Een ATO-locomotief op de Betuweroute, bron: ProRail

TNO: zonder ATO in 2030 dreigt concurrentie-achterstand met wegvervoer

Automatisch rijden met treinen is rond 2030 nodig om capaciteitsknelpunten te voorkomen en de concurrentiepositie van het spoor voor zowel reizigers als goederen veilig te stellen. ‘Technologische ontwikkelingen gaan snel in het wegvervoer. Om ATO op deze termijn te realiseren moet snel en stevig worden ingezet op deze ontwikkeling’, schrijft TNO in een deze week verschenen rapport.

Volgens TNO zal de vraag naar spoorvervoer voor personen en goederen toenemen. Deze ontwikkeling wordt versterkt door de Europese en Nederlandse duurzaamheidsambities. Maar er ligt stevige concurrentie op de loer vanuit het wegvervoer. Technologische ontwikkelingen op het gebied van digitalisering, automatisering en verduurzaming gaan snel in het wegvervoer, signaleert TNO. Zowel voor personenvervoer als goederenvervoer. Wanneer het spoor niet op gelijke voet innoveert, dreigt een omgekeerde modal-shift, waarschuwt TNO-onderzoeker Jaco van Meijeren.

Slechte concurrentiepositie

Hoge niveaus van automatisering in het wegvervoer worden naar verwachting rond 2030 bereikt. Dit leidt tot een verbetering op onder andere de kosten, duurzaamheid en veiligheid van het wegvervoer. “Zonder innovatieve ontwikkelingen op het gebied van digitalisering, automatisering en verduurzaming op het spoor zal de concurrentiepositie van het spoorvervoer verslechteren.”

De ontwikkeling en implementatie van ATO gaat volgens het onderzoeksinstituut een substantiële bijdrage leveren om dit te voorkomen. “ATO leidt naar verwachting namelijk niet alleen tot meer capaciteit op de beschikbare spoorinfrastructuur, maar ook tot lagere kosten, duurzamer en veiliger transport. ATO is daarmee noodzakelijk om de concurrentiepositie van het spoorvervoer te behouden en te verbeteren. Om gelijk tred te houden met het wegvervoer moet ATO naar verwachting rond 2030 operationeel zijn.”

Roadmap

Het in opdracht van ProRail opgestelde position paper is het vervolg op een soortgelijk document uit 2018. Naast het beschrijven van het belang van Automatic Train Operation (ATO) voor het nationale en internationale spoorvervoer in Nederland,  biedt het document ook een overzicht van de analyses en proeven er op dit moment voor ATO lopen, wat de verwachte voordelen zijn en wat globaal nodig is om ATO in de praktijk te implementeren. Op basis van deze inzichten schetste TNO een roadmap met activiteiten in de tijd om ATO verder te ontwikkelen en te realiseren.

Inzet van ATO leidt zoals bekend naar verwachting tot meer capaciteit op het spoor, verlaging van de kosten en een verhoging van de betrouwbaarheid. Hierdoor kan de groeiende vraag naar spoorvervoer tegen lage kosten en op duurzame wijze gefaciliteerd worden. Bovendien behoudt het spoor haar concurrentiepositie en kan het bijdragen aan de door de overheid gewenste modal-shift (verschuiving van wegvervoer naar het spoor en de binnenvaart). Deze verschuiving vindt echter alleen plaats als spoor een aantrekkelijk alternatief is ten opzichte van het wegvervoer.

Bekijk hier het position paper van TNO.

Uit capaciteitsanalyses blijken op diverse trajecten – zoals Schiphol en Utrecht-Arnhem – rond 2030 capaciteitsknelpunten te ontstaan. Met ATO kan de huidig beschikbare capaciteit beter benut worden en kunnen deze knelpunten opgelost worden zonder dure en tijdrovende uitbreidingen van de infrastructuur. Verder leidt de inzet van ATO onder andere tot verlaging van de kosten, meer capaciteit en een verhoging van de betrouwbaarheid, waardoor de concurrentiepositie van het spoor verbetert. Zowel in Nederland als in het buitenland wordt hard gewerkt aan de ontwikkeling van ATO.

Meer onderzoek

De potentiële waarde van ATO wordt volgens TNO door ProRail, vervoerders en andere stakeholders in binnen- en buitenland onderschreven. Tegelijkertijd zijn er nog verschillende onzekerheden rond de ontwikkeling en implementatie van ATO. Daarom is op korte termijn verder onderzoek nodig, vinden de onderzoekers. Op basis van simulaties, testen en pilots zal de optimale werking van ATO bepaald moeten worden. Tevens zullen deze analyses gebruikt worden om de waarde voor alle stakeholders steeds concreter aan te tonen.

“Het is belangrijk met alle relevante stakeholders, waaronder ProRail, het ministerie van I&W, concessieverleners en vervoerders (reizigers en goederen), een gezamenlijk business model te ontwikkelen. Hiermee wordt onder andere de gezamenlijke waarde van ATO voor alle partijen inzichtelijk. Dit is cruciaal voor een succesvolle implementatie van ATO in een complexe multi-stakeholder omgeving.”

Lees ook:

Onderwerpen: , ,

Auteur: Paul van den Bogaard

Paul van den Bogaard is redacteur van SpoorPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.