Duits-Nederlandse goederentrein

Voor einde kalenderjaar ligt beleidsagenda spoorgoederenvervoer op tafel

Een goederentrein van DB Cargo in de omgeving van Almelo Rob Dammers / Wikimedia Commons

Voor het einde van dit kalenderjaar zal staatssecretaris Vivianne Heijnen de Tweede Kamer informeren over de beleidsagenda voor het spoorgoederenvervoer. Dat schrijft infrastructuurminister Mark Harbers in zijn beantwoording op vragen van D66 over de status van de beleidsagenda voor spoorgoederenvervoer.

In Duitsland is er bijvoorbeeld een grotere behoefte aan goederentreinen, waarbij een derde spoor van de Betuwelijn het toenemend aantal goederentreinen op het spoor meer ruimte kan bieden. Harbers schrijft dat staatssecretaris Heijnen in september voor het laatst contact heeft gehad met de Duitse overheid over de voortgang in de totstandkoming van het derde spoor. “Onze Duitse partners doen hun best om de voortgang te bespoedigen, en moeten daarbij wettelijke procedures inachtnemen”, aldus Harbers. Een “spoedige voortgang” van de langdurige bouwerkzaamheden rondom de Betuwelijn in de periode november 2024 tot mei 2026 zijn volgens de minister “van groot belang”.

Effect energieprijzen op spoorwegondernemingen

Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) concludeerde in een rapport op 6 oktober dat het nog maar de vraag is of en in hoeverre de stijgende energieprijzen de concurrentieverhoudingen van Nederlandse spoorvervoerders geraakt worden, maar zegt geeft toe dat het spoorgoederenvervoer relatief gezien het meeste last heeft van de gestegen energieprijzen, zodra energiecontracten aflopen.

Omdat spoorgoederenvervoerders energieprijstoeslagen hanteren, kunnen de energieprijzen deels worden doorberekend in de vervoerstarieven, aldus de minister, die nog aanvult dat de prijsstijgingen voor een deel gecompenseerd worden door accijnsverlagingen.

Harbers wijst er verder op dat voor spoorwegondernemingen uit het midden- en kleinbedrijf de nood enigszins gelenigd kan worden door de regeling die het kabinet voor het MKB heeft voorgesteld, maar hij schrijft ook dat “de mate waarin een verlaging van de gebruiksvergoeding voor het spoor (verdere) compensatie kan bieden”, beperkt is.

“De gebruiksvergoeding ziet toe op de kosten voor het gebruik van het Nederlandse spoorwegnet. Het aandeel van energiekosten in de kostprijs van spoorvervoer is substantieel hoger dan de kosten van de gebruiksvergoeding die in rekening worden gebracht voor het gebruik van het spoor.”

Vinger aan de pols

De minister laat verder weten dat hij op dit moment nog geen signalen van spoorwegondernemingen heeft ontvangen dat ze vanwege de prijsstijgingen van energie het risico lopen de spoormarkt te verlaten of zelfs failliet te gaan. Dat heeft er mede mee te maken dat veel spoorwegondernemingen vooralsnog gebruik maken van lopende energiecontracten.

Wel benadrukte Harbers dat hij de economische ontwikkelingen en de effecten daarvan op het spoorgoederenvervoer ” zal blijven monitoren.”

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen.

Wilt u onbeperkt lezen? Sluit nu een actie abonnement af en 

krijg onbeperkt toegang tot vakinformatie over de spoormarkt.

start actie abonnement

Auteur: Kenneth Steffers

Kenneth Steffers is (politiek) verslaggever, journalist en redacteur voor SpoorPro.nl

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.