Overweg bij station Hilversum, foto: ProRail

Jaarverslag spoorveiligheid ILT: 25 zware ongevallen, elf slachtoffers

Het merendeel van de ongevallen op het spoor vond ook in 2019 plaats op overwegen. Van de in totaal 25 zware incidenten gebeurden er veertien op een spoorwegovergang. Hierbij kwamen negen mensen om het leven en vielen er drie zwaargewonden. “Overwegen blijven de zwakste schakel in het spoornetwerk”, valt te lezen in het pas verschenen Jaarverslag Spoorwegveiligheid 2019 van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).

In totaal kwamen er afgelopen jaar elf mensen om het leven op het spoor door ongevallen, waarvan dus negen op een overweg. In vergelijking met een jaar eerder is wel sprake van een lichte daling. Toen vielen er zestien dodelijke slachtoffers, waarvan veertien op een overweg. Het aantal zwaargewonden was met drie mensen in 2019 gelijk aan het aantal in 2018. De inspectie onthoudt zich van aanbevelingen over het terugdringen van het aantal ongevallen op overwegen, maar benadrukt wel dat verdere terugdringing van het aantal overwegen de kans op dodelijke ongevallen vermindert.

Overwegen opheffen

In 2019 zijn 42 overwegen opgeheven en werden geen nieuwe overwegen aangelegd. Hiermee is het aantal overwegen in een jaar met 2 procent verminderd. Het hoogste percentage tot nu toe. In 2018 werden er 26 overwegen opgeheven. Eind 2019 telde het Nederlandse hoofdspoornet nog 2.427 overwegen, waarvan er 724 onbewaakt. Sindsdien zijn er weer een aantal opgeheven, onder meer in Hooghalen en afgelopen week in Santpoort-Zuid.

Bij overwegen ziet de ILT op dit moment nog toe op de nalaving van een aantal aanbevelingen door de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OvV). Dit naar aanleiding van het ongeval in Dalfsen. In 2016 kwam daar de machinist van een Arriva reizigerstrein om het leven bij een aanrijding met een hoogwerker op een overweg.

Zo is ProRail een samenwerking gestart met verschillende brancheverenigingen om de bewustwording te vergroten van de risico’s om met een hoogwerker of een zelfde soort voertuig een overweg over te steken. Hier zijn onder meer werkinstructies uit voortgekomen voor het passeren van een overweg met exceptioneel transport. De ILT vindt de samenwerking tussen ProRail en de brancheorganisaties positief.

Sticker

Verder bracht ProRail op elke overweg een sticker aan met contactgegevens. Hier kan de overweggebruiker de procedure ‘Bijzondere oversteek’ aanvragen. In 2019 is vijf maal van deze procedure gebruik gemaakt. Volgens ProRail hebben er in 2019 geen overwegongevallen plaatsgevonden, doordat deze procedure ten onrechte niet is aangevraagd. De inspectie blijft kritisch over de effectiviteit van de procedure en de sticker. Er zijn waarschijnlijk meer dan vijf transporten per jaar die voor deze procedure in aanmerking komen. Dat betekent dat ProRail meer voorlichting moet geven aan overweggebruikers voor wie de procedure bedoeld is.

Een derde aanbeveling was het ontwikkelen van een systeem dat de machinist waarschuwt als de overweg geblokkeerd is. ProRail heeft de mogelijkheden van een elektronisch obstakeldetectiesysteem voor overwegen onderzocht. Het blijkt technisch mogelijk, maar de kosten zijn volgens de spoorbeheerder te hoog ten opzichte van de veiligheidswinst. De inspectie vindt dat de haalbaarheidsanalyse te eenzijdig gericht is op de technische kosten en baten. De maatschappelijke kosten en baten zijn onderbelicht. ProRail vindt met de inspectie dat zij de maatschappelijke kosten en baten beter in beeld moet brengen.

Aantal STS-passages blijft stijgen

Net als in 2018 steeg ook afgelopen jaar het aantal spoorvoertuigen dat een rood sein passeert zonder toestemming, de zogenaamde STS-passages. Het waren er 142 tegenover 137 in 2018. In 34 gevallen (24%) passeert het spoorvoertuig niet alleen het sein, maar ook het achterliggende gevaarpunt waar de kans op een botsing aanwezig is. Hoewel dit percentage hoger is dan in 2018, is het volgens de ILT vergelijkbaar met de voorgaande jaren.

De stijging is te verklaren door een gewijzigde werkwijze op rangeerterreinen. Vanaf 2018 wordt het treinverkeer op rangeerterreinen op afstand geleid, vanuit de verkeersleiding post. Voorheen deed een procesleider dit ter plaatse. Sindsdien steeg op rangeerterreinen het aantal passages van een STS-passage fors. De ILT signaleert dat de nieuwe werkwijze bijdraagt aan een toename van deze STS-passages.

Risico op dodelijke slachtoffers

De inspectie beoordeelt van elke STS-passage ook of er een risico op dodelijke slachtoffers bestaat. Volgens die beoordeling is er in 2019 bij 97 STS-passages geen risico op dodelijke slachtoffers. Bij 38 STS-passages bestaat er een risico op één slachtoffer. En zeven STS-passages hebben een risico op meerdere slachtoffers. De
risicobeoordeling is daarmee ook vergelijkbaar met de afgelopen vijf jaar.

In het verslag valt verder te lezen dat ERTMS in zijn huidige vorm (Level 1) in ieder geval niet gaat meehelpen bij het terugdringen van het aantal STS-passages. Bij ATB-EG is die kans meer dan een kwart: 9/(9 + 24) = 27 procent. Bij ATB-Vv seinen is de kans op STS-passage waarbij het gevaarpunt bereikt wordt (GVP+) al kleiner: 9/(9 + 37) = 18 procent. En bij ATB-NG is de kans het kleinst: 0/(0+3) = 0 procent. ERTMS level 1 is het slechtst in staat is het risico op GVP+ te beperken: 6/(6+8) = 43 procent.

Arbeidsongevallen

In 2019 raken geen werknemers ernstig gewond door een bewegend spoorvoertuig. Er zijn twee aanrijdingen met baanwerkers, maar dit veroorzaakt geen letsel. Wel zijn er twee zwaargewonden en vier lichtgewonden door elektrisering. Dit komt in totaal negen keer voor, het hoogste aantal sinds de start van de registratie hiervan in 2010.

Bekijk hier het hele verslag

Auteur: Paul van den Bogaard

Paul van den Bogaard is redacteur van SpoorPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.

Jaarverslag spoorveiligheid ILT: 25 zware ongevallen, elf slachtoffers | SpoorPro.nl
Overweg bij station Hilversum, foto: ProRail

Jaarverslag spoorveiligheid ILT: 25 zware ongevallen, elf slachtoffers

Het merendeel van de ongevallen op het spoor vond ook in 2019 plaats op overwegen. Van de in totaal 25 zware incidenten gebeurden er veertien op een spoorwegovergang. Hierbij kwamen negen mensen om het leven en vielen er drie zwaargewonden. “Overwegen blijven de zwakste schakel in het spoornetwerk”, valt te lezen in het pas verschenen Jaarverslag Spoorwegveiligheid 2019 van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).

In totaal kwamen er afgelopen jaar elf mensen om het leven op het spoor door ongevallen, waarvan dus negen op een overweg. In vergelijking met een jaar eerder is wel sprake van een lichte daling. Toen vielen er zestien dodelijke slachtoffers, waarvan veertien op een overweg. Het aantal zwaargewonden was met drie mensen in 2019 gelijk aan het aantal in 2018. De inspectie onthoudt zich van aanbevelingen over het terugdringen van het aantal ongevallen op overwegen, maar benadrukt wel dat verdere terugdringing van het aantal overwegen de kans op dodelijke ongevallen vermindert.

Overwegen opheffen

In 2019 zijn 42 overwegen opgeheven en werden geen nieuwe overwegen aangelegd. Hiermee is het aantal overwegen in een jaar met 2 procent verminderd. Het hoogste percentage tot nu toe. In 2018 werden er 26 overwegen opgeheven. Eind 2019 telde het Nederlandse hoofdspoornet nog 2.427 overwegen, waarvan er 724 onbewaakt. Sindsdien zijn er weer een aantal opgeheven, onder meer in Hooghalen en afgelopen week in Santpoort-Zuid.

Bij overwegen ziet de ILT op dit moment nog toe op de nalaving van een aantal aanbevelingen door de Onderzoeksraad voor de Veiligheid (OvV). Dit naar aanleiding van het ongeval in Dalfsen. In 2016 kwam daar de machinist van een Arriva reizigerstrein om het leven bij een aanrijding met een hoogwerker op een overweg.

Zo is ProRail een samenwerking gestart met verschillende brancheverenigingen om de bewustwording te vergroten van de risico’s om met een hoogwerker of een zelfde soort voertuig een overweg over te steken. Hier zijn onder meer werkinstructies uit voortgekomen voor het passeren van een overweg met exceptioneel transport. De ILT vindt de samenwerking tussen ProRail en de brancheorganisaties positief.

Sticker

Verder bracht ProRail op elke overweg een sticker aan met contactgegevens. Hier kan de overweggebruiker de procedure ‘Bijzondere oversteek’ aanvragen. In 2019 is vijf maal van deze procedure gebruik gemaakt. Volgens ProRail hebben er in 2019 geen overwegongevallen plaatsgevonden, doordat deze procedure ten onrechte niet is aangevraagd. De inspectie blijft kritisch over de effectiviteit van de procedure en de sticker. Er zijn waarschijnlijk meer dan vijf transporten per jaar die voor deze procedure in aanmerking komen. Dat betekent dat ProRail meer voorlichting moet geven aan overweggebruikers voor wie de procedure bedoeld is.

Een derde aanbeveling was het ontwikkelen van een systeem dat de machinist waarschuwt als de overweg geblokkeerd is. ProRail heeft de mogelijkheden van een elektronisch obstakeldetectiesysteem voor overwegen onderzocht. Het blijkt technisch mogelijk, maar de kosten zijn volgens de spoorbeheerder te hoog ten opzichte van de veiligheidswinst. De inspectie vindt dat de haalbaarheidsanalyse te eenzijdig gericht is op de technische kosten en baten. De maatschappelijke kosten en baten zijn onderbelicht. ProRail vindt met de inspectie dat zij de maatschappelijke kosten en baten beter in beeld moet brengen.

Aantal STS-passages blijft stijgen

Net als in 2018 steeg ook afgelopen jaar het aantal spoorvoertuigen dat een rood sein passeert zonder toestemming, de zogenaamde STS-passages. Het waren er 142 tegenover 137 in 2018. In 34 gevallen (24%) passeert het spoorvoertuig niet alleen het sein, maar ook het achterliggende gevaarpunt waar de kans op een botsing aanwezig is. Hoewel dit percentage hoger is dan in 2018, is het volgens de ILT vergelijkbaar met de voorgaande jaren.

De stijging is te verklaren door een gewijzigde werkwijze op rangeerterreinen. Vanaf 2018 wordt het treinverkeer op rangeerterreinen op afstand geleid, vanuit de verkeersleiding post. Voorheen deed een procesleider dit ter plaatse. Sindsdien steeg op rangeerterreinen het aantal passages van een STS-passage fors. De ILT signaleert dat de nieuwe werkwijze bijdraagt aan een toename van deze STS-passages.

Risico op dodelijke slachtoffers

De inspectie beoordeelt van elke STS-passage ook of er een risico op dodelijke slachtoffers bestaat. Volgens die beoordeling is er in 2019 bij 97 STS-passages geen risico op dodelijke slachtoffers. Bij 38 STS-passages bestaat er een risico op één slachtoffer. En zeven STS-passages hebben een risico op meerdere slachtoffers. De
risicobeoordeling is daarmee ook vergelijkbaar met de afgelopen vijf jaar.

In het verslag valt verder te lezen dat ERTMS in zijn huidige vorm (Level 1) in ieder geval niet gaat meehelpen bij het terugdringen van het aantal STS-passages. Bij ATB-EG is die kans meer dan een kwart: 9/(9 + 24) = 27 procent. Bij ATB-Vv seinen is de kans op STS-passage waarbij het gevaarpunt bereikt wordt (GVP+) al kleiner: 9/(9 + 37) = 18 procent. En bij ATB-NG is de kans het kleinst: 0/(0+3) = 0 procent. ERTMS level 1 is het slechtst in staat is het risico op GVP+ te beperken: 6/(6+8) = 43 procent.

Arbeidsongevallen

In 2019 raken geen werknemers ernstig gewond door een bewegend spoorvoertuig. Er zijn twee aanrijdingen met baanwerkers, maar dit veroorzaakt geen letsel. Wel zijn er twee zwaargewonden en vier lichtgewonden door elektrisering. Dit komt in totaal negen keer voor, het hoogste aantal sinds de start van de registratie hiervan in 2010.

Bekijk hier het hele verslag

Auteur: Paul van den Bogaard

Paul van den Bogaard is redacteur van SpoorPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.