Een hogesnelheidstrein van Thalys

Marktverkenning IenW: internationale treinverbindingen komen ook in open toegang tot stand

De kans is groot dat (middel)lange grensoverschrijdende treinverbindingen die deel uitmaken van de hoofdrailnetconcessie ook in open toegang tot stand komen. Open toegang zou een bescheiden eerste stap betekenen richting internationale verbindingen van betere kwaliteit en met hogere frequenties.

Het gaat daarbij om beperkte positieve effecten, blijkt uit de langverwachte ‘Marktverkenning internationale verbindingen in open toegang’, die is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. De uitkomsten van dit onderzoek worden gebruikt bij het besluit welke internationale treinverbindingen onderdeel zullen zijn van de nieuwe HRN-concessie vanaf 2025.

Berenschot, TÜV Rheinland en Arcadis gingen bij spoorvervoerders te rade of zij kansen zien om in open toegang internationale treindiensten van en naar Nederland aan te bieden. Ook zijn aandachtspunten en randvoorwaarden hiervoor in kaart gebracht.

Nog geen nieuw aanbod

Zowel huidige als potentiële aanbieders blijken interesse te hebben voor de markt voor internationale (middel)langeafstandsverbindingen van en naar Nederland. Het gaat dan om verbindingen in het HSL/ICE-segment (naar Londen, Parijs en Frankfurt) en in het IC-segment (naar Brussel en Berlijn). Maar hoewel als gevolg van concurrentie op termijn een aantrekkelijker aanbod kan ontstaan, is de verwachting dat nieuw aanbod in eerste instantie waarschijnlijk niet groot zal zijn.

De onderzoekers schrijven dit toe aan de uitdagingen rond het tot stand brengen van grensoverschrijdende verbindingen, gecombineerd met de sterke uitgangspositie van de bestaande aanbieders. Knelpunten zijn onder meer de beschikbaarheid van materieel, beperkingen aan infrastructuur en de verkrijgbaarheid van al dan niet doorgaande tickets en tarieven.

Samenhang binnenlandse treinen

Voor de verbindingen naar Brussel en Berlijn geldt zelfs dat het risico bestaat dat de kwaliteit in open toegang verslechtert. Dat komt door de sterke samenhang met de binnenlandse dienstregeling. In de huidige HRN-concessie kan op deze trajecten worden gestuurd op een optimale kwaliteit voor binnenlandse treinen zoals frequentie, punctualiteit en zitplaatskans. Bij open toegang tot het spoor verdwijnt dit.

Tegelijkertijd is uit gesprekken met NS en haar partners onvoldoende duidelijk geworden wat voor de internationale reiziger de meerwaarde is van het in de HRN-concessie onderbrengen van het totale aanbod aan grensoverschrijdende intercity- en HSL-verbindingen, zoals nu gebeurt. Zij zullen zich naar verwachting maximaal inzetten om hun dusdanige marktpositie te behouden. “Dat leidt er normaal gesproken toe dat, ook als de internationale verbindingen geen onderdeel zijn van een HRN-concessie, een zeer groot deel van het huidige aanbod in stand zal blijven of zelfs zal worden uitgebreid”, aldus de onderzoekers.

Tekst gaat verder onder de foto

Een Intercity Direct-rijtuig op station Breda

Intercity Direct naar Brussel op Rotterdam Centraal (foto: NS)

Geen interesse in regionale verbindingen

Voor kort grensoverschrijdende verbindingen (Maastricht-Luik en Roosendaal-Antwerpen) heeft geen enkele marktpartij interesse getoond. Vrijwel alle verbindingen worden namelijk getypeerd als structureel verlieslatende sprinterverbindingen. Regionale vervoerders zien daarentegen wel mogelijkheden om in open toegang bestaande verbindingen op incidentele basis – bijvoorbeeld in het weekend of bepaalde seizoenen – door te rijden naar alternatieve bestemmingen.

Wat nachttreinen betreft zijn de toetredingsdrempels en risico’s lager dan voor reguliere internationale verbindingen. Maar het specifieke kenmerk van deze verbindingen zorgt in de Nederlandse context voor operationele uitdagingen, zoals schaarste aan opstelcapaciteit en eisen ten aanzien van aslasten. Trajecten boven de 700 kilometer ten slotte worden binnen afzienbare termijn niet op grote schaal verwacht. Vervoerders willen zich vanwege corona eerst focussen op herstel van hun kernverbindingen en het ontwikkelen van aanvullend aanbod op de meest kansrijke trajecten.

Drempels en risico’s verlagen

Open toegang van grensoverschrijdende verbindingen kan volgens de onderzoekers dus een bescheiden eerste stap betekenen richting verbeterde kwaliteit en kwantiteit. Een daadwerkelijk structureel beter internationaal aanbod hangt wel samen met het verlagen van drempels en risico’s voor potentiële vervoerders. Hiervoor zijn twaalf aandachtspunten en randvoorwaarden geschetst, die behoorlijk variëren in benodigde investeringen en doorlooptijden.

De belangrijkste voorwaarde is het bieden van voldoende zekerheid op lange termijn over het zo optimaal mogelijk kunnen aanbieden van diensten, gezien de krappe capaciteit op het Nederlandse spoor. Maar er wordt ook ingegaan op bijvoorbeeld het toestaan van hogere aslasten vanwege de lage beschikbaarheid van betaalbaar materieel. Andere aandachtspunten hebben onder meer betrekking op de ruimte op opstelterreinen, duidelijkere ambities voor infrastructuur richting het oosten, garantstelling voor financiering van materieel en de verkrijgbaarheid van doorgaande tickets en tarieven.

Besluit in 2022

Demissionair staatssecretaris Steven van Weyenberg (Infrastructuur Waterstaat) ziet in het rapport “een genuanceerd beeld”. Het nieuwe kabinet neemt volgend jaar een besluit over marktordening op internationale treinverbindingen. De uitkomsten van deze marktverkenning vormen hiervoor de bouwstenen. Het besluit hangt samen met die van het programma van eisen voor de nieuwe HRN-concessie, dat in de zomer van 2022 wordt verwacht.

Het recht op open toegang voor het aanbieden van binnenlands personenvervoer is het gevolg van het Vierde Spoorwegpakket van de Europese Commissie. Het openstellen van de spoormarkt kan ertoe leiden dat het aanbieden van grensoverschrijdende verbindingen aantrekkelijk wordt, omdat ook binnenlandse reizigers kunnen worden vervoerd. Dit kan dan weer bijdragen een een betere kwaliteit en hogere frequentie tegen concurrerende prijzen.

Lees hier de volledige marktverkenning.

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen.

Wilt u onbeperkt lezen? Sluit nu een actie abonnement af en 

krijg onbeperkt toegang tot vakinformatie over de spoormarkt.

start actie abonnement

Auteur: Dylan Metselaar

Dylan Metselaar is de vaste redacteur van OVPro.nl en schrijft ook regelmatig voor andere vakbladen van ProMedia Group.

1 reactie op “Marktverkenning IenW: internationale treinverbindingen komen ook in open toegang tot stand”

Pat Rick|31.12.21|10:48

DB zet een dochteronderneming in om via open toegang (Open Access) een verbinding te maken Eindhoven – Düsseldorf. Laat NS ook via een dochteronderneming met gehuurder locs, die zowel in Nederland als Duitsland, kunnen rijden een snelle verbinding maken met Berlijn, met een beperkt aantal stops vanaf A’dam: Hengelo, Hannover, Berlijn.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.