensen nou weer meer ruimte? Hoe zorg je dat die echte professionals hun werk weer kunnen doen? Dat we iets meer vertrouwen in die mensen hebben?”

Er werken veel enorm bevlogen, capabele mensen in de spoorsector?

“Er zit ongelooflijk veel kennis in deze bedrijfstak. Daar ben ik echt van onder de indruk. Ik kan er echt mijn hoofd over breken: we hebben goede, bevlogen mensen en toch ook wel genoeg geld? Meer zou fijn zijn, maar er is best veel geld. Alle randvoorwaarden zijn ingevuld, maar toch is het product niet wat de Nederlander eigenlijk wenst. Ik moet eerlijk zeggen dat ik soms ook de auto pak en dat ik dan denk ‘Mirjam, je zou eigenlijk met de trein moeten gaan, maar waarom kies je er nou niet voor?’ Nou, omdat ik met zekerheid op tijd wil zijn. Omdat ik denk ‘nou ja, als er dan ergens een verstoring is, kan ik tenminste nog ergens stoppen om wat te werken’. Met de auto heb ik meer zelf de regie. Raar hè, want ik vind echt dat de trein de aantrekkelijkste keuze zou moeten zijn. Maar hoe kan het dan toch dat we met al die kennis en kunde niet sneller gaan? Dat is de grote puzzel.”

Heeft het ermee te maken dat het spoor al zo oud is, dat de sector zo traditioneel is dat vernieuwingen moeilijk geaccepteerd worden? Kijk naar de zorg, die heeft zich continu doorontwikkeld.

“Vergis je niet in de zorg is ook nog veel erg traditioneel. En ook daar is het echt heel moeilijk om veranderingen in praktijk te brengen. Ik herinner me nog, een jaar of zes geleden of zo, dat er een hoogleraar bij me kwam. Dat ging toen om het monitoren van patiënten op afstand. Daar deed hij onderzoek naar en hij had een flinke Europese subsidie gekregen om dat met een aantal landen te ontwikkelen. Het was ook baanbrekend hoe hij dat deed. Hij zei ‘ik ga het niet zelf doen, maar samen met de industrie’. Dus hij zei tegen de industrie: ‘dit wil ik hebben als hoogleraar, maak dat voor me!’ En dat gebeurde dan ook. Alleen, zijn grote zorg was niet dat er niets uit zou komen, want daar was hij wel van overtuigd, maar meer dat dan straks heel Europa het zou toepassen, behalve wij. Dat zei hij. En daar heeft hij gewoon gelijk in. Het is moeilijk om in een publieke sector, met heel veel toezichthouders en in een wereld waar 24/7 veiligheid geldt, echt dingen voor elkaar te krijgen. Ik heb in de coronatijd veel voor elkaar weten te krijgen, want dat was het momentum. Toen moest het. Dat zijn van die momenten dat je een innovatie erdoor kunt krijgen. Maar daarvóór lukte het ook echt niet.”

Maar toch… als je kijkt naar de ontwikkeling in de zorg, zoals het opereren door middel van kijkoperaties bijvoorbeeld, dat heeft zich toch razendsnel ontwikkeld allemaal?

“Ja, dat is waar. Maar dat komt ook omdat de industrie daar veel kan doen. In de zorgsector kan de industrie ook veel innoveren, samen met de wetenschap vanuit de medisch specialisten. Dat is wat ik net bedoelde, we hebben die wetenschappelijke drive eigenlijk niet in de spoorsector, we hebben geen academische poot. Dus dat maakt het allemaal veel moeilijker. En als je een echt onderzoek wil doen… Ja, de industrie wil wel, maar wat is dan je afzetmarkt? Het spoor is overal anders. Kijk hoe moeilijk het is met ERTMS. Iedereen doet het anders. Het is voor de industrie moeilijk om voor zo’n niche markt een grote innovatie te gaan onderzoeken. Terwijl in de zorg, als je daar iets goeds ontwikkelt, dan is de wereld je markt. Kijk de coronavaccins, die hadden we in ‘no time’ voor elkaar. Omdat iedereen in de wereld daarnaar op zoek was. En dan gaat het heel snel en krijg je zoiets samen voor elkaar.”

“Bovendien heeft de spoorwereld heel lang de prestaties kunnen verbeteren binnen het bestaande systeem. Het is natuurlijk een oud systeem, maar wel buitengewoon betrouwbaar. Het ATB-veiligheidssysteem, het relaissysteem, dat is allemaal van net na de Tweede Wereldoorlog. Maar ja, het heeft het heel lang fantastisch gedaan. En binnen die systemen hebben we heel veel verbeterd en geoptimaliseerd, met echt ook goede prestaties. Maar je ziet dat nu die grenzen echt gevonden zijn, dus dat het eigenlijk niet meer loopt zoals we zouden willen. En dan moet je ineens zo’n hele grote switch maken, dat is buitengewoon complex. Maar aan de andere kant, ook wel heel leuk om daarmee bezig te zijn.”

Dus je bent onverdeeld blij dat je die stap vanuit de zorg naar het spoor hebt gezet?

“Ja, absoluut. Al heb ik trouwens niet helemaal afscheid genomen van de zorg. Ik zit nog in de Raad van Toezicht van Nictiz, dat is een adviesorgaan van VWS om de informatiestandaarden in de zorg te ontwikkelen. Daarnaast ben ik lid van de Raad van Toezicht van het Jeroen Bosch Ziekenhuis. Daar deed ik mijn allereerste stageopdracht dus daar heb ik een speciaal gevoel bij.”

Denk je dat je met jouw achtergrond, kennis en ervaring in de zorgsector ook in de spoorsector iets substantieels kunt veranderen?

“Jazeker, maar alleen kan ik helemaal niks. Ik hoop dat ik een beetje de steen kan verleggen. Dat wil ik wel, want daarom doe ik dit ook. Ik ben niet van het in stand houden en zorgen dat het elk jaar weer net goed genoeg is of zo. Dat drijft mij niet. Mijn dochter zei ‘mam, wat ga je dan doen met die treinen?’ En toen antwoordde ik, ‘nou, als ik straks gestopt ben, gaan we in Italië winkelen en dan gewoon met de trein in een weekend op en neer’. (lachend) Moet haalbaar zijn, toch? Ik zei toen ‘Rome in vier uur’, maar inmiddels ben ik er wel achter dat dat wat te enthousiast was, haha. Dat haal je zelfs met het vliegtuig niet. Nee, maar serieus, het zou echt moeten kunnen. Niet in vier uur naar Rome, maar wel heel snel. De technologie is er, de mensen zijn er, de wil is er, de noodzaak is er. Dus het moet echt kunnen om daar een grote stap in te zetten.”

Soms ken ik de dienstregeling beter dan de NS-app. Gewoon door zelf na te denken. Zijn we niet een beetje teveel datagericht bezig? Ik bedoel: moeten we soms niet meer zelf logisch nadenken dan alleen maar afgaan op wat data ons zeggen?

“Ik snap wat je bedoelt. Ja, het is dus nog te moeilijk vandaag. Eigenlijk zou je als reiziger nog meer geholpen willen worden. Als ik van A naar B wil, hoe doe ik dat van deur tot deur? Je ziet dat nu wel op je app van de vervoerder. En ook wat het kost. Maar dat is het dan, hè? Als er een storing is, moet je het allemaal zelf bedenken. Hoe kom ik waar ik moet zijn? Via welk ander station kan ik dan reizen? En hoe zit het met de aansluiting? Op basis van de data die we beschikbaar hebben, zouden we dat echt beter kunnen regelen door meer van deur tot deur te denken dan van station tot station. Daar hebben we met de NS ook vaak over en dat is waar zij ook steeds meer op sturen.”

“Het geldt ook voor goederenvervoerders. Boek maar eens een treinpad. Dat is echt heel erg moeilijk. Dus één van de dingen die we met onze digitaliseringsaanpak willen gaan doen is een soort boekingsplatform maken, waarin vervoerders veel makkelijker hun eigen treinpad kunnen realiseren. Dat is niet even binnen een half jaar klaar. Maar het begint met de visie, dan een team dat je erop zet en vervolgens kun je in stappen gaan bouwen, samen met de vervoerders. Ik denk dat we daarmee echt verschil kunnen maken.”

Want je ziet dat het nu niet goed gaat?

“Nou ja, het kan heel wat beter. In eigen land al. Maar daar heb je het weer: het is hier anders dan in Duitsland, anders dan in België ook, Frankrijk, Italië, noem maar op. Dan heb je daar weer een verstoring. En dan moet alles weer om. Daar hebben we talloze planners op zitten. Kijk ook zo meteen naar de 80-Weekse. Als het onvoldoende lukt om dat om te bouwen hebben we vijftig extra planners nodig. Hoe vind je die mensen? Hoe ga je dat dan doen zodat het nog een beetje een geheel wordt? Het huidige systeem is gewoon aan einde levensduur, ook in functionaliteit. Daar hebben we gewoon op allerlei terreinen heel grote stappen in te zetten.

Maar er zijn veel richtingen die je dan kunt kiezen…

“Ja, dus dat maakt dat we echt heel duidelijk focus moeten aanbrengen. Dat hebben we de afgelopen periode ook gedaan. Het plan heet Spoor naar Morgen, dat is onze strategie die we op basis van het beheerplan en op basis van de wensen van de Nederlander hebben ontwikkeld. Dat doen we langs vijf strategische indicatoren. Dus meer capaciteit (1), waarbij je moet mee ademen met de daadwerkelijke reisbehoefte. Die kun je wel voorspellen, maar je ziet toch dat die door allerlei gebeurtenissen en omstandigheden enorm fluctueert. Dan ook een hogere tevredenheid bij de reiziger en vervoerder of verlader (2). Daar zit veiligheid (3) meteen onder, want als je reist, mag je ervan uitgaan dat het veilig is. Verder willen we echt naar een ‘zero footprint’ (4) toe, want we zijn de duurzame mobiliteitsvariant en dan moet je dat ook in alle facetten willen zijn. De vijfde is betaalbaar spoor en dat is misschien nog wel de meest lastige. Het treinkaartje moet betaalbaar blijven. Die vijf zien we nu al als een gelijke en alles wat we doen moet daarin een step-up zijn. Dat gaat altijd gepaard met een afweging. Het is niet het ene of het andere. Het zijn die vijf punten in samenhang met elkaar. Parallel daaraan hebben we een integrale ontwikkelagenda gemaakt waarin we alle mogelijke initiatieven langs die lat leggen. Of het dan gaat om een extra spoorlijntje ergens, een diesel vervangen of een overweg weghalen, het zijn talloze dingen natuurlijk. Bij al die zaken stellen we onszelf de vraag: wat moeten we doen met de beschikbare mensen, middelen en alles wat we hebben om aan die vijf punten te voldoen? Soms is dat onze eigen keuze, dan weer een politieke keuze. Dan adviseren we het ministerie daarover, in de zin van ‘deze projecten nu wel doen, deze even niet’.”

“Een heel belangrijk stuk daarin is de digitale innovatie, omdat het, als je dit allemaal voor elkaar wilt krijgen, niet lukt op de huidige manier. Dat zag je dit jaar ook; tot de zomer ging het best redelijk, maar de laatste maanden liep het op een paar lijnen helemaal niet goed. Het zit hem ook in de spanning. We hebben alle projecten dit jaar gerealiseerd, maar het is zoveel dat je gewoon geen uitwijkmogelijkheid meer hebt. Dus als iets een dag uit loopt, zit je meteen helemaal vast. Die spanning zit er veel te hoog op, dus zullen we moeten balanceren tussen capaciteit en tevredenheid. Ondertussen zullen we onder de motorkap veel sterker en sneller moeten vernieuwen, zodat het gemakkelijker gaat allemaal.”

En dat moet het allemaal voor 2030 of 2040 goed geregeld zijn?

“We gaan werken vanuit die vijf strategische punten, maar die zijn niet in beton gegoten. Ze bewegen mee met wat Nederland vraagt en wat er mogelijk is. Dan kun je wel zeggen 2030 of 2040, maar wie weet hoe de wereld er in 2040 uitziet?”

Donderdag 28 december deel 2.

Auteur: Jeroen Baldwin

Jeroen Baldwin is journalist en chef redactie van SpoorPro.nl

4 reacties op “‘Goed vervoer is een basisvoorwaarde in het leven’”

Pat Rick|29.12.23|10:13

Wellicht goed om de reiziger- en klanttevredenheid samen met veiligheid op de eerste plaats te zetten. En hiervoor zijn wellicht ook meer capaciteit en meer betaalbaarheid nodig. Dat laatste is ook nodig vanuit klimaatambities

Als CFO kun je in de val trappen dat je puur financieel naar je bedrijf kijkt, vooral de investeringen ziet, maar uiteindelijk gaat het om de eindklant. In de zorg gaat het ook om de patiënt, minder om docter, verpleger, FDA, hoewel die laatste wel meer beslissigen nemen.

Pat Rick|29.12.23|10:20

De CFO ziet niet alleen dat systemen einde levensduur zijn, maar dat ook de eigen organisatie tegen haar grenzen aanloopt. En dat laatste uit zich dan in operationele problemen (Havenspoor, Kijfhoek, Waalhaven, Zeeuwse Lijn).

Men moet nadenken over andere organisatievormen dan de hierarchische pyramide. De kennis en kunde zitten op de werkvloer, dus moet men die empoweren. KLM, ASML, Demcon en andere bedrijven hebben al zelfsturende teams ontdekt. Interne communicatie zal dan ook verbeteren

Pat Rick|29.12.23|10:29

Maar Mirjam heeft gelijk dat goed vervoer een basisvoorwaarde is voor het leven in een hoogwaardige maatschappij.

Maar laat dat ook blijken door de missie van ProRail wat prominenter op de website te tonen. En dit bij iedereen in te prenten. De missie lijkt nu verloren te gaan door de waan van de dag (en dat gaat snel, met incidenten en nieuws).

Het moet inderdaad betaalbaar blijven, dus probeer kosteneffectiever te werken. En de sleutel daarvoor ligt in de organisatie.

A C F Sierts|08.01.24|09:09

En weer faalt P**Rail in haar kerntaak van veilig beschikbaar houden van de railinfra. En natuurlijk hebben ze geen flauw benul waar die dubbele spoorstaafbreuk ineens vandaan komt. Wat ben je dan waarde Mirjam ? Juist: gevaarlijk incompetent. Geen verlenging concessie, maar een Parlementaire enquête. DAT is de juiste weg.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.