SpoorProTV-uitzending met Daniëlle de Bruin en Sjouke Wieringa van Sweco

‘Ook in een crisissituatie moet een reiziger zich snel kunnen verplaatsen’

Om het openbaar vervoer zo aantrekkelijk mogelijk te maken voor reizigers, is het belangrijk dat ze zich zo goed mogelijk kunnen voortbewegen in een station en op perrons. Dat is ook belangrijk in een crisissituatie, verstoring van het treinverkeer of tijdens de coronapandemie. Een model voor voetgangersstromen dat ingenieursbureau Sweco voor een station in Stockholm ontwikkelde, kan diverse situaties in stationsgebieden en ook daarbuiten simuleren. Daarover vertelden datamodelleur Sjouke Wieringa en manager duurzame mobiliteit Daniëlle de Bruin van Sweco woensdag tijdens de nieuwsuitzending van SpoorProTV.

Sweco ontwierp een model waarbij reizigersstromen in station Odenplan in het oosten van Stockholm in kaart werden gebracht. Dit station verbindt het hoofdstation Stockholm Centraal met een ander oostelijk gelegen station. Op station Odenplan komen diverse metro- en lightrail- en -treinverbindingen samen. Het gaat om een groot railproject waarbij station Odenplan met diverse lijnen wordt uitgebreid. Het project wordt in 2050 opgeleverd.

Voetgangersstromen

Datamodelleur Sjouke Wieringa werkte lange tijd bij Sweco in Stockholm, waar zij betrokken was bij het grote spoorproject. Sinds januari werkt zij in Nederland voor Sweco. “Wij werden gevraagd om in kaart te brengen in hoeverre reizigers met een toename van het aantal lijnen hun weg nog door het station zouden kunnen vinden. We moesten uitzoeken waar kritieke punten zouden kunnen ontstaan als er te veel reizigers bij elkaar zouden komen. We moesten onderzoeken of er extra capaciteit nodig was op de roltrappen en liften en hoe we de voetgangersstromen zou konden faciliteren dat reizigers zo snel mogelijk kunnen overstappen.”

“Om een dergelijk model toe te passen, hebben wij ruimtelijke tekeningen van een station nodig. Die gieten wij in 3D in het model. Dat gebruiken we als basis om vervolgens met de vervoersvraag samen laten komen in een voetgangerssimulatie.”

“Met die simulatie kunnen we analyseren welke verschillende alternatieven er zijn. Met de opdrachtgever kunnen we vervolgens bepalen op welke punten er aan de knoppen moet worden gedraaid. Met zo’n model kunnen we voor een stationseigenaar inzichtelijk maken waar zich kritiekpunten begeven en waar er ruimte is om het potentieel van een station nog beter te benutten.”

Stress-situaties

“Je kunt ook stress-situaties simuleren met deze modellen en inzichtelijk maken. Bijvoorbeeld als er een perron uitvalt vanwege een politie-optreden. We kunnen simuleren wat er bij zo’n situatie met voetgangersstromen gebeurt en in kaart brengen waar ze het beste naartoe kunnen worden geleid.” Ook als de vervoersvraag toeneemt, bijvoorbeeld bij een massa-evenement, kan het model helpen om hierop te anticiperen, vertelt Wieringa.

Om de vervoersstromen goed in kaart te kunnen brengen, werden wifipunten op het station in Stockholm gebruikt als ijkpunten. “Met die wifipunten hebben we een soort kalibratie gedaan. We hebben gekeken naar de vervoersvraag op basis van de aankomsttijden van treinen en berekend hoeveel mensen op het perron uitstappen. We wilden zien hoe ze over het perron lopen en welke trappen en liften ze nemen. We konden eigenlijk vrij makkelijk het aantal connecties opvragen via de routers op het station en ze vergelijken met de aankomstpatronen van reizigers.”

Risicotabel Sweco
De risicotabel die Sweco maakte voor het tussenstation in Stockholm.

1,5 meter-samenleving

Het Zweedse model is ook toe te passen op de 1,5 meter-samenleving, vertelt Wieringa. “Een veel voorkomende parameter is dichtheid, oftewel aantal mensen per vierkante meter. De risicotabel (zie tabel hierboven, red.) is variabel in te schalen. Als stationseigenaar kun je zeggen dat je op bepaalde punten één voetganger per anderhalve vierkante meter het maximum is vanwege een coronasituatie. We kunnen het model gebruiken met die eis erin. Dan zie je het hele plaatje veranderen.”

“Als je vanuit de mindset van de 1,5 meter-samenleving kijkt naar voetgangersstromen dan zie je al dat mensen iets meer afstand houden. Ook nemen ze een iets grotere ruimte in een gebied, ze zijn wat voorzichtiger en ze kijken beter naar wat anderen doen. Daarmee creëren ze een soort bufferzone om zich heen. Die bufferzone is groter dan in een reguliere situatie. Je kunt in kaart brengen wat dat doet met een station en hoe kun je in allebei die situaties optimaal gebruikmaken van een station.”

Klimaatdoelen

Daniëlle de Bruin, manager duurzaam vervoer bij Sweco, hoopt dat reizigers ook na de coronacrisis gebruik blijft maken van het OV. “We hebben in de coronacrisis gezien dat de CO2-uitstoot gedaald is met tussen de vijf en acht procent dankzij alle draconische maatregelen die we nu hebben genomen. Als we de klimaatdoelen willen halen dan moeten we tot 2050 ieder jaar tussen de vijf en acht procent reductie halen. Dat is een enorme klus.”

Naast het verminderen van de CO2-uitstoot kan het OV ook bijdragen om de luchtkwaliteit te verbeteren, vertelt De Bruin. “Luchtvervuiling wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door autoverkeer in en om de steden. Mensen in Amsterdam leven een jaar korter, dan is niet nodig.”

Daarnaast levert het ook voordelen op voor het ruimtebeslag in steden, vindt de manager duurzaamheid. “In Nederlandse steden is 55 procent van de ruimte voor de auto. Waarom is het openbaar vervoer nu zo belangrijk? Het is de enige sector die op het gebied van het verminderen van de CO2-uitstoot, de luchtkwaliteit en het ruimtebeslag een hele positieve bijdrage kan leveren.”

“Vlak voor corona hebben we een enorme opleving gezien van het openbaar vervoer in het woon-werkverkeer en in het zakelijk verkeer. Dat elan moeten we via een haarspeldbocht terug gaan krijgen. Ik heb er ook wel vertrouwen in dat dat gaat lukken.”

Daniëlle de Bruin en Sjouke Wieringa in een uitzending van SpoorProTV

Zweedse model

Het Zweedse model voor het in kaart brengen van voetgangersstromen vindt zijn oorsprong in de automobiliteit, legt De Bruin uit. “We hebben een tijd gehad dat de infrastructuur zo veel mogelijk werd aangepast aan de hoeveelheid autoverkeer. Doorstroming stond altijd bovenaan. Toen realiseerde men zich dat infrastructuur niet eindeloos kan uitbreiden en werd besloten om de bestaande infrastructuur zo goed mogelijk te gaan benutten. De modellen die we hebben helpen erbij om de bestaande infrastructuur voor autoverkeer zo goed mogelijk te benutten.”

“We maken nu de slag van een zeer grootschalige macrosituatie naar een microsituatie met voetgangers waar je dit soort kennis ook op de vierkante meter kunt toepassen. Op het moment dat je weet hoe verkeersstromen werken, kun je dat ook verkleinen naar een stationssituatie bijvoorbeeld.”

Verschillende functies stations

Niet iedere reiziger wil hetzelfde, vertelt De Bruin. “Een station heeft verschillende functies. Reizigers willen een kopje koffie halen, snel van a naar b en ze willen veilig reizen. Onze modellen helpen om een hele goede afweging te maken tussen de verschillende functies van stations. Stations zijn vaak ingericht vanuit een bepaalde aanname. Je kunt verwachten dat door corona bepaalde aannames gaan veranderen. Je kunt ook vanuit een nieuwe aanname de situatie doorrekenen en bekijken waar de gevolgen zijn en of er een ingreep nodig is.”

Wieringa vult aan: “Een station is een plaats waar alles bij elkaar komt. Je hebt soms situaties waarbij bijvoorbeeld in een piekuur twee dubbeldekkers tegelijkertijd aankomen op hetzelfde perron wat een enorme toestroom van voetgangers geeft in combinatie met mensen die aankomen en willen instappen. Dan moet een perron daar wel op ingericht zijn.”

“Aankomstpatronen van treinen kun je afstemmen op de drukte op en grootte van perrons. Daarnaast moet je nadenken over hoe je ervoor zorgt dat reizigers zich zo snel mogelijk verspreiden over de hele ruimte die je hebt. Waar mensen uitstappen en instappen kun je nog iets optimaler inrichten. Wat wil je met de reizigers doen? Als je ze bijvoorbeeld eerst door het commerciële deel wil leiden moet je daar je capaciteit op inrichten.”

Bekijk hier de volledige uitzending terug:

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van SpoorPro en algemeen hoofdredacteur van ProMedia Group.

1 reactie op “‘Ook in een crisissituatie moet een reiziger zich snel kunnen verplaatsen’”

Arco Sierts|27.07.20|23:01

Zolang de spoorsector van hoog tot laag niet 100% gericht is op het belang & de waarde-bepaling van de eindklant, maar primair gericht is op het korte-termijn-eigenbelang & intern-technische kwesties, en dat principiele sturingstekort OOK niet adequaat wordt bijgestuurd vanuit de Rijksoverheid, zolang zal de spoorsector onrendabel blijven en de overheid steeds meer geld moeten bijpassen. Linksom of rechtsom, via exploitatie of infra, boeit niet. Het is maar wat je wilt – als sector en politiek.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.