Geluidsmetingen bij het spoor. Foto: ProRail

Aantal overschrijdingen geluidsproductieplafonds opnieuw licht gestegen

Op het Nederlandse hoofdspoor was in 2019 op 623 plaatsen sprake van een te hoge geluidsproductie door treinen. Dat is 1,1 procent van alle punten waar het geluid gemeten wordt. Een jaar eerder was dit nog 0,9 procent, maar ook toen was er sprake van een toename ten opzichte van het jaar er voor. De cijfers werden deze week gepresenteerd in het Nalevingsverslag geluidproductieplafonds langs spoorwegen door minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat. Volgens Van Nieuwenhuizen gaat het om een geringe overschrijding.

In het verslag is de naleving van de geluidproductieplafonds (gpp) op de 56.629 referentiepunten langs de hoofdspoorwegen opgenomen. Op 5.162 referentiepunten gold een vrijstelling van naleving vanwege projecten in uitvoering. In 2019 lagen er in totaal 57.107 meetpunten om de 100 meter aan weerszijden langs de (hoofd)spoorwegen, op 50 meter van het spoor en op 4 meter boven lokaal maaiveld. Op elk referentiepunt geeft een geluidproductieplafond de maximale jaargemiddelde geluidproductie vanwege spoorverkeer aan. Langs de hoofdspoorwegen gaat het om 56.629 referentiepunten, langs de Hoekse Lijn die door RET beheerd wordt om 499 referentiepunten, waarbij 21 referentiepunten zowel langs een hoofdspoorweg als langs de Hoekse Lijn liggen.

Snelheidsverhoging

Naast een daadwerkelijke overschrijding van de maximaal toegestane geluidsproductie was er in 2019 ook sprake van reken- en meetverschillen die gecorrigeerd moesten worden, vermeldt het verslag. Op 600 referentiepunten komt de overschrijding van het gpp daadwerkelijk door een verhoging van de geluidproductie. Het gaat onder meer over de baanvakken Zwolle – Wierden, Doetinchem – Gaanderen, Zutphen – Winterswijk, Almelo – Mariënberg, Arnhem – Zutphen en Apeldoorn – Zutphen. In de meeste gevallen gaat het om snelheidsverhogingen, een gewijzigde materieelinzet of intensiever gebruik van het spoor die voor meer geluid zorgen. De oplossing ligt volgens het verslag vaak in het aanpassen van de geluidsplafonds, maar in een aantal gevallen worden ook maatregelen onderzocht om spoor of materieel stiller te krijgen.

Een bijzondere situatie geldt voor de situatie op het baanvak Zwolle-Wierden, waar voor 316 referentiepunten een overschrijding is ontstaan die naar alle waarschijnlijkheid volgend jaar is opgelost omdat het type treinen dat daar rijdt in de praktijk stiller blijkt dan het wettelijk rekenvoorschrift veronderstelt. Het meettechnisch onderzoek is inmiddels afgerond op basis waarvan dit rekenvoorschrift aangepast zal kunnen worden.

Bekijk hier het hele verslag.

De rest van deze locaties worden volgens de minister aangepakt door ProRail om zo de overschrijdingen weg te nemen of te voorkomen. Uit het verslag blijkt verder dat in 2019 (evenals in voorafgaande jaren) door ProRail méér gebruik is gemaakt van zogenaamde ‘stille technieken’, zoals geluidschermen, raildempers, voegloze wissels en betonnen dwarsliggers.

Stille Sprinters

In nalevingsverslagen van voorgaande jaren werd al gemeld dat enkele treintypen aanmerkelijk stiller zijn dan de categorie uit het Rekenen meetvoorschrift waarin ze zijn ingedeeld. Het gaat om de typen SLT IV, SLT VI en GTW. ProRail heeft inmiddels onderzocht of deze treintypen in een stillere categorie kunnen worden ingedeeld. De verwachting is dat eind 2020 de nieuwe emissiekentallen voor elektrische sprinters bekend zijn. Deze categorie omvat de genoemde treintypen alsmede het nieuwe sprintermaterieel van NS (SNG, FLIRT). De berekeningen voor het onderhavige nalevingsverslag over 2019 zijn voor dit type stil elektrisch sprintermaterieel nog uitgevoerd met de oude (hogere) emissiekentallen.

Lees ook:

Auteur: Paul van den Bogaard

Paul van den Bogaard is redacteur van SpoorPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.

Aantal overschrijdingen geluidsproductieplafonds opnieuw licht gestegen | SpoorPro.nl
Geluidsmetingen bij het spoor. Foto: ProRail

Aantal overschrijdingen geluidsproductieplafonds opnieuw licht gestegen

Op het Nederlandse hoofdspoor was in 2019 op 623 plaatsen sprake van een te hoge geluidsproductie door treinen. Dat is 1,1 procent van alle punten waar het geluid gemeten wordt. Een jaar eerder was dit nog 0,9 procent, maar ook toen was er sprake van een toename ten opzichte van het jaar er voor. De cijfers werden deze week gepresenteerd in het Nalevingsverslag geluidproductieplafonds langs spoorwegen door minister Van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat. Volgens Van Nieuwenhuizen gaat het om een geringe overschrijding.

In het verslag is de naleving van de geluidproductieplafonds (gpp) op de 56.629 referentiepunten langs de hoofdspoorwegen opgenomen. Op 5.162 referentiepunten gold een vrijstelling van naleving vanwege projecten in uitvoering. In 2019 lagen er in totaal 57.107 meetpunten om de 100 meter aan weerszijden langs de (hoofd)spoorwegen, op 50 meter van het spoor en op 4 meter boven lokaal maaiveld. Op elk referentiepunt geeft een geluidproductieplafond de maximale jaargemiddelde geluidproductie vanwege spoorverkeer aan. Langs de hoofdspoorwegen gaat het om 56.629 referentiepunten, langs de Hoekse Lijn die door RET beheerd wordt om 499 referentiepunten, waarbij 21 referentiepunten zowel langs een hoofdspoorweg als langs de Hoekse Lijn liggen.

Snelheidsverhoging

Naast een daadwerkelijke overschrijding van de maximaal toegestane geluidsproductie was er in 2019 ook sprake van reken- en meetverschillen die gecorrigeerd moesten worden, vermeldt het verslag. Op 600 referentiepunten komt de overschrijding van het gpp daadwerkelijk door een verhoging van de geluidproductie. Het gaat onder meer over de baanvakken Zwolle – Wierden, Doetinchem – Gaanderen, Zutphen – Winterswijk, Almelo – Mariënberg, Arnhem – Zutphen en Apeldoorn – Zutphen. In de meeste gevallen gaat het om snelheidsverhogingen, een gewijzigde materieelinzet of intensiever gebruik van het spoor die voor meer geluid zorgen. De oplossing ligt volgens het verslag vaak in het aanpassen van de geluidsplafonds, maar in een aantal gevallen worden ook maatregelen onderzocht om spoor of materieel stiller te krijgen.

Een bijzondere situatie geldt voor de situatie op het baanvak Zwolle-Wierden, waar voor 316 referentiepunten een overschrijding is ontstaan die naar alle waarschijnlijkheid volgend jaar is opgelost omdat het type treinen dat daar rijdt in de praktijk stiller blijkt dan het wettelijk rekenvoorschrift veronderstelt. Het meettechnisch onderzoek is inmiddels afgerond op basis waarvan dit rekenvoorschrift aangepast zal kunnen worden.

Bekijk hier het hele verslag.

De rest van deze locaties worden volgens de minister aangepakt door ProRail om zo de overschrijdingen weg te nemen of te voorkomen. Uit het verslag blijkt verder dat in 2019 (evenals in voorafgaande jaren) door ProRail méér gebruik is gemaakt van zogenaamde ‘stille technieken’, zoals geluidschermen, raildempers, voegloze wissels en betonnen dwarsliggers.

Stille Sprinters

In nalevingsverslagen van voorgaande jaren werd al gemeld dat enkele treintypen aanmerkelijk stiller zijn dan de categorie uit het Rekenen meetvoorschrift waarin ze zijn ingedeeld. Het gaat om de typen SLT IV, SLT VI en GTW. ProRail heeft inmiddels onderzocht of deze treintypen in een stillere categorie kunnen worden ingedeeld. De verwachting is dat eind 2020 de nieuwe emissiekentallen voor elektrische sprinters bekend zijn. Deze categorie omvat de genoemde treintypen alsmede het nieuwe sprintermaterieel van NS (SNG, FLIRT). De berekeningen voor het onderhavige nalevingsverslag over 2019 zijn voor dit type stil elektrisch sprintermaterieel nog uitgevoerd met de oude (hogere) emissiekentallen.

Lees ook:

Auteur: Paul van den Bogaard

Paul van den Bogaard is redacteur van SpoorPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.