Treinstation Brussel, reizigers, internationaal spoorvervoer

Europees Parlement stemt in met Vierde Spoorpakket

EU-lidstaten kunnen binnenlands passagiersvervoer per spoor niet meer zonder meer aan een nationale spoorwegmaatschappij gunnen. Het Europees Parlement heeft woensdag ingestemd met het politieke deel van de Vierde Spoorpakket, waarin de regels hiervoor een stuk strenger zijn. Naast de verdere liberalisering van de spoormarkt is het maatregelenpakket ook bedoeld om investeringen en ontwikkeling van nieuwe commerciële diensten te stimuleren. Met het aannemen van het politieke deel van het Europese Spoorpakket is een einde gekomen aan een pittige onderhandelingsperiode van vijf jaar.

De nieuwe Europese spoorwetgeving moet ervoor zorgen dat openbare aanbesteding de standaardprocedure wordt voor het selecteren van spoorvervoerders in EU-landen. Het is de bedoeling dat spoorbedrijven klantgerichter worden en dat het publieke geld dat naar het spoorvervoer gaat, sterk vermindert.

Aanbesteding

In de praktijk behouden nationale autoriteiten nog steeds de mogelijkheid om opdrachten zonder aanbesteding toe te kennen, maar dat mag alleen als zij aan bepaalde uitzonderingen voldoen. Europarlementariër Wim van de Camp gaf vorige week bij een toelichting van het Vierde Spoorpakket in het Parlement in Brussel toe dat als een lidstaat zijn best doet er altijd wel een uitzondering kan worden gevonden.

De keuze voor het toch onderhands aanbesteden moet een verbetering voor de passagiers inhouden of kosten- en efficiëntieverbeteringen bieden. Onderhands toegekende contracten moeten prestatie-eisen, zoals stiptheid, frequentie, kwaliteit van treinen en zitplaatscapaciteit bevatten. Onderhands gunnen wordt toegestaan voor overheidsopdrachten onder een bepaalde gemiddelde jaarlijkse waarde of een aantal jaarlijks reizigerskilometers (7,5 miljoen of 500.000 kilometer).

Spoorwetgeving

In de aangepaste spoorwetgeving blijven lidstaten de mogelijkheid houden om de toegang voor nieuwe exploitanten tot bepaalde lijnen te beperken. Dit dient echter wel door de nationale toezichthouder, in Nederland ACM, te gecontroleerd via een onafhankelijke economische analyse. Daarnaast dient de waakhond erop toe te zien dat de spoorbeheerder onpartijdig te werk gaat, zodat alle vervoerders gelijke toegang hebben tot spoorlijnen en stations.

Het Vierde Spoorpakket heeft een technische en een politieke pijler. Over de maatregelen van de technische pijler was in juni 2015 al overeenstemming en werd in april aangenomen door het Europees Parlement. De politieke pijler, ook wel marktpijler genoemd, was meer controversieel omdat er veel verschillen in de standpunten waren tussen de EU-lidstaten, de Commissie, het Parlement en de transportministers.

Liberalisering spoor

Waar de Europese Commissie graag had gezien dat het spoor in Europa verregaand zou worden geliberaliseerd, wilden de meeste lidstaten hun nationale spoorvervoerder blijven beschermen. Vandaar dat het eindresultaat van de onderhandelingen een samenraapsel is geworden van meerdere compromissen. Europarlementariërs Michael Cramer (De Groenen/Vrije Europese Alliantie) Dominique Riquet stemden woensdag tegen het voorstel omdat zij vinden dat de nieuwe versie van het politieke deel “geen verbeteringen” brengt.

Europarlementariër Wim van de Camp (CDA) gaf vorige week aan niet te verwachten dat het Vierde Spoorpakket voor verdere opening van de spoormarkt in Nederland gaat zorgen. “De Nederlandse overheid beschermt NS op dit punt”, zo stelde hij.

Spoorwegmaatschappijen zullen vanaf 14 december 2020 in staat zijn om commerciële diensten aan te bieden op binnenlandse spoorlijnen in de EU.

Dossier Vierde Spoorpakket:

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van SpoorPro en hoofdredacteur van de Bredase vestiging van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.