Railway-tracks (1)

‘EU loopt achter op de rest van de wereld met grote infrastructuurprojecten’

Het Europese beleid voor de uitvoering van infrastructuurprojecten is nog steeds vrij zwak, maar de EU heeft in vergelijking met andere landen geen problemen met het definiëren van de strategie. Dat is de conclusie van een analyse van de Europese Rekenkamer. Verder wordt in hierin gewezen op de tekortkomingen bij de coördinatie, selectie, monitoring en evaluatie van infrastructuurprojecten.

In de analyse vergelijkt de Rekenkamer de benadering van infrastructuurprojecten in de Europese Unie, de VS, Canada, Zwitserland en Australië met elkaar. Zo onderzocht de Europese Rekenkamer de uitvoering van projecten zoals de TEN-T-kernnetwerkcorridors, Rail Baltica, de Brenner-basistunnel, de Lyon-Turijn-tunnel en de Fehmarnbelt-tunnel.

In de algemene strategie van de EU om dit soort projecten uit te voeren, zitten volgens de analyse geen noemenswaardige verschillen met de andere landen. Ze hebben allemaal een brede scope, die het belang van de projecten definieert op basis van het geschatte budget dat eraan wordt besteed. Ondanks dat er relatief gezien geen significante verschillen zijn, wordt de EU nog steeds met problemen geconfronteerd omdat zij haar strategieën definieert door strategische witboeken te publiceren. Deze documenten zijn echter niet juridisch bindend voor de EU-lidstaten.

Slechte afstemming

Het feit dat de lidstaten geen wettelijke verplichting hebben om de EU-strategieën op te volgen, kan problemen veroorzaken. Veel beleidsmakers en vertegenwoordigers van de spoorgoederensector onderstrepen de noodzaak van het overwinnen van nationale belangen en het opstellen van een standaard Europees beleid om projecten zoals de TEN-T-corridors uit te voeren.

In de EU is dat nog steeds niet het geval. Aangezien landen geen wettelijke verplichting hebben om een ​​gedeelde strategie te volgen, “leggen de lidstaten momenteel niet eens hun nationale vervoersplannen en -programma’s ter informatie aan de Commissie voor”, benadrukt het rapport. Daarom zijn “de politiek overeengekomen prioriteiten van de EU voor vervoersinfrastructuur slecht afgestemd op de nationale vervoersstrategieën”.

Hoe realistisch zijn de financieringsdoelstellingen van de EU?

In eerdere verslagen onthulde de Europese Rekenkamer dat de strategische vervoersdoelstellingen van de EU als zeer ambitieus kunnen worden beschouwd, vooral wat betreft de financiering. Dit is ook het gevolg van “onvoldoende controle van kosten-batenanalyses bij de selectie van projecten”, aldus het rapport van de Rekenkamer.

De review stelt dat er geen beknopte en algemene financieringsstrategie is voor infrastructuurprojecten. Daarentegen “worden grote vervoersprojecten vaak medegefinancierd via meerdere opeenvolgende subsidies, die elk een nieuw projectvoorstel en selectieproces vereisen. Dit leidt tot dubbel werk voor de projectontwikkelaars en de overheid, waardoor de administratieve lasten toenemen”.

Projectmonitoring en -beoordeling ook problematisch

Het ontbreken van een op risk based benadering bij de uitvoering van grote vervoersprojecten is een groot probleem voor de EU. Dit betekent dat instellingen bij de uitvoering van een project geen rekening houden met de algehele risico’s, wat leidt tot vertraagde projecten en budgetoverschrijdingen. De scheve afstemming tussen de EU en haar lidstaten houdt ook verband met deze situatie, aangezien het gebrek aan effectieve coördinatie leidt tot onzekerheid en een slechte synchronisatie tussen belanghebbenden.

Bovendien is financieel toezicht slechts één aspect van de genoemde inefficiënties. Als het gaat om de beoordeling van de resultaten, worden de meeste projecten geëvalueerd op basis van de financiële input en output in plaats van hun algemene resultaat. Omdat er geen focus is op bredere resultaten, is de beoordeling van kosten en schade onvoldoende.

De situatie zou kunnen verbeteren als de EU haar projecten systematisch zou evalueren, maar ook dat is niet het geval. “Tot nu toe heeft de Commissie geen systematische evaluaties achteraf uitgevoerd van individuele, door de EU medegefinancierde grote vervoersprojecten, en heeft zij projectontwikkelaars ook niet gevraagd deze uit te voeren, aangezien een dergelijke wettelijke verplichting niet bestaat.” Het gebrek aan juridische binding vormt opnieuw een probleem, aangezien de lidstaten niet verplicht zijn om de resultaten van projecten te inspecteren en erover te rapporteren.

Lessen

De landen waarmee de Europese aanpak wordt vergeleken, maken geen onderscheid in de planning van de algemene transportprojectstrategie. Hun benadering van andere problemen kan echter waardevol zijn. Australië lijkt bijvoorbeeld efficiëntere procedures te hebben met betrekking tot projectcoördinatie, monitoring, kostenefficiëntie en risicobeoordeling. Hetzelfde gebeurt met de VS met betrekking tot risicobeoordeling, maar het land heeft ook een beter algemeen evaluatiesysteem en constante evaluatie en bijsturing van projecten.

Het hele rapport van de Europese Rekenkamer is hier te vinden als pdf-bestand.

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen.

Wilt u onbeperkt lezen? Sluit nu een actie abonnement af en 

krijg onbeperkt toegang tot vakinformatie over de spoormarkt.

start actie abonnement

Auteur: Nikos Papatolios

1 reactie op “‘EU loopt achter op de rest van de wereld met grote infrastructuurprojecten’”

Wiebe Goossen|02.12.21|13:29

Dat de EU ijzersterk is in ‘strategie’ is langzamerhand wel bekend: het komt vooral neer op ‘een hoop geschreeuw, maar weinig wol’, of zo men wil: “een hoop luchtfietserij”….

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.