Nachtelijke onderhoudswerkzaamheden nabij de Schipholtunnel, foto: ProRail

Transitie naar PGO legt ‘grote druk’ op prestaties ProRail en aannemers

De transitie naar het Prestatie Gericht Onderhoud (PGO) en overdragen van contractgebieden legt een grote druk op de capaciteit en prestaties van ProRail en de spooraannemers. Dat schrijft de Raad van Bestuur van ProRail in een brief aan staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat. ProRail gaat tot eind 2019 negen onderhoudscontracten aanbesteden volgens de PGO-methode.

Dat betekent dat eind 2019 in alle 21 onderhoudsgebieden voor het spooronderhoud met PGO-contracten wordt gewerkt. Dat geldt ook voor de vier pilotgebieden Den Haag, Wadden, Twente en Gelre, waarvan ProRail de contracten in 2015 ontbond vanwege overtreding van de aanbestedingsregels.

Op dit moment wordt er in 16 van de 21 gebieden volgens de PGO-methode gewerkt, waarvan er 12 aan de aanbestedingsregels voldoen. In 2015 constateerde de Boston Consulting Group dat vier van de PGO-contracten ten onrechte van drieënhalf naar tien jaar waren verlengd. De Raad van Bestuur van ProRail meldt in de brief aan staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat dat eind 2019 ook deze gebieden aanbesteed zullen zijn.

Transitie naar Prestatie Gericht Onderhoud

In 2007 is de transitie van onderhoud en contractering (OPC) naar Prestatie Gericht Onderhoud gestart. Dit maakte het mogelijk om alle onderhoudscontracten aan te besteden en had als doel om hogere kwaliteit tegen lagere kosten te realiseren. In PGO-contracten schrijft ProRail niet voor wat er precies moet worden gedaan, maar spreken de spoorbeheerder en aannemers resultaatverplichtingen af. Het idee erachter is dat de aannemer het werk op basis van eigen vakkennis uitvoert en daarbij innovaties inzet om bijvoorbeeld efficiënter te werken.

Volgens ProRail is het aantal technische storingen aan de spoorinfrastructuur in PGO-gebieden ruim 20 procent lager dan in andere onderhoudsgebieden. Het aantal vertragingen van het treinverkeer door verstoringen is 16 procent lager. Een schatting van de Boston Consulting Group geeft aan dat in 2016 één miljard euro is bespaard op de kosten voor kleinschalig onderhoud. Dit komt mede doordat de kosten van een PGO-contract gemiddeld 40 procent lager liggen dan bij een OPC-contract.

Ingrijpende gevolgen

De Raad van Bestuur erkent in de brief aan Van Veldhoven dan ook dat naast de positieve effecten van lagere kosten en betere prestaties, deze transitie ‘ingrijpende gevolgen’ had voor ‘de bedrijfsvoering van de spooraannemers’. “Bedrijven moesten stevig snijden in hun organisatie en bezuinigen op personeel. Breed gedeelde zorgen over het behoud van vakmanschap en over de gevolgen voor de dagelijkse operatie waren de onbedoelde neveneffecten.”

ProRail heeft in 2013, vanwege de negatieve gevolgen van de overgang naar PGO, in overleg met het ministerie besloten om de transitie te pauzeren en bemiddeling in te zetten. Dit leidde tot een convenant tussen ProRail en de aannemers, waarin zij afspraken maakten over de overgang naar de nieuwe contractvorm.

Onderdeel daarvan was een herstart van de aanbesteding met vier pilots om de PGO-contracteringssystematiek verder te kunnen verbeteren. De toenmalige ProRail-directie besloot om deze pilotcontracten onderhands te gunnen voor een looptijd van tien jaar, in plaats van de eerder beoogde drieënhalf jaar.

Onderzoek

Onafhankelijk onderzoek van PricewaterhouseCoopers (PwC) wees echter in 2015 uit dat met de onderhandse concurrentieregels werden overtreden. ProRail heeft vervolgens deze contracten ontbonden. Op dit moment wordt de aanbesteding van de pilotgebieden Den Haag, Wadden, Twente en Gelre voorbereid. Eind 2019 moeten deze gebieden aanbesteed zijn.

De Raad van Bestuur van ProRail schrijft aan Van Veldhoven samen met onderzoeksbureau Stibbe te hebben bekeken welke ‘juridische aspecten met het oog op de voorgenomen beëindiging van de PGO-pilotcontracten tot nu toe niet of onvoldoende zijn belicht’. Uit de analyse is gebleken dat de spooraannemers ‘niet-marktconforme vergoedingen hebben ontvangen voor de door hen verrichte werkzaamheden’. “Als dit uiteindelijk zou worden bevestigd, zou dit betekenen dat ProRail recht heeft op terugbetaling van het te veel betaalde”, aldus Stibbe.

Tegelijkertijd is het volgens Stibbe ook mogelijk dat ProRail de aannemers een vergoeding verschuldigd is vanwege de ‘voortijdige beëindiging’ van deze contracten. “De vaststelling dat deze contracten niet-marktconform zijn, kan echter ertoe leiden dat een dergelijke beëindigingsvergoeding zelfs staatssteun behelst.” Nader onderzoek moet nog uitwijzen of dat daadwerkelijk het geval is.

PGO-transitie

De Raad van Bestuur meldt dat ProRail en de aannemers ‘aan de vooravond van het volgende gedeelte van de PGO-transitie’ staan. Dit jaar en volgend starten 12 van de 21 onderhoudsgebieden met een nieuw PGO-contract. Dit betekent veel operationele veranderingen in een korte tijd.” Vijf gebieden en de pilotgebieden worden voor het eerst aanbesteed. Hiervan hebben twee gebieden een aangepaste planning. Gebied ‘Zevenaar’ start waarschijnlijk op 1 april 2019 en het gebied ‘Brabant en Limburg’ op maart 2019. Mogelijk is het nodig om vanwege de vertraging lopende contracten ‘enkelvoudig te verlengen’.

De komende anderhalf jaar wordt volgens de Raad ‘een spannende tijd, die de nodige uitdagingen met zich meebrengt’. ProRail spant zich ‘maximaal in’ om de transitie beheerst uit te blijven voeren.

Lees ook:

ProRail ontbindt onderhands verlengde onderhoudscontracten

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van SpoorPro en adjunct-hoofdredacteur van de vakwebsites van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.