Rangeerterrein Kijfhoek Zwijndrecht

‘Subsidieregeling heuvelen en opstellen is sigaar uit eigen doos’

Spoorvervoerders konden tot afgelopen week reageren op het ontwerp van de nieuwe Netverklaring 2023 van ProRail. Vooral goederenvervoerders maakten van deze mogelijkheid gebruik, omdat zij te maken krijgen met kosten die tot 17 miljoen euro hoger kunnen uitvallen. 

De in de Netverklaring voor de dienstregeling van 2023 voorgestelde tarieven betekenen voor de meeste vervoerders een daling van de kosten voor de gebruiksvergoeding. Maar voor enkele vervoerders, met name in het goederenvervoer, is echter sprake van een substantiële kostenstijging.

Opstellen en heuvelen

De Vergoeding Minimum Toegangspakket (VMT) waarin onder meer de toegang tot het spoor, de energievoorziening en andere basiszaken zijn opgenomen, wordt vanaf 2023 ruim 50 procent lager. Vooral reizigersvervoerders als NS, Arriva en Connexion profiteren hiervan. Voor de spoorgoederenvervoerders daalt de VMT ook, maar staat daar wel een enorme stijging van de opstel- en heuveltarieven op Kijfhoek tegenover.

Om deze vervoerders tegemoet te komen, wil Staatsecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Steven van Weyenberg een tijdelijke subsidieregeling inrichten om deze kostenverhoging te compenseren. Voor de regeling is 10 tot 14 miljoen euro nodig. En dat bedrag zou gefinancierd moeten worden door een extra heffing aan alle spoorvervoerders.

De beoogde regeling heeft een looptijd van drie jaar en moet in die tijd geleidelijk worden afgebouwd. Volgens ProRail en het ministerie wordt zo een overgang gevormd naar een tariefstructuur die beter aansluit bij de daadwerkelijke kosten van het spoorgebruik.

Sigaar uit eigen doos

Vervoerder NS zegt in dit stadium nog niet inhoudelijk te willen reageren op de Netverklaring en het voorstel van de staatssecretaris om mee te betalen aan het opstellen en heuvelen van goederentreinen. “Het gaat om een concept Netverklaring waarover we in gesprek zijn met ProRail”, aldus woordvoerder Erik Kroeze. “We willen dat zorgvuldig doen en hebben onze vragen neergelegd bij ProRail.”

Ook Arriva zegt de ontwerp-Netverklaring 2023 te hebben bestudeerd. “Ook hebben we toelichting gekregen van ProRail over de nieuwe tarieven. Vervolgens hebben we vragen gesteld, waar we begin december antwoord op verwachten te krijgen”, zegt woordvoerder Roos Chaudron. Beide vervoerders willen geen uitspraken doen over wat ze van het voorstel vinden om het proces met ProRail niet te verstoren.

Vanuit de spoorgoederenvervoerders is er mindder terughoudendheid om te reageren. De subsidieregeling is volgend brancheorganisatie RailGood een sigaar uit eigen doos voor de vervoerders. Van een level playing field met bijvoorbeeld het wegtransport is volgens RailGood geen sprake. “Het spoorgoederenvervoer moet deze zeer forse parkeertarieven gaan betalen per 2023, maar er komen geen parkeerheffingen voor vrachtwagens op de parkeerplaatsen langs de snelwegen en provinciale wegen.”

De vergoeding voor de reservering van capaciteit voor opstellen en rangeren bedraagt voor alle emplacementen met uitzondering van Kijfhoek 0,03384 euro + 0,0003080 euro x spoorlengte in meters. Voor emplacement Kijfhoek bedraagt deze 0,03939 euro + 0,0005482 euro x spoorlengte in meters. Facturatie vindt plaats per minuut.

Dienstencatalogus

In Nederland maken zo’n vijftig partijen gebruik van het spoor. De Netverklaring is de producten- en dienstencatalogus van ProRail. Daarin staat het aanbod met de bijbehorende tarieven van bijvoorbeeld gebruik van treinpaden en opstel- en rangeersporen, afnemen van tractie-energie of de toegang tot informatie- en ICT-diensten.

Dat de gebruiksvergoeding voor de ene vervoerder stijgt en de ander daalt, heeft te maken met een nieuwe methode waarmee ProRail zijn kosten doorberekent aan vervoerders. De directe kosten (VMT) zijn door ProRail op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat meer in lijn gebracht met de systematiek in omringende Europese landen. De overige kosten zijn daarbij gebaseerd op de werkelijke kosten en zouden daarmee vervoerders moeten stimuleren om efficiënter met de voorzieningen om te gaan.

Dit betekent dat de totale opbrengsten uit zouden moeten komen op 432 miljoen euro, gebaseerd op het gebruik van het spoor in 2019. Besloten is om de inkomsten uit het in rekening brengen van kosten stapsgewijs tot 2025 stapsgewijs te verhogen tot 79 procent van de kosten (375 miljoen euro) via een ingroeiregeling die bestaat uit de eerder genoemde subsidie. Of ProRail en het ministerie deze regeling daadwerkelijk mogen toepassen, moet nog worden getoetst bij de Europese Commissie. Dit omdat er sprake zou kunnen zijn van ongeoorloofde staatssteun.

740 metertreinen

Naast de tarieven zijn er nog een aantal andere nieuwigheden die met name de goederenvervoerders dwarszitten. Zoals de mogelijkheden om met 740 meter lange goederentreinen te rijden en de grens over te kunnen. Treinen die de afgelopen jaren gewoon reden met 690 meter moeten nu plots terug naar 650 meter. Dat kost de betrokken partijen 1,25 miljoen euro aan inkomsten per jaar.

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen.

Wilt u onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af en 

krijg onbeperkt toegang tot vakinformatie over de spoormarkt.

1 maand gratis proefabonnement

Auteur: Paul van den Bogaard

Paul van den Bogaard is redacteur van SpoorPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.

‘Subsidieregeling heuvelen en opstellen is sigaar uit eigen doos’ | SpoorPro.nl
Rangeerterrein Kijfhoek Zwijndrecht

‘Subsidieregeling heuvelen en opstellen is sigaar uit eigen doos’

Spoorvervoerders konden tot afgelopen week reageren op het ontwerp van de nieuwe Netverklaring 2023 van ProRail. Vooral goederenvervoerders maakten van deze mogelijkheid gebruik, omdat zij te maken krijgen met kosten die tot 17 miljoen euro hoger kunnen uitvallen. 

De in de Netverklaring voor de dienstregeling van 2023 voorgestelde tarieven betekenen voor de meeste vervoerders een daling van de kosten voor de gebruiksvergoeding. Maar voor enkele vervoerders, met name in het goederenvervoer, is echter sprake van een substantiële kostenstijging.

Opstellen en heuvelen

De Vergoeding Minimum Toegangspakket (VMT) waarin onder meer de toegang tot het spoor, de energievoorziening en andere basiszaken zijn opgenomen, wordt vanaf 2023 ruim 50 procent lager. Vooral reizigersvervoerders als NS, Arriva en Connexion profiteren hiervan. Voor de spoorgoederenvervoerders daalt de VMT ook, maar staat daar wel een enorme stijging van de opstel- en heuveltarieven op Kijfhoek tegenover.

Om deze vervoerders tegemoet te komen, wil Staatsecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Steven van Weyenberg een tijdelijke subsidieregeling inrichten om deze kostenverhoging te compenseren. Voor de regeling is 10 tot 14 miljoen euro nodig. En dat bedrag zou gefinancierd moeten worden door een extra heffing aan alle spoorvervoerders.

De beoogde regeling heeft een looptijd van drie jaar en moet in die tijd geleidelijk worden afgebouwd. Volgens ProRail en het ministerie wordt zo een overgang gevormd naar een tariefstructuur die beter aansluit bij de daadwerkelijke kosten van het spoorgebruik.

Sigaar uit eigen doos

Vervoerder NS zegt in dit stadium nog niet inhoudelijk te willen reageren op de Netverklaring en het voorstel van de staatssecretaris om mee te betalen aan het opstellen en heuvelen van goederentreinen. “Het gaat om een concept Netverklaring waarover we in gesprek zijn met ProRail”, aldus woordvoerder Erik Kroeze. “We willen dat zorgvuldig doen en hebben onze vragen neergelegd bij ProRail.”

Ook Arriva zegt de ontwerp-Netverklaring 2023 te hebben bestudeerd. “Ook hebben we toelichting gekregen van ProRail over de nieuwe tarieven. Vervolgens hebben we vragen gesteld, waar we begin december antwoord op verwachten te krijgen”, zegt woordvoerder Roos Chaudron. Beide vervoerders willen geen uitspraken doen over wat ze van het voorstel vinden om het proces met ProRail niet te verstoren.

Vanuit de spoorgoederenvervoerders is er mindder terughoudendheid om te reageren. De subsidieregeling is volgend brancheorganisatie RailGood een sigaar uit eigen doos voor de vervoerders. Van een level playing field met bijvoorbeeld het wegtransport is volgens RailGood geen sprake. “Het spoorgoederenvervoer moet deze zeer forse parkeertarieven gaan betalen per 2023, maar er komen geen parkeerheffingen voor vrachtwagens op de parkeerplaatsen langs de snelwegen en provinciale wegen.”

De vergoeding voor de reservering van capaciteit voor opstellen en rangeren bedraagt voor alle emplacementen met uitzondering van Kijfhoek 0,03384 euro + 0,0003080 euro x spoorlengte in meters. Voor emplacement Kijfhoek bedraagt deze 0,03939 euro + 0,0005482 euro x spoorlengte in meters. Facturatie vindt plaats per minuut.

Dienstencatalogus

In Nederland maken zo’n vijftig partijen gebruik van het spoor. De Netverklaring is de producten- en dienstencatalogus van ProRail. Daarin staat het aanbod met de bijbehorende tarieven van bijvoorbeeld gebruik van treinpaden en opstel- en rangeersporen, afnemen van tractie-energie of de toegang tot informatie- en ICT-diensten.

Dat de gebruiksvergoeding voor de ene vervoerder stijgt en de ander daalt, heeft te maken met een nieuwe methode waarmee ProRail zijn kosten doorberekent aan vervoerders. De directe kosten (VMT) zijn door ProRail op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat meer in lijn gebracht met de systematiek in omringende Europese landen. De overige kosten zijn daarbij gebaseerd op de werkelijke kosten en zouden daarmee vervoerders moeten stimuleren om efficiënter met de voorzieningen om te gaan.

Dit betekent dat de totale opbrengsten uit zouden moeten komen op 432 miljoen euro, gebaseerd op het gebruik van het spoor in 2019. Besloten is om de inkomsten uit het in rekening brengen van kosten stapsgewijs tot 2025 stapsgewijs te verhogen tot 79 procent van de kosten (375 miljoen euro) via een ingroeiregeling die bestaat uit de eerder genoemde subsidie. Of ProRail en het ministerie deze regeling daadwerkelijk mogen toepassen, moet nog worden getoetst bij de Europese Commissie. Dit omdat er sprake zou kunnen zijn van ongeoorloofde staatssteun.

740 metertreinen

Naast de tarieven zijn er nog een aantal andere nieuwigheden die met name de goederenvervoerders dwarszitten. Zoals de mogelijkheden om met 740 meter lange goederentreinen te rijden en de grens over te kunnen. Treinen die de afgelopen jaren gewoon reden met 690 meter moeten nu plots terug naar 650 meter. Dat kost de betrokken partijen 1,25 miljoen euro aan inkomsten per jaar.

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen.

Wilt u onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af en 

krijg onbeperkt toegang tot vakinformatie over de spoormarkt.

1 maand gratis proefabonnement

Auteur: Paul van den Bogaard

Paul van den Bogaard is redacteur van SpoorPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.