Spoortrillingen, ‘één stenen plaat in de grond kan een enorm verschil betekenen’

Hinder door spoortrillingen is niet nieuw, maar wel een groeiend probleem bij de toenemende vraag op het spoor. Het levert een grote groep omwonenden van het spoor veel overlast op. “Een onwenselijke situatie”, vindt het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Samen met ProRail, NS en de goederenvervoerders wordt daarom gewerkt aan het zo veel mogelijk beperken van trillingen. Hierbij wordt ook samengewerkt met gemeenten en omwonenden. Het ministerie onderzoekt zo of er uiteindelijk wet- en regelgeving voor spoortrillingen moet komen en hoe deze er uit zou moeten zien.

“Trillingen helemaal wegnemen zal helaas nooit lukken, maar de recente toename van trillingen op sommige spoortrajecten benadrukt de urgentie van het probleem”, legt Sylvia Koolmees, Teamcoördinator Omgevingseffecten spoor bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat uit. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) ontwikkelt daarom, in opdracht van het ministerie van IenW een rekenmodel waarmee trillingen in kaart kunnen worden gebracht. “Dit model maakt het mogelijk om op landelijk niveau berekeningen te doen naar de trillingsterkte, hierdoor kunnen we hopelijk ook preventief te werk gaan om trillingen te beperken.”

Het ministerie en het RIVM onderzoeken daarnaast ook de zogenaamde ‘dosis-effectrelatie’: welke hoeveelheid trillingen vinden omwonenden aanvaardbaar. Wanneer ervaren omwonenden hinder en is er bijvoorbeeld sprake van een effect op hun gezondheid. Dit grootschalige vragenlijstonderzoek zal in 2020 door het RIVM worden uitgevoerd. Verder stuurde het ministerie in juli een innovatieagenda spoortrillingen naar de Tweede Kamer. Dit document wordt nu verder door ProRail uitgewerkt en bevat onder meer onderzoek naar maatregelen aan het spoor en het materieel. Maar daarnaast meer fundamenteel onderzoek naar de interactie tussen trein en spoor. Ook is er nadrukkelijk aandacht voor maatregelen die zich richten op het onderhoud van spoor en materieel. “Op basis van de uitkomsten van deze onderzoeken moeten we gaan zoeken naar de balans tussen de belangen van omwonenden en dat van meer vervoer over het spoor.”

Trillende Traxx

Om hinder door trillingen waar mogelijk te voorkomen in plaats van ze achteraf te bestrijden is er een zogenaamde ‘Handreiking Nieuwbouw en Spoortrillingen’ in de maak. Deze handreiking voor gemeenten, woningcoöperaties, projectontwikkelaars en aannemers, moet handvatten geven om bij nieuwbouw langs het spoor vooraf rekening te houden met het voorkomen van trillinghinder. Hierbij gaat het ministerie uit van bestaande bouwregelgeving. “Verder zijn er door ProRail zogenaamde ‘Shimlifts’ onder de spoorstaven geplaatst bij een aantal betonnen overwegen langs de Brabantroute. Uit de metingen bleek dat de hoeveelheid trillingen hierdoor 10 tot 13 procent was verminderd. Helaas was er voor de omwonenden geen verschil merkbaar. We gaan hier dus door met het zoeken naar oplossingen, want we willen dat omwonenden juist minder overlast ervaren.”

Bij het opstellen van wet- en regelgeving voor geluidshinder heeft het ook vrij lang geduurd voordat er inzicht was in een methode, zegt Koolmees. “Trillingen zijn nog veel complexer om te registreren en beoordelen. Ze worden veroorzaakt door veel verschillende factoren en zijn nergens gelijk. De samenstelling van de bodem, het type infrastructuur en het type materieel zijn erg bepalend.” In het geval van de overwegen in Brabant bleek de inzet van Traxx-locomotieven voor een plotselinge toename van de trilllingshinder te zorgen. “Verder is de bebouwing ter plaatse ook van invloed. Een stenen plaat in de grond kan ook een zeer bepalend effect hebben. Maatregelen moeten daarom maatwerk zijn. Ook is er nog veel wetenschappelijk onderzoek nodig naar de gedragingen van trillingen in verschillende omstandigheden. Dit staat nog in de kinderschoenen.”

Snelheid omlaag

De uitvoering van de innovatieagenda van het ministerie bestrijkt een langere termijn omdat aanpassingen aan het spoor of materieel niet zomaar kunnen worden uitgevoerd. De Shimlifts bij de overgangen in Dorst en Gilze-Rijen zijn onderdeel van de agenda. Evenals de proef voor het verlagen van de snelheid van een aantal goederen- en reizigerstreinen die dit najaar start op het traject Meteren-Boxtel. “We willen alle mogelijkheden bekijken. Veel partijen spelen een rol bij het onderwerp spooortrillingen. Samenwerken, transparant zijn, oog hebben voor de belangen van andere partijen zijn in deze fase van belang. Het vinden van een juiste balans op dit dossier tussen de belangen van omwonenden en de vervoerders, de spoorbeheerder, de reizigers en de verladers vormt een uitdaging voor de komende jaren en vraagt om verdere versterking van die samenwerking.”

Om die samenwerking te verbeteren en om er voor te zorgen dat alle partijen goed zicht hebben op de breedte van het onderzoeksveld en de samenhang tussen de diverse acties, start het ministerie in oktober met een zogeheten ‘joint fact finding proces’. Hierbij komen de stakeholders en vertegenwoordigers van omwonenden op regelmatige basis samen onder leiding van een onafhankelijke voorzitter. “Deze groep opereert als het ware als een klankbordgroep: hiermee hoopt het ministerie te komen te resultaten die door alle deelnemers gedragen worden.”

Sylvia Koolmees is een van de sprekers op het SpoorPro Seminar Trillingen en Geluid op 30 oktober in het Railcenter in Amersfoort. In haar presentatie gaat Koolmees uitgebreid in op de onderzoeken die lopen en de maatregelen die op de planning staan bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Inschrijven voor het seminar kan nog steeds. Kijk voor meer informatie en registratie op de evenementenpagina. 

Lees ook:

Auteur: Paul van den Bogaard

Paul van den Bogaard is redacteur van SpoorPro.

1 reactie op “Spoortrillingen, ‘één stenen plaat in de grond kan een enorm verschil betekenen’”

John rdam|03.10.19|18:43

De TRAXX is met zijn half-afgeveerde motoren natuurlijk niet alleen een bron van trillingen voor de omgeving, maar ook van spoorschade. Voorbeeld van hoe de vervoerder kiest voor de goedkoopste oplossing en de infrabeheerder de schade draagt. Vergelijkbaar met de goedkope Citadis-tweeassers van de RET die de rails veel sneller opvreten dan trams op beweegbare onderstellen.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.