spooremplacement

Er wordt meer geïnvesteerd in wegen dan in het spoor, waar blijft de modal shift?

Het spoor wordt voortdurend genoemd als de toekomst voor duurzame mobiliteit, en leiders struikelen over elkaar om te zeggen dat een verschuiving naar het spoor nodig is. Maar als je kijkt naar de investeringen die de afgelopen jaren in het spoor zijn gedaan, dan is het duidelijk dat spoor geen prioriteit heeft gehad. Dat blijkt uit onderzoek van journalistencollectief Investigate Europe.

Het onafhankelijke platform Investigate Europe, analyseerde gegevens over de hoeveelheid geld die is geïnvesteerd in infrastructuur in heel Europa, zodat spoorwegen kunnen worden vergeleken met weg- en luchtvervoer. Volgens gegevens van de OESO (de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) is tussen 2000 en 2019 843 miljard euro geïnvesteerd in spoorwegnetwerken. In dezelfde periode bedroegen de investeringen in wegeninfrastructuur 1.341 miljard.

RailTech meldde eerder dat er inderdaad geen teken is van een modal shift naar het spoor, na een marktrapport van de Europese Commissie. Het marktaandeel van het spoor in vergelijking met het overige passagiersvervoer over land in de EU is tussen 2015 en 2018 vastgelopen op ongeveer 7,8 procent. Het aandeel van het spoor in het goederenvervoer over land is voornamelijk gedaald en bedroeg 18,7 procent in 2018.

Europese fondsen geven prioriteit aan wegen

Naast landen die budget toewijzen aan infrastructuur, heeft de EU ook verschillende fondsen. Er zijn drie belangrijke bronnen voor de financiering van spoorwegprojecten op EU-niveau: het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en de Connecting Europe Facility (CEF). Investigate Europe analyseerde ze allemaal voor de twee financieringsperioden waarvan bruikbare gegevens beschikbaar waren, namelijk 2007-2013 en 2014-2020.

Uit analyse van gegevens blijkt dat tussen 2007 en 2020 in totaal ten minste 62 miljard euro is uitgetrokken voor de ontwikkeling van spoorwegnetwerken in de Europese Unie, waarvan 48,6 miljard voor het TEN-T-netwerk. Deze trans-Europese vervoersnetwerkcorridors hebben prioriteit van de EU, aangezien ze belangrijke secties zijn voor internationale connectiviteit. In dezelfde periode ging echter 82,5 miljard naar wegen en snelwegen, waarvan ongeveer 43 miljard naar TEN-T.

Het Europese innovatie-initiatief Shift2Rail, dat tot doel heeft het spoor te ontwikkelen door middel van gezamenlijke onderzoeks- en innovatieprojecten, begon zijn reis in 2009. De noodzaak van een verschuiving was toen al zichtbaar, maar werd niet weerspiegeld in de toewijzing van Europese investeringen aan vervoer.

Connecting Europe

In 2014-2020 ging meer dan 16,5 miljard euro van het Connecting Europe Facility (CEF)-fonds naar spoorprojecten, 2,1 miljard naar de weg en 1,5 miljard naar luchthavens. Het CEF-programma draagt ​​bij aan de uitvoering van het trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-T) door belangrijke projecten te financieren om de infrastructuur te verbeteren en bestaande knelpunten weg te werken, terwijl tegelijkertijd duurzame en innovatieve mobiliteitsoplossingen worden bevorderd

Van het CEF-fonds ging het hoogste bedrag naar de bouw van de Brenner-basistunnel en de nieuwe Lyon-Turijn-spoorverbinding Mont Cenis-basistunnel, waarbij respectievelijk bijna 880 miljoen van CEF werd toegewezen aan Oostenrijk en Italië voor de eerste en 814 miljoen euro voor Italië en Frankrijk voor de tweede tunnel.

Van de nieuwe ronde van CEF-financiering, voor 2021-2027, die dit jaar is aangenomen, gaat 25,81 miljard euro naar transport in de EU. In ieder geval is een bedrag van 1,56 miljard euro gereserveerd voor spoorprojecten tussen cohesielanden in Europa, waarvan Rail Baltica met 1,4 miljard euro de belangrijkste begunstigde is. In 2021 is er 7 miljard voor vervoer beschikbaar.

Dit kan naast het spoor ook gaan naar wegen of vaarwegen, waarvoor tot 19 januari 2022 projecten kunnen worden ingediend. Het valt dus nog te bezien hoeveel van de CEF en andere Europese fondsen naar het spoor zal gaan, en of wegen de komende jaren nog prioriteit zullen krijgen.

Lees verder:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen.

Wilt u onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af en 

krijg onbeperkt toegang tot vakinformatie over de spoormarkt.

1 maand gratis proefabonnement

Auteur: Esther Geerts

Esther Geerts is journalist van RailTech.com, de internationale zusteruitgave van SpoorPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.

Er wordt meer geïnvesteerd in wegen dan in het spoor, waar blijft de modal shift? | SpoorPro.nl
spooremplacement

Er wordt meer geïnvesteerd in wegen dan in het spoor, waar blijft de modal shift?

Het spoor wordt voortdurend genoemd als de toekomst voor duurzame mobiliteit, en leiders struikelen over elkaar om te zeggen dat een verschuiving naar het spoor nodig is. Maar als je kijkt naar de investeringen die de afgelopen jaren in het spoor zijn gedaan, dan is het duidelijk dat spoor geen prioriteit heeft gehad. Dat blijkt uit onderzoek van journalistencollectief Investigate Europe.

Het onafhankelijke platform Investigate Europe, analyseerde gegevens over de hoeveelheid geld die is geïnvesteerd in infrastructuur in heel Europa, zodat spoorwegen kunnen worden vergeleken met weg- en luchtvervoer. Volgens gegevens van de OESO (de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) is tussen 2000 en 2019 843 miljard euro geïnvesteerd in spoorwegnetwerken. In dezelfde periode bedroegen de investeringen in wegeninfrastructuur 1.341 miljard.

RailTech meldde eerder dat er inderdaad geen teken is van een modal shift naar het spoor, na een marktrapport van de Europese Commissie. Het marktaandeel van het spoor in vergelijking met het overige passagiersvervoer over land in de EU is tussen 2015 en 2018 vastgelopen op ongeveer 7,8 procent. Het aandeel van het spoor in het goederenvervoer over land is voornamelijk gedaald en bedroeg 18,7 procent in 2018.

Europese fondsen geven prioriteit aan wegen

Naast landen die budget toewijzen aan infrastructuur, heeft de EU ook verschillende fondsen. Er zijn drie belangrijke bronnen voor de financiering van spoorwegprojecten op EU-niveau: het Cohesiefonds, het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO) en de Connecting Europe Facility (CEF). Investigate Europe analyseerde ze allemaal voor de twee financieringsperioden waarvan bruikbare gegevens beschikbaar waren, namelijk 2007-2013 en 2014-2020.

Uit analyse van gegevens blijkt dat tussen 2007 en 2020 in totaal ten minste 62 miljard euro is uitgetrokken voor de ontwikkeling van spoorwegnetwerken in de Europese Unie, waarvan 48,6 miljard voor het TEN-T-netwerk. Deze trans-Europese vervoersnetwerkcorridors hebben prioriteit van de EU, aangezien ze belangrijke secties zijn voor internationale connectiviteit. In dezelfde periode ging echter 82,5 miljard naar wegen en snelwegen, waarvan ongeveer 43 miljard naar TEN-T.

Het Europese innovatie-initiatief Shift2Rail, dat tot doel heeft het spoor te ontwikkelen door middel van gezamenlijke onderzoeks- en innovatieprojecten, begon zijn reis in 2009. De noodzaak van een verschuiving was toen al zichtbaar, maar werd niet weerspiegeld in de toewijzing van Europese investeringen aan vervoer.

Connecting Europe

In 2014-2020 ging meer dan 16,5 miljard euro van het Connecting Europe Facility (CEF)-fonds naar spoorprojecten, 2,1 miljard naar de weg en 1,5 miljard naar luchthavens. Het CEF-programma draagt ​​bij aan de uitvoering van het trans-Europese vervoersnetwerk (TEN-T) door belangrijke projecten te financieren om de infrastructuur te verbeteren en bestaande knelpunten weg te werken, terwijl tegelijkertijd duurzame en innovatieve mobiliteitsoplossingen worden bevorderd

Van het CEF-fonds ging het hoogste bedrag naar de bouw van de Brenner-basistunnel en de nieuwe Lyon-Turijn-spoorverbinding Mont Cenis-basistunnel, waarbij respectievelijk bijna 880 miljoen van CEF werd toegewezen aan Oostenrijk en Italië voor de eerste en 814 miljoen euro voor Italië en Frankrijk voor de tweede tunnel.

Van de nieuwe ronde van CEF-financiering, voor 2021-2027, die dit jaar is aangenomen, gaat 25,81 miljard euro naar transport in de EU. In ieder geval is een bedrag van 1,56 miljard euro gereserveerd voor spoorprojecten tussen cohesielanden in Europa, waarvan Rail Baltica met 1,4 miljard euro de belangrijkste begunstigde is. In 2021 is er 7 miljard voor vervoer beschikbaar.

Dit kan naast het spoor ook gaan naar wegen of vaarwegen, waarvoor tot 19 januari 2022 projecten kunnen worden ingediend. Het valt dus nog te bezien hoeveel van de CEF en andere Europese fondsen naar het spoor zal gaan, en of wegen de komende jaren nog prioriteit zullen krijgen.

Lees verder:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen.

Wilt u onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af en 

krijg onbeperkt toegang tot vakinformatie over de spoormarkt.

1 maand gratis proefabonnement

Auteur: Esther Geerts

Esther Geerts is journalist van RailTech.com, de internationale zusteruitgave van SpoorPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.