Proef met goederentrein Hoekse Lijn

Wat kwam er allemaal kijken bij de systeemintegratie van de Hoekse Lijn?

De Hoekse Lijn werd in 2017 losgekoppeld van het hoofdspoor, zodat de verbinding kon worden omgebouwd tot een metrolijn en aangesloten op het regionale metronet. Dit hield in dat de verkeersleiding, het beheer en het onderhoud van ProRail werden overgedragen aan de RET. Iwan Arts, projectmanager Indienststelling bij de gemeente Rotterdam, vertelde vorige week tijdens de Kenniskring Systeemintegratie van Railforum wat daar allemaal bij kwam kijken.

Arts: “In 2012 heeft het ministerie besloten om de Hoekse Lijn uit het hoofdsspoor te onttrekken. Op dat moment maakten NS en spoorgoederenvervoerders gebruik van deze spoorlijn. Dit besluit betekende dat de Hoekse Lijn lokaal spoor zou worden.”

Goederenspoor

Op dat moment reden de goederenvervoerders nog naar Vopak in Vlaardingen en Conline Coating in Maassluis, vertelt de projectmanager. “In eerste instantie zou het beheer van het goederenoverdrachtspoor bij Schiedam (circa 520 meter, red.) bij ProRail komen te liggen. Dat betekende in de praktijk dat hier een stukje ‘Baarle-Nassau’ ontstond. Een stukje buitenland in eigen land met een eigen verkeersleiding en eigen spooronderhoud.”

Hij vertelt dat het goederenoverdrachtspoor er later kwam en nu in beheer is bij RET. In de loop van het project vertrok Conline Coating uit Maassluis, waardoor de goederentreinen alleen nog maar Vopak in de Vulcaanhaven in Vlaardingen aandoen. “Dit betekent dat goederentreinen in totaal 2,5 kilometer over het metrospoor rijden. Zij maken gebruik van een apart opstelspoor bij Vulcaanhaven”, legt hij uit.

Er werd een overdrachtspoor aangelegd van het metrospoor naar het goederenspoor naar de Vulcaanhaven. “Een goederentrein rijdt bij Schiedam over een overdrachtsspoor richting Vlaardingen. Onderweg komt de trein station Schiedam Nieuwland tegen. Daar is een stukje parallelspoor aangelegd, waarbij de goederentrein het perron kan passeren. Daarna maakt de goederentrein bij Vlaardingen Oost eenzelfde beweging en kan net voorbij het station uittakken naar de Vulcaanhaven.

Hoekse Lijn overdrachtsspoor

Om ook vervoerders betrokken te houden bij de plannen, zocht de gemeente onder meer contact met de goederenvervoerders die naar de Vulcaanhaven rijden en met toenmalige branchevereniging KNV Spoor.

Tijdens de bijeenkomst ging Arts dieper in hoe de verschillende stakeholders betrokken kunnen worden en blijven. Hij gaf de toehoorders drie tips mee: Verbeelden, vastleggen en oefenen.

Verbeelden

“We keken naar hoe we de situatie goed in beeld konden brengen, zodat iedereen wist waar we het over hadden. En we brachten in kaart wie er allemaal betrokken moesten worden. Verbeelden kan helpen om te zorgen dat iedereen over dezelfde informatie beschikt. Verkeersleiding is niet overal hetzelfde. Een projectorganisatie kijkt naar de techniek. Een beheersorganisatie kijkt meer naar de operatie.”

“Ook kwamen we erachter dat de terminologie bij ProRail en RET nogal van elkaar verschilde. Wat bij ProRail een aanwijzing heet, heet bij RET lastgeving. Toen zijn we gestart met het in kaart brengen van alle vakterminologie en afkortingen.”

Vastleggen

Om de samenwerking verder vorm te geven werden er diverse overeenkomsten gesloten, vertelt de projectmanager. “Bijvoorbeeld over de inzet van ProRail Incidentenbestrijding voor ondersteuning bij incidenten op de Hoekse Lijn. Ook is er een overeenkomst over de levering van IT-diensten gesloten en hebben ProRail en de RET een Grensbaanvakovereenkomst gesloten.”

Voor de communicatiesystemen moest er ook het een en ander worden aangepast. ProRail werkt met GSM-R en voor het metrosysteem van de RET wordt er met een mobilofoonsysteem gewerkt. “Dat hield in dat één van beide systemen de andere moest adopteren. RET heeft uiteindelijk GSM-R bij haar verkeersleiding ondergebracht.” Belangrijk is volgens Arts dat zaken worden vastgelegd en dat er op tijd juristen bij worden betrokken. “Je wilt niet dat zaken worden verdraaid door afwijkingen in juridische termen.

Oefenen

Daarnaast was het volgens Arts belangrijk dat ‘mensen elkaar beter leren kennen’. “Zo hebben de medewerkers van RET en ProRail met elkaar procedures doorlopen. Er is een simulator voor goederentreinen ontwikkeld om machinisten ervaring op te laten doen met het omgebouwde traject. Daarnaast hebben we een vrij uitgebreid testbedrijf gedaan met goederentreinen.” Daarbij werden volgens hem een aantal scenario’s uitgevoerd en ook na de indienststelling werden nog aanvullende oefenritten uitgevoerd.

Daarnaast is het volgens de projectmanager belangrijk dat opgedane kennis actueel wordt gehouden. “Dat kan bijvoorbeeld doordat verkeersleiders van ProRail en RET bij elkaar op bezoek gaan. Dit zorgt voor meer duidelijkheid en begrip voor elkaar situatie. Daarmee werken we volgens het ANNA-principe: Altijd Navragen, Nooit Aannemen.”

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen.

Wilt u onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af en 

krijg onbeperkt toegang tot vakinformatie over de spoormarkt.

1 maand gratis proefabonnement

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van SpoorPro en algemeen hoofdredacteur van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.