Metro Rotterdam

Terugblik deel 3: RET over vervanging spoorbeveiliging metro Rotterdam

Het voordeel van het nieuwe spoorbeveiligingssysteem van het Rotterdamse metronetwerk is dat alles nu computergestuurd is. Hierdoor konden de mogelijkheden van het nieuwe systeem verder uitgenut worden. Zo kan er bij verstoringen of stremmingen sneller herstel plaatsvinden. Dit zegt Renco Lambermon, projectmanager metrobeveiliging bij de RET, die terugblikt naar de grootschalige vervangingsoperatie van het spoorbeveiligingsnetwerk.

In een driedelige serie blikt SpoorPro met drie betrokken partijen terug naar het project: RET, Alstom en TÜV SÜD. In dit deel spreken we met Renco Lambermon, projectmanager metrobeveiliging bij de RET.

“We zijn van de relaistechniek overgestapt naar een volledig elektronische installatie. Daarbij is de communicatie tussen de wal en het voertuig hetzelfde gebleven. Het signaal tussen de wal en het voertuig wordt via analoge technologie overgedragen. Het schakelen tussen snelheidscodes gebeurde voorheen via de relaistechniek, maar nu via computers.”

Modernisering

In 2008 is besloten om de verouderde spoorbeveiligingsinstallaties te vervangen door moderne digitale beveiligingsinstallaties. Het ging om een groot project met een waarde van 92,7 miljoen euro. “De RET heeft zestig kilometer aan spoor, waarvan de spoorbeveiliging wordt gerealiseerd door  41 installaties. We moesten ombouwen terwijl de metro’s bleven rijden. Dat was een uitdaging, maar we zijn erin geslaagd.”

In 2008 gunde RET General Electric Company (GE) het contract voor de vernieuwing van het gehele beveiligingssysteem (interlocking) voor de Rotterdamse Metro. Het project had de naam Vervanging Spoorbeveiliging Metro – RET (VSM-RET). “GE startte toen met het systeem goed te specificeren, wat ongeveer een jaar heeft geduurd. Daarna is GE prototypes gaan installeren. In 2011 was de eerste installatie gereed. Dit was een pilot installatie die minimaal een half jaar moest gaan draaien.”

Tekst loopt verder onder foto.

Metro Rijnhaven Rotterdam, foto: E. Fecken

Uitrol beveiligingssysteem

“Vanaf 2012 zijn we de nieuwe spoorbeveiliging stapsgewijs over het metronetwerk gaan uitrollen. Omdat de metro’s bleven rijden, konden we alleen de systemen alleen in de nacht ombouwen”, legt de projectmanager uit. “We hebben waar het kon de nieuwe installatie naast de oude installatie opgebouwd.”

Toen alle nieuwe installaties gereed waren, kon de testperiode starten, vertelt Lambermon. “We konden in de nacht steeds vier uur testen. We hadden een soort schakelaar waarmee we om konden schakelen naar het nieuwe systeem.”

Nadat de testperiode positief was verlopen, moest er een onafhankelijke veiligheidsbeoordeling plaatsvinden in de vorm van een Independent Safety Assessment. Dit werd uitgevoerd door TÜV SÜD Nederland. Voor ieder van de 41 stations werd een Specific Application Safety Case (SASC) geleverd door de leverancier. Deze safety case werd steeds door TÜV SÜD beoordeeld. Lambermon: “Het traject heeft ongeveer tot 2016 geduurd voordat alles was omgebouwd.”

Computergestuurd systeem

“Het voordeel van dit nieuwe beveiligingssysteem is dat alles computergestuurd is. De functionaliteit is nu niet meer vastgelegd met behulp van bedrading, maar ligt nu vast in de software”, legt de projectmanager uit. Ook biedt het systeem meer mogelijkheden in de bediening waardoor er bij verstoringen of stremmingen sneller herstel van het metroproces kan plaatsvinden door bijvoorbeeld te keren of een andere rijweg in te stellen. “Dit kan bijvoorbeeld handig zijn als er een voertuig defect is.”

Verder werden er verbeteringen in de keerprocessen en enkel spoorbedrijf aangebracht. De nieuwe beveiligingssystemen hebben er daarnaast voor gezorgd dat de verkeersintensiteit en de snelheid van de metro’s kon toenemen. “We hebben de baan nog een keer volledig ingemeten om te kijken of er op sommige trajectdelen hogere snelheden mogelijk waren.”

“Op dit moment kijken we of we het huidige spoorbeveiligingssysteem nog verder kunnen uitnutten. We onderzoeken bijvoorbeeld of het mogelijk is om iedere twee minuten een metro te laten rijden. We merkten voor de coronacrisis dat het veel drukker ging worden op het Rotterdamse metronetwerk. Daarom onderzoeken we of de capaciteit nog verder kan worden verhoogd.”

Lees ook:

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van SpoorPro en algemeen hoofdredacteur van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.