Een passagierstrein en een goederentrein op baanvak Amsterdam-Utrecht, foto: ProRail

ACM keurt berekening gebruikersvergoeding periode 2023-2025 goed

De Autoriteit Consument en Markt (ACM) heeft de methode van de toerekening van de gebruikersvergoeding door ProRail aan de vervoerders voor de periode 2023-2025 goedgekeurd. Een betere onderbouwing van de directe kosten door ProRail heeft er volgens de ACM voor gezorgd dat deze lager uitvallen. 

ProRail bood de methode op 18 december vorig jaar ter goedkeuring aan bij de ACM. De marktautoriteit heeft de goedkeuring van deze methode op 8 april gepubliceerd. De belangrijkste verandering ten opzichte van de voorgaande methode, voor de periode 2020-2022 en door de ACM goedgekeurd in 2018, is volgens de ACM “dat ProRail in de onderhavige methode meer gebruik heeft gemaakt van empirische methoden om het percentage van de totale kosten dat als directe kosten wordt aangemerkt, te onderbouwen”.

Dit heeft volgens de marktautoriteit geresulteerd in “lagere percentages, waardoor de aan de diensten van het minimumtoegangspakket toe te rekenen directe kosten en daarmee de uiteindelijk in rekening te brengen vergoedingen voor deze diensten lager zullen uitvallen”.

Minimumtoegangspakket

Spoorvervoerders betalen een gebruikersvergoeding voor het hoofdspoor. Onderdeel van deze gebruiksvergoeding is een vergoeding voor diensten uit het minimumtoegangspakket.

Daaronder vallen:

  • Behandeling van aanvragen voor capaciteit op het hoofdspoor;
  • Het recht om gebruik te maken van de toegewezen capaciteit;
  • Gebruik van de spoorweginfrastructuur, inclusief de aansluitingen en wissels;
  • Treinbeheer met inbegrip van seinen, regeling, treindienstleiding en de overdracht en levering van informatie over treinbewegingen;
  • Het gebruik van elektrische voedingsinstallaties ten behoeve van de tractie;
  • Alle andere informatie die nodig is om de dienst waarvoor capaciteit aangevraagd is, tot stand
    te brengen of te exploiteren.

ProRail heeft de mogelijkheid om binnen het minimumtoegangspakket verschillende diensten te onderscheiden. De spoorbeheerder kan voor deze diensten een aparte vergoeding hanteren.

Daarbij zijn de volgende parameters beoordeeld:

  • Treinmassa (gewicht);
  • Verbruikte en gemeten elektrische stroom of bewegingen van de pantografen  of sleepschoenen als parameter om de slijtage aan de bovenleiding of stroomrail door te berekenen;
  • Andere kostengerelateerde parameters waarvoor ProRail aan ACM kan aantonen dat de waarde, met inbegrip van de eventuele differentiatie objectief is gemeten en geregistreerd.

Toerekening gebruikersvergoeding

De toerekening van de gebruikersvergoeding is gedaan op basis van de in 2020 begrote kosten voor de jaren 2023 tot en met 2025. In de begroting van ProRail zijn de begrote kosten onderverdeeld in een aantal kostencategorieën. Output zijn de vergoedingen per dienst voor de periode 2023-2025.

Model kostentoerekening gebruikersvergoeding ProRail

De ACM oordeelt dat deze hoofdstructuur een goede basis is voor de toerekening van de directe kosten van het minimumtoegangspakket Ook zou het voldoen “aan de beginselen van integraliteit, transparantie en navolgbaarheid”.

Opvallend is dat in de beoordeling uitgebreid wordt ingegaan op de hoofdstructuur, maar niet op de verschillende diensten, waarvoor ProRail een aparte vergoeding kan hanteren, zoals het gebruik van opstelterreinen, sorteerstations en wasstraten voor treinmaterieel.

Wettelijke eisen

In navolging van Europese wetgeving moet ProRail een rekenmethode toepassen voor de toerekening van kosten voor de diensten uit het minimumtoegangspakket. Onder het minimumtoegangspakket vallen de belangrijkste diensten die nodig zijn om een trein te laten rijden. De methode beschrijft hoe de kosten voor de verschillende diensten zijn opgebouwd en in rekening worden gebracht bij de vervoerders.

ACM beoordeelt of de methode voldoet aan de wettelijke eisen. Een belangrijke wettelijke eis is dat alleen de directe kosten van het minimumtoegangspakket mogen worden toegerekend, oftewel de kosten die worden veroorzaakt door het gebruik van het spoor. Daarnaast controleert de marktautoriteit of de rekenmethode voldoet aan EU-richtlijn 2012/34/EU, de EU-uitvoeringsverordening 2015/909 betreffende de modaliteiten voor de berekening van de kosten die rechtstreeks uit de exploitatie van de treindienst voortvloeien, de Spoorwegwet en het Besluit implementatie richtlijn 2012/34/EU tot instelling van één Europese spoorwegruimte.

Lees ook:

‘Als Green Deal belangrijk is, dan moet spoor eerlijk worden beprijsd’

Onbeperkt lezen?

Ontwikkel jezelf met vakblad SpoorPro.nl.

Krijg onbeperkt toegang tot vakinformatie over de spoormarkt.

1 maand gratis proefabonnement

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van SpoorPro en algemeen hoofdredacteur van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.