Bovenleiding, 3000 Volt, Antwerpen
Interview

Energiebesparing in de spoorsector: ‘de meest duurzame energie is energie die je niet verbruikt’

De spoorsector staat er goed op als een vorm van duurzaam vervoer, maar ook binnen deze sector is er nog een wereld te winnen als het op energiebesparing aankomt. Dat zegt Bjørn Lysne van het European Partnership for Railway Energy Settlement Systems (Eress). Hij spreekt volgende week tijdens RailTech Europe over hoe de sector aangespoord kan worden om zuiger met energie om te springen.

Bedrijven in de spoorsector hebben net als veel andere firma’s te maken met verhoogde energieprijzen. Spoorbedrijven kunnen weliswaar geen directe invloed uitoefenen op de prijzen maar wel net een en ander ondernemen. “In Europa verbruiken we meer energie dan we opwekken. Dat is niet zonder risico, zoals nu blijkt uit onze afhankelijkheid van Rusland. De EU zoekt dan ook naar manieren om de energieconsumptie terug te dringen. De spoorsector staat in de belangstelling omdat het een efficiënte vorm van transport is, maar daar is nog een wereld te winnen qua energiebesparing”, aldus Lysne. “De meest duurzame vorm van energie is de energie die je niet verbruikt”.

Lysne werkt als energiemanagement-deskundige bij de Noorse spoorbeheerder Bane NOR en is tevens verbonden aan Eress. Dat is een Europees samenwerkingsverband voor de registratie van energieverbruik en de facturatie daarvan. Daarnaast heeft Eress kennisoverdracht over energiebesparingen tot doel. Meer dan 130 spoorbedrijven werken daardoor al met het facturatiesysteem Erex. De gemiddeld gerealiseerde energiebesparingen van spoorbedrijven lopen uiteen van 20 tot 30 procent.

Betalen naar gebruik

Toen het precieze energieverbruik nog niet geregistreerd werd, waren de facturen stiekem niet meer dan grove schattingen. “In sommige landen was het zo slecht geregeld dat het overgebleven bedrag simpelweg op het bordje van de grootste speler terecht kwam”, aldus Lysne, die toevoegt dat er geen echte prikkel was om op energiebesparing te letten. “Nu bedrijven door registratie precies zien waarvoor ze betalen weten ze tevens waar de besparingen te realiseren zijn.”

Die besparingen komen uiteraard niet uit de lucht vallen, zegt de spoorprofessional. “Daarvoor is bijvoorbeeld de training van machinesten nodig. Ook transparantie is noodzakelijk, want je wilt niet dat spoorbedrijven meer betalen dan dat ze daadwerkelijk verbruikt hebben.”

Juiste specificatie

Eress kreeg voor het eerst voet aan de grond in de Scandinavische landen. Daar werden in 2007 begonnen met de installatie van energiemeetapparatuur en de registratie en de facturatie van energieverbruik door rollend materieel. Inmiddels zit de organisatie in zijn 15e jaar en hebben negen landen zich inmiddels bijgevoegd. De jongste deelnemer is Portugal.

“Vanaf dag 1 hebben we grensoverschrijdend gewerkt en vanaf 2007 wisselen we informatie over energieverbruik uit dankzij de standaardisatie in samenwerking met de International Union of Railways (UIC). Dat betekent dat ook treinen die meerdere landen doorkruisen de juiste specificatie op hun factuur krijgen”, zegt Lysne.

Prikkel voor energiebesparing

De benodigde meet- en registratieapparatuur is sinds 2017 gestandaardiseerd. Dat betekent overigens niet dat er geen concurrentie tussen aanbieders is, maar simpelweg dat de systemen universeel toepasbaar zijn. Spoorbedrijven kunnen zelf kiezen welke apparatuur ze aanschaffen. “In landen als Noorwegen, Zweden en Zwitserland zijn vrijwel alle treinen voorzien van de benodigde apparatuur. Inmiddels is het ook Europa-breed ingevoerd, maar er moet nog een flinke slag gemaakt worden om alles achteraf in te bouwen.”

Daartoe zijn de bedrijven niet verplicht, maar Lysne ziet wel steeds vaker dan de kosten-batenanalyse in het voordeel uitvalt van het wel werken met meet- en registratieapparatuur. “Dat is met name het geval voor bedrijven die werken met rollend materieel dat remenergie kan terugwinnen. In Scandinavische landen wordt daar een vergoeding voor berekend, wat een belangrijke prikkel kan zijn om in te zetten op verdere energiebesparing”.

Uitrol niet zonder obstakels

Toch gaat de uitrol en inbouw van meet- en registratieapparatuur minder vlot dan verwacht. Dat komt volgens Lysne door de ongelukkige samenloop van de naweeën van de coronacrisis en de huidige onzekerheid op de energiemarkten. “Bedrijven kunnen tegenwoordig lastig inschatten met welke volumes ze werken, daarnaast zorgt de verstoring van de wereldwijde aanvoerlijnen nog altijd voor onderdelentekorten. Daarnaast kan inbouw van meet- en registratieapparatuur zo maar tien keer zo lang duren. Gelukkig heeft de spoorsector daar begrip voor.”

Meer weten over dit onderwerp? Lysne spreekt op dag 2 van RailTech Europe over wat spoorbedrijven over de streep kan trekken wat energiebesparing betreft. Klink hier voor meer informatie, registratie en het dagprogramma. 

Lees verder:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen.

Wilt u onbeperkt lezen? Sluit nu een actie abonnement af en 

krijg onbeperkt toegang tot vakinformatie over de spoormarkt.

start actie abonnement

Auteur: Esther Geerts

Esther Geerts is journalist van RailTech.com, de internationale zusteruitgave van SpoorPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.