Staatssecretaris Vivianne Heijnen
Interview

Nieuwe staatssecretaris zal minder ‘lintjes knippen’ bij nieuwe spoorlijnen

De nieuwe staatssecretaris van Infrastructuur Vivianne Heijnen zal in tegenstelling tot haar voorgangers minder lintjes gaan knippen bij nieuwe spoorlijnen. Ze zal zich met name richten op het behouden van de kwaliteit van bestaande infrastructuur en verbetering van spoordiensten. Dat verwacht Wijnand Veeneman, onderzoeker openbaar vervoer bij de TU Delft.

Als het gaat om infrastructuur in brede zin, waarbij naast spoor ook weg en water worden meegenomen, dan is volgens Veeneman ‘de koek een beetje op’ voor bewindslieden wat betreft het lintjes knippen bij nieuwe infrastructuur. De onderzoeker, die woensdag te gast was bij SpoorProTV, wees erop dat dit voorheen gebeurde bij de Betuweroute en de HSL-Zuid. De eerstvolgende nieuwe spoorlijn die er waarschijnlijk aan zit te komen is de nieuw aan te leggen Lelylijn, alhoewel het nog jaren zal duren voordat die er ligt.

Rol van staatssecretaris verandert

Hij wijst erop dat er in Nederland heel veel oude kunstwerken zoals bruggen die ProRail en Rijkswaterstaat de komende decennia moeten vernieuwen. Een bestuurder krijgt daardoor een heel ander soort rol, benadrukt hij. “Niet meer groots en meesleepend doorontwikkelen, maar de kiezer duidelijk maken dat we een hoop geld moeten steken in het op orde houden van de infrastructuur.”

“Als we het nu hebben over internationaal spoorvervoer dan hebben we het niet meer over allerlei wilde, nieuwe infrastructuur maar denken we er veel meer over na hoe we bestaande diensten kunnen verbeteren.”

Hij wijst erop dat Vivianne Heijnen wethouder in Maastricht was en daardoor met twee specifieke ontwikkelingen van het OV geconfronteerd wordt, namelijk het stadsgewestelijk vervoer en internationaal spoorvervoer. “Maastricht ligt er goed bij met een hoop sporen alle kanten op die Maastricht stadsgewestelijke goed kunnen bedienen. Dat heeft ze daar meegemaakt en die ervaring neemt ze mee.”

Grensoverschrijdend openbaar vervoer

“En een andere ontwikkeling is het internationale spoor. Dat zijn niet alleen de treinen vanuit de Randstad naar Berlijn, maar ook het grensoverschrijdend openbaar vervoer. Die twee dossiers heeft ze daar aan den lijve ondervonden en het is spannend hoe zij die rol gaat invullen.”

Veeneman reageerde in de uitzending ook op het onderzoek dat het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) gaat starten naar de rol van het hoofdrailnet. Daarbij wordt meer onderzocht met welke nationale beleidsambities de grootste maatschappelijke winst wordt gemaakt. Een van de ambities is om met meer internationale treinen te gaan rijden.

“Als je het puur bekijkt vanuit maatschappelijke waarde dan is het in Nederland niet zo ingewikkeld en valt dat niet positief uit voor het internationaal reizen.” Hij wijst erop dat onlangs een onderzoek is gedaan naar verbindingen vanuit de Randstad naar Berlijn en Londen.

“Dan zit je op het niveau van in- en uitstappers van het station van Amersfoort. Dus wat er nationaal gebeurt doet er dan over het algemeen meer toe dan internationaal. Dat betekent ook onmiddellijk dat je wel nodig hebt dat als je op de wat langere afstanden internationaal rijdt wat wilt dan is dat een ingewikkelde puzzel en je niet zo makkelijk kunt zeggen: laat dat nationale maar zitten, want het internationale is nu belangrijk.”

Onderzoeker Openbaar Vervoer Wijnand Veeneman van de TU Delft
Onderzoeker Openbaar Vervoer Wijnand Veeneman van de TU Delft.

Aan de ontwerptafel gaan zitten

Volgens Veeneman is het nu van belang om aan de ontwerptafel te gaan zitten om na te denken hoe die twee met elkaar gecombineerd kunnen worden. Daar zijn volgens de onderzoeker ‘allerlei opties’ voor. Hij wijst erop dat het goed zou zijn als KiM in het onderzoek meeneemt wat het oplevert voor internationaal spoorvervoer als de huidige intercity’s sneller gaan rijden. “Dan zul je daar meer hogesnelheidstreinen tussen krijgen”, verwacht hij.

De wetenschapper is wel van mening dat er meer moet worden doorgepakt. “We moeten toe naar het ontwerp en nadenken hoe we het gaan doen in plaats ‘a priori’ evalueren of dat nu wel of niet gaat werken. Het gaat veel meer om slimme dingen verzinnen dan om bekijken of iets wel of niet kan. We moeten echt inventiever worden.”

Hij wijst erop dat de tienminutentrein zich ‘wat lastig verhoudt’ tot internationale treinen. “Als je op nationaal niveau dingen slimmer wil aanpakken, dan zul je ruimte moeten gaan maken voor de internationale treinen. Maar wel op een manier, waardoor dit het nationaal vervoer niet tekort doet.”

Veeneman verwacht dat het stadsgewestelijk vervoer met de staatssecretaris wat meer aandacht zal krijgen. “We zien dat RandstadRail in het verleden successen heeft geboekt. Daar valt nog heel veel te winnen.”

‘Coronacrisis zal niet voor hele dramatische veranderingen zorgen’

Ondanks dat we nog middenin de coronacrisis zitten verwacht Veeneman dat dit niet voor “hele dramatische veranderingen gaat zorgen”. “We moeten de boel in de lucht houden met minder dienstverlening en lagere kosten en er komt een moment dat je klaar moet zijn voor meer reizigers. Ik denk niet dat we na hoeven denken over een andere rol van het openbaar vervoer in Nederland.”

Waar Oostenrijk kiest voor een goedkope OV-jaarkaart om reizigers te verleiden voor het openbaar vervoer te kiezen, is dit voor Nederland volgens hem minder passend. “Een groot gedeelte van het Nederlandse spoornetwerk is hartstikke vol. Dat was precorona zo en ik vermoed postcorona ook weer. In die zin, zul je toch eerst moeten nadenken hoe je capaciteit en kwaliteit op orde houdt voordat je zegt we willen 20 procent meer reizigers. Of nadenken over mensen verleiden om in daluren te reizen.”

Bekijk hier het interview:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen.

Wilt u onbeperkt lezen? Sluit nu een actie abonnement af en 

krijg onbeperkt toegang tot vakinformatie over de spoormarkt.

start actie abonnement

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is journalist van SpoorPro en algemeen hoofdredacteur van ProMedia Group.

1 reactie op “Nieuwe staatssecretaris zal minder ‘lintjes knippen’ bij nieuwe spoorlijnen”

Pat Rick|14.01.22|10:12

TU Delft is te veel op de Randstad gericht. Want er zijn nog voldoende wensen buiten de Randstad, naast de Lelylijn: Nedersaksenlijn, personenvervoer Terneuzen-Gent, nieuwe goederenlijn Axel-Zelzate, Hamont-Weert, verdubbeling Maaslijn, verdubbeling bij Olst, verdubbeling richting Den Helder, Noordtak Betuwe-route.

De crisis gaat weer voorbij, dus op de middellange termijn is serviceverbetering nodig. Service behoud is te weinig ambitieus.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.

Nieuwe staatssecretaris zal minder ‘lintjes knippen’ bij nieuwe spoorlijnen | SpoorPro.nl
Staatssecretaris Vivianne Heijnen
Interview

Nieuwe staatssecretaris zal minder ‘lintjes knippen’ bij nieuwe spoorlijnen

De nieuwe staatssecretaris van Infrastructuur Vivianne Heijnen zal in tegenstelling tot haar voorgangers minder lintjes gaan knippen bij nieuwe spoorlijnen. Ze zal zich met name richten op het behouden van de kwaliteit van bestaande infrastructuur en verbetering van spoordiensten. Dat verwacht Wijnand Veeneman, onderzoeker openbaar vervoer bij de TU Delft.

Als het gaat om infrastructuur in brede zin, waarbij naast spoor ook weg en water worden meegenomen, dan is volgens Veeneman ‘de koek een beetje op’ voor bewindslieden wat betreft het lintjes knippen bij nieuwe infrastructuur. De onderzoeker, die woensdag te gast was bij SpoorProTV, wees erop dat dit voorheen gebeurde bij de Betuweroute en de HSL-Zuid. De eerstvolgende nieuwe spoorlijn die er waarschijnlijk aan zit te komen is de nieuw aan te leggen Lelylijn, alhoewel het nog jaren zal duren voordat die er ligt.

Rol van staatssecretaris verandert

Hij wijst erop dat er in Nederland heel veel oude kunstwerken zoals bruggen die ProRail en Rijkswaterstaat de komende decennia moeten vernieuwen. Een bestuurder krijgt daardoor een heel ander soort rol, benadrukt hij. “Niet meer groots en meesleepend doorontwikkelen, maar de kiezer duidelijk maken dat we een hoop geld moeten steken in het op orde houden van de infrastructuur.”

“Als we het nu hebben over internationaal spoorvervoer dan hebben we het niet meer over allerlei wilde, nieuwe infrastructuur maar denken we er veel meer over na hoe we bestaande diensten kunnen verbeteren.”

Hij wijst erop dat Vivianne Heijnen wethouder in Maastricht was en daardoor met twee specifieke ontwikkelingen van het OV geconfronteerd wordt, namelijk het stadsgewestelijk vervoer en internationaal spoorvervoer. “Maastricht ligt er goed bij met een hoop sporen alle kanten op die Maastricht stadsgewestelijke goed kunnen bedienen. Dat heeft ze daar meegemaakt en die ervaring neemt ze mee.”

Grensoverschrijdend openbaar vervoer

“En een andere ontwikkeling is het internationale spoor. Dat zijn niet alleen de treinen vanuit de Randstad naar Berlijn, maar ook het grensoverschrijdend openbaar vervoer. Die twee dossiers heeft ze daar aan den lijve ondervonden en het is spannend hoe zij die rol gaat invullen.”

Veeneman reageerde in de uitzending ook op het onderzoek dat het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) gaat starten naar de rol van het hoofdrailnet. Daarbij wordt meer onderzocht met welke nationale beleidsambities de grootste maatschappelijke winst wordt gemaakt. Een van de ambities is om met meer internationale treinen te gaan rijden.

“Als je het puur bekijkt vanuit maatschappelijke waarde dan is het in Nederland niet zo ingewikkeld en valt dat niet positief uit voor het internationaal reizen.” Hij wijst erop dat onlangs een onderzoek is gedaan naar verbindingen vanuit de Randstad naar Berlijn en Londen.

“Dan zit je op het niveau van in- en uitstappers van het station van Amersfoort. Dus wat er nationaal gebeurt doet er dan over het algemeen meer toe dan internationaal. Dat betekent ook onmiddellijk dat je wel nodig hebt dat als je op de wat langere afstanden internationaal rijdt wat wilt dan is dat een ingewikkelde puzzel en je niet zo makkelijk kunt zeggen: laat dat nationale maar zitten, want het internationale is nu belangrijk.”

Onderzoeker Openbaar Vervoer Wijnand Veeneman van de TU Delft
Onderzoeker Openbaar Vervoer Wijnand Veeneman van de TU Delft.

Aan de ontwerptafel gaan zitten

Volgens Veeneman is het nu van belang om aan de ontwerptafel te gaan zitten om na te denken hoe die twee met elkaar gecombineerd kunnen worden. Daar zijn volgens de onderzoeker ‘allerlei opties’ voor. Hij wijst erop dat het goed zou zijn als KiM in het onderzoek meeneemt wat het oplevert voor internationaal spoorvervoer als de huidige intercity’s sneller gaan rijden. “Dan zul je daar meer hogesnelheidstreinen tussen krijgen”, verwacht hij.

De wetenschapper is wel van mening dat er meer moet worden doorgepakt. “We moeten toe naar het ontwerp en nadenken hoe we het gaan doen in plaats ‘a priori’ evalueren of dat nu wel of niet gaat werken. Het gaat veel meer om slimme dingen verzinnen dan om bekijken of iets wel of niet kan. We moeten echt inventiever worden.”

Hij wijst erop dat de tienminutentrein zich ‘wat lastig verhoudt’ tot internationale treinen. “Als je op nationaal niveau dingen slimmer wil aanpakken, dan zul je ruimte moeten gaan maken voor de internationale treinen. Maar wel op een manier, waardoor dit het nationaal vervoer niet tekort doet.”

Veeneman verwacht dat het stadsgewestelijk vervoer met de staatssecretaris wat meer aandacht zal krijgen. “We zien dat RandstadRail in het verleden successen heeft geboekt. Daar valt nog heel veel te winnen.”

‘Coronacrisis zal niet voor hele dramatische veranderingen zorgen’

Ondanks dat we nog middenin de coronacrisis zitten verwacht Veeneman dat dit niet voor “hele dramatische veranderingen gaat zorgen”. “We moeten de boel in de lucht houden met minder dienstverlening en lagere kosten en er komt een moment dat je klaar moet zijn voor meer reizigers. Ik denk niet dat we na hoeven denken over een andere rol van het openbaar vervoer in Nederland.”

Waar Oostenrijk kiest voor een goedkope OV-jaarkaart om reizigers te verleiden voor het openbaar vervoer te kiezen, is dit voor Nederland volgens hem minder passend. “Een groot gedeelte van het Nederlandse spoornetwerk is hartstikke vol. Dat was precorona zo en ik vermoed postcorona ook weer. In die zin, zul je toch eerst moeten nadenken hoe je capaciteit en kwaliteit op orde houdt voordat je zegt we willen 20 procent meer reizigers. Of nadenken over mensen verleiden om in daluren te reizen.”

Bekijk hier het interview:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen.

Wilt u onbeperkt lezen? Sluit nu een actie abonnement af en 

krijg onbeperkt toegang tot vakinformatie over de spoormarkt.

start actie abonnement

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is journalist van SpoorPro en algemeen hoofdredacteur van ProMedia Group.

1 reactie op “Nieuwe staatssecretaris zal minder ‘lintjes knippen’ bij nieuwe spoorlijnen”

Pat Rick|14.01.22|10:12

TU Delft is te veel op de Randstad gericht. Want er zijn nog voldoende wensen buiten de Randstad, naast de Lelylijn: Nedersaksenlijn, personenvervoer Terneuzen-Gent, nieuwe goederenlijn Axel-Zelzate, Hamont-Weert, verdubbeling Maaslijn, verdubbeling bij Olst, verdubbeling richting Den Helder, Noordtak Betuwe-route.

De crisis gaat weer voorbij, dus op de middellange termijn is serviceverbetering nodig. Service behoud is te weinig ambitieus.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.