Een goederentrein van DB Cargo en een NS-trein op station Rotterdam centraal

Nieuwe spoortarieven ProRail liggen onder een vergrootglas

ProRail past vanaf 2023 een nieuwe methodiek toe voor het berekenen van de gebruikersvergoeding. Dat betekent dat de kilometerheffingen met 57 procent worden verlaagd, maar aan de andere kant de vergoedingen voor opstellen of heuvelen fors zullen toenemen.

Staatssecretaris Steven van Weyenberg van Infrastructuur en Waterstaat meldt in een brief aan de Tweede Kamer over de nieuwe spoortarieven dat de kosten voor veel spoorvervoerders omlaag gaan. Maar de nieuwe kostenstructuur zorgt er ook voor dat met name een aantal spoorgoederenvervoerders te maken krijgen met flinke kostenverhogingen.

RailGood heeft in een reactie laten weten het onbegrijpelijk te vinden dat de gebruikersheffingen voor opstellen en rangeren op het spoor ’30 procent tot vijf keer zo duur’ worden. Dat staat volgens de branchevereniging in schril contrast met het pleidooi voor de modal shift en het ondersteunen van de Europese Green Deal en verduurzaming van transport.

Subsidieregeling

Om de goederenvervoerders tegemoet te komen heeft ProRail het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat geadviseerd om een tijdelijke subsidieregeling in te stellen. Volgens berekeningen van de spoorbeheerder is daarvoor tussen de 10 en 14 miljoen euro nodig.

Van Weyenburg wil daarom een subsidie beschikbaar stellen die zich met name richt op het compenseren van kostenverhogingen voor de dienst ‘heuvelen op Kijfhoek’ en de dienst ‘opstellen van treinen’. Als dit niet wordt gedaan, leidt dit volgens hem tot prijsstijging in de dienstverlening van de spoorgoederenvervoerders ‘met als risico dat verladers het spoor vaarwel zeggen’. “De subsidieregeling hiervoor zal ik voor een toets aan de staatssteunregels voorleggen aan de Europese Commissie”, aldus de bewindsman.

Extra heffing

“De beoogde subsidieregeling zal ik financieren door van alle vervoerders een bijdrage te vragen via een in te voeren extra heffing. Daarmee worden de voor- en nadelen van het nieuwe tariefstelsel gelijker verdeeld. De opbrengst bij ProRail van deze extra heffing laat een vermindering toe van mijn jaarlijkse subsidie voor beheer, onderhoud en vervanging aan ProRail.”

Of dit een acceptabele oplossing is voor de personenvervoerders, voor wie de kosten met de nieuwe regeling  omlaag zullen gaan, is nog maar de vraag. Een woordvoerder van Arriva geeft dinsdag in een reactie het voorstel voor de Netverklaring van 2023 van ProRail, waarin de nieuwe kostenberekening staat beschreven, nog nader te bestuderen.

Als de subsidieregeling wordt goedgekeurd door de Europese Commissie dan zal deze gelden voor de periode 2023 tot en met 2025. “Met de hiervoor geschetste mitigerende maatregelen wil ik een transitie mogelijk maken naar de uiteindelijk beoogde situatie van volledige kostentoerekening”, aldus Van Weyenburg. Ieder jaar neemt de steun in de genoemde periode stapsgewijs af. Daarbij wordt niet ingegaan op de vraag of de spoorgoederenvervoerders de hoge kosten na 2025 wel zullen kunnen dragen.

Nieuwe kostenberekening

ProRail-topman John Voppen licht in een brief aan Van Weyenberg de nieuwe kostenberekening toe. De nieuwe berekeningsmethodiek zorgt ervoor dat de gebruikersvergoeding voor het spoor op een andere manier is opgebouwd. De Vergoeding voor het Minimum Toegangspakket (VMT) voor 2023 tot en met 2025 wordt bepaald op basis van een marginale benadering. Daarbij daalt de VMT en wordt het rijden van treinen goedkoper.

“De vergoeding voor categorie 2-4 diensten (onder meer opstellen en rangeren, red.) worden gebaseerd op de totale integrale kosten en worden hiermee duurder.” Volgens hem betekent het toepassen van de nieuwe rekenmethode dat er 432 miljoen euro aan gebruikersvergoeding moet worden doorberekend aan de vervoerders, waar dat nu nog 375 miljoen euro is.

Omdat er in 2020 met vervoerders is afgesproken dat de totale hoogte van de gebruikersvergoeding van 375 miljoen euro niet fundamenteel zou wijzigen, zal ProRail in de periode tussen 2023 en 2025 gemiddeld 79 procent van de kosten opnemen in de tarieven. Daarbij wordt een ingroeiregeling toegepast die uiteindelijk moet leiden tot de dekking van de totale kosten.

Kosten voor opstellen en heuvelen gaan omhoog

“Specifiek voor een aantal kleinere vervoerders, met name in het goederensegment, is sprake van grote effecten voor partijen die veel opstellen. Ook voor vervoerders die veel heuvelen is sprake van grote effecten”, aldus Voppen. “Deze effecten dragen niet bij aan de ambities met betrekking tot het goederenvervoer, echter binnen de methodiek van ProRail zijn er geen mogelijkheden om deze effecten op te lossen.” Dat zou het ministerie volgens hem wel kunnen doen met beleidsinstrumenten zoals een subsidieregeling.

Hij wijst er wel op dat er voor een subsidieregeling financiële middelen nodig zijn. Financiering via de markt is volgens hem niet ideaal, omdat er dan sprake is van personenvervoerders die goederenvervoerders mee financieren. De topman adviseert het departement daarom om dit uit de eigen middelen te financieren. Uit de brief van de staatssecretaris blijkt dat het ministerie tegen het advies van ProRail de kosten onder de vervoerders onderling wil verdelen.

In december van dit jaar wordt de definitieve netverklaring van 2023 gepubliceerd.

Lees ook:

Europese Commissie keurt Duits steunpakket voor spoor goed

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is journalist van SpoorPro en algemeen hoofdredacteur van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.

Nieuwe spoortarieven ProRail liggen onder een vergrootglas | SpoorPro.nl
Een goederentrein van DB Cargo en een NS-trein op station Rotterdam centraal

Nieuwe spoortarieven ProRail liggen onder een vergrootglas

ProRail past vanaf 2023 een nieuwe methodiek toe voor het berekenen van de gebruikersvergoeding. Dat betekent dat de kilometerheffingen met 57 procent worden verlaagd, maar aan de andere kant de vergoedingen voor opstellen of heuvelen fors zullen toenemen.

Staatssecretaris Steven van Weyenberg van Infrastructuur en Waterstaat meldt in een brief aan de Tweede Kamer over de nieuwe spoortarieven dat de kosten voor veel spoorvervoerders omlaag gaan. Maar de nieuwe kostenstructuur zorgt er ook voor dat met name een aantal spoorgoederenvervoerders te maken krijgen met flinke kostenverhogingen.

RailGood heeft in een reactie laten weten het onbegrijpelijk te vinden dat de gebruikersheffingen voor opstellen en rangeren op het spoor ’30 procent tot vijf keer zo duur’ worden. Dat staat volgens de branchevereniging in schril contrast met het pleidooi voor de modal shift en het ondersteunen van de Europese Green Deal en verduurzaming van transport.

Subsidieregeling

Om de goederenvervoerders tegemoet te komen heeft ProRail het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat geadviseerd om een tijdelijke subsidieregeling in te stellen. Volgens berekeningen van de spoorbeheerder is daarvoor tussen de 10 en 14 miljoen euro nodig.

Van Weyenburg wil daarom een subsidie beschikbaar stellen die zich met name richt op het compenseren van kostenverhogingen voor de dienst ‘heuvelen op Kijfhoek’ en de dienst ‘opstellen van treinen’. Als dit niet wordt gedaan, leidt dit volgens hem tot prijsstijging in de dienstverlening van de spoorgoederenvervoerders ‘met als risico dat verladers het spoor vaarwel zeggen’. “De subsidieregeling hiervoor zal ik voor een toets aan de staatssteunregels voorleggen aan de Europese Commissie”, aldus de bewindsman.

Extra heffing

“De beoogde subsidieregeling zal ik financieren door van alle vervoerders een bijdrage te vragen via een in te voeren extra heffing. Daarmee worden de voor- en nadelen van het nieuwe tariefstelsel gelijker verdeeld. De opbrengst bij ProRail van deze extra heffing laat een vermindering toe van mijn jaarlijkse subsidie voor beheer, onderhoud en vervanging aan ProRail.”

Of dit een acceptabele oplossing is voor de personenvervoerders, voor wie de kosten met de nieuwe regeling  omlaag zullen gaan, is nog maar de vraag. Een woordvoerder van Arriva geeft dinsdag in een reactie het voorstel voor de Netverklaring van 2023 van ProRail, waarin de nieuwe kostenberekening staat beschreven, nog nader te bestuderen.

Als de subsidieregeling wordt goedgekeurd door de Europese Commissie dan zal deze gelden voor de periode 2023 tot en met 2025. “Met de hiervoor geschetste mitigerende maatregelen wil ik een transitie mogelijk maken naar de uiteindelijk beoogde situatie van volledige kostentoerekening”, aldus Van Weyenburg. Ieder jaar neemt de steun in de genoemde periode stapsgewijs af. Daarbij wordt niet ingegaan op de vraag of de spoorgoederenvervoerders de hoge kosten na 2025 wel zullen kunnen dragen.

Nieuwe kostenberekening

ProRail-topman John Voppen licht in een brief aan Van Weyenberg de nieuwe kostenberekening toe. De nieuwe berekeningsmethodiek zorgt ervoor dat de gebruikersvergoeding voor het spoor op een andere manier is opgebouwd. De Vergoeding voor het Minimum Toegangspakket (VMT) voor 2023 tot en met 2025 wordt bepaald op basis van een marginale benadering. Daarbij daalt de VMT en wordt het rijden van treinen goedkoper.

“De vergoeding voor categorie 2-4 diensten (onder meer opstellen en rangeren, red.) worden gebaseerd op de totale integrale kosten en worden hiermee duurder.” Volgens hem betekent het toepassen van de nieuwe rekenmethode dat er 432 miljoen euro aan gebruikersvergoeding moet worden doorberekend aan de vervoerders, waar dat nu nog 375 miljoen euro is.

Omdat er in 2020 met vervoerders is afgesproken dat de totale hoogte van de gebruikersvergoeding van 375 miljoen euro niet fundamenteel zou wijzigen, zal ProRail in de periode tussen 2023 en 2025 gemiddeld 79 procent van de kosten opnemen in de tarieven. Daarbij wordt een ingroeiregeling toegepast die uiteindelijk moet leiden tot de dekking van de totale kosten.

Kosten voor opstellen en heuvelen gaan omhoog

“Specifiek voor een aantal kleinere vervoerders, met name in het goederensegment, is sprake van grote effecten voor partijen die veel opstellen. Ook voor vervoerders die veel heuvelen is sprake van grote effecten”, aldus Voppen. “Deze effecten dragen niet bij aan de ambities met betrekking tot het goederenvervoer, echter binnen de methodiek van ProRail zijn er geen mogelijkheden om deze effecten op te lossen.” Dat zou het ministerie volgens hem wel kunnen doen met beleidsinstrumenten zoals een subsidieregeling.

Hij wijst er wel op dat er voor een subsidieregeling financiële middelen nodig zijn. Financiering via de markt is volgens hem niet ideaal, omdat er dan sprake is van personenvervoerders die goederenvervoerders mee financieren. De topman adviseert het departement daarom om dit uit de eigen middelen te financieren. Uit de brief van de staatssecretaris blijkt dat het ministerie tegen het advies van ProRail de kosten onder de vervoerders onderling wil verdelen.

In december van dit jaar wordt de definitieve netverklaring van 2023 gepubliceerd.

Lees ook:

Europese Commissie keurt Duits steunpakket voor spoor goed

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is journalist van SpoorPro en algemeen hoofdredacteur van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.