Renfe-train-on-viaduct

Spanje kiest voor veelbelovende aanpak bij liberalisering spoormarkt

ANALYSE – Begin mei werd de liberalisering van het hogesnelheidsnet in Spanje een feit. Het land koos voor een bijzonder model dat is gebaseerd op volumes in plaats van het volledig opengooien van de markt. Een model dat interessant kan zijn voor andere landen.

Anders dan in andere landen, zoals Italië, was het idee van liberalisering in Spanje niet alleen om de staatsspoorbedrijf Renfe uit te dagen. De prioriteit was om het verkeer op een te groot snel netwerk te vergroten en zo meer inkomsten te genereren. Het was duidelijk dat vervoerder Renfe alleen niet over de capaciteit beschikte om voldoende gebruikersvergoeding op de leveren voor Adif, de Spaanse spoorbeheerder.

Groot netwerk, groter potentieel

Het Spaanse hogesnelheidsnetwerk is na China het grootste ter wereld qua lijnkilometers. Ondanks de 3.200 kilometer hogesnelheidslijnen, bleek uit een rapport van de Spaanse mededingingsautoriteit CNMC uit 2018 dat 76 procent van de capaciteit van het netwerk vrijwel onbenut blijft. Dat is niet overal gelijk, maar wel ondubbelzinnig: Madrid-Barcelona heeft 41 procent van zijn capaciteit bezet, terwijl dat op Albacete-Alicante slechts negen procent is. Renfe meldde 33,6 miljoen passagiers op commerciële diensten, waarvan 21,3 miljoen op AVE’s (Alta Velocidad Española, de Spaanse HSL) terwijl openbaredienstverplichtingen 560 miljoen gebruikers bedroegen (89,4 procent op forenzentreinen). Dit geeft een indicatie van het aanzienlijke potentieel dat bestaat op het lange-afstandssegment.

De netbeheerder heeft niet het hele Spaanse hogesnelheidsnet opengesteld, maar slechts drie lijnen: Madrid-Barcelona, ​​Madrid-Valencia/Alicante en Madrid-Toledo/Sevilla/Malaga. Op al deze lijnen werden verkeersrechten aangeboden in drie pakketten: type A voor zwaar verkeer (tot drie treinen per uur), type B voor verkeer van één trein per uur en type C voor diensten van vier tot vijf treinen per dag.

Een Ouigo hogesnelheidstrein in Spanje, een dochteronderneming van SNCF

Enorme toename van het verkeer

Een exploitant kon op slechts één van de drie pakketten bieden. SNCF won het C-pakket en exploiteert het sinds mei vorig jaar onder het budgetlabel Ouigo. Pakket B is gewonnen door een consortium tussen ILSA (een dochteronderneming van Air Nostrum) en Trenitalia, dat grote Europese ambities heeft. Ten slotte ging pakket A naar de openbare exploitant Renfe, die als enige over voldoende middelen beschikte voor genoeg verkeer.

Door pakketindeling op basis van frequentie kunnen de drie vervoerders op alle drie de lijnen treinen laten rijden. Op de lijn Madrid-Barcelona rijden nu dagelijks 53 treinen, bijna een verdubbeling van het verkeer. 61 dagelijkse treinen rijden op de lijn Madrid-Toledo-Sevilla/Malaga, een stijging van 75 procent, en 53 treinen rijden op de lijn Madrid-Levante (Valencia en Alicante), een stijging van 40 procent. Renfe behoudt in totaal tussen de 100 en 107 treinen, een marktaandeel van 64 procent. Dit benadrukt het Spaanse beleid om andere operators te verwelkomen zonder de nationale operator om zeep te helpen.

Treinen verkrijgen

Met uitzondering van Renfe moesten de andere twee concurrenten een eigen bedrijf opzetten met eigen treinen en onderhoud. De SNCF koos naast ETCS voor Alstom 2N2 Euroduplex TGV’s, waarvan er veertien zijn aangepast aan het Spaanse spoor- en treinbeveiligingssysteem. Alstom-Spanje is verantwoordelijk voor het onderhoud. Deze mogelijkheid om snel treinen te krijgen, heeft de SNCF in staat gesteld haar diensten vanaf medio 2021 te lanceren onder de merknaam Ouigo-Espana. Vanwege de corona reisbeperkingen wordt momenteel alleen de route Madrid-Barcelona bediend.

Renfe’s reactie was snel. Het had in 2019 al zijn Talgo Avlo ontworpen, een goedkope hogesnelheidstrein met slechts 438 tweedeklas zitplaatsen. Met de lancering van de Ouigo-treinen van de SNCF in mei, lanceerde Renfe op 23 juni zijn Avlo-budgetrein op de route Madrid-Barcelona. Momenteel wordt deze lijn daarom geëxploiteerd door twee operators en drie typen treinen: AVE (Renfe), Avlo (Renfe) en Ouigo (SNCF).

Renfe-Avlo

De Avlo-trein, het goedkopere alternatief van Renfe

Drie verschillende fabrikanten

Het Italiaans/Spaanse consortium ILSA/Trenitalia, dat pakket B kreeg, had al aangekondigd dat het pas in 2022 van start zou gaan. Het wil de hogesnelheidstrein Bombardier/Hitachi Zefiro in Spanje laten rijden, die Trenitalia al in Italië exploiteert onder de naam Frecciarossa 1000. Trenitalia heeft een bestelling geplaatst van 50 treinstellen, deels voor haar operaties in Frankrijk en natuurlijk voor de Spaanse operaties.

Een eerste Frecciarossa-treinstel voor Ilsa/Trenitalia wordt voor verschillende tests naar Spanje overgebracht. De exploitant Renfe blijft Talgo trouw en plaatste in 2016 en 2017 een bestelling voor dertig treinstellen van de nieuwe hogesnelheidstrein van de fabrikant, de Talgo Avril. Het Adif-netwerk zal dus rollend materieel van drie verschillende fabrikanten verwelkomen: Talgo (AVE en Avlo van Renfe), Alstom (Ouigo SNCF) en Hitachi Rail (Ilsa/Trenitalia). Het zou het eerste land zijn met treinen van zoveel verschillende fabrikanten.

Atypisch

Het Spaanse model is atypisch, maar veelbelovend. In tegenstelling tot open access plaatst dit concept van liberalisering, met verschillende pakketten, de staat weer aan het roer. Bovendien geeft Spanje zijn infrastructuurbeheerder Adif een rol als projectmanager en dirigent. Ten slotte maakt deze oplossing het ook mogelijk om de historisch gezien enige vervoerder te ondersteunen door hem de middelen te geven om zich aan te passen.

Lees ook:

Auteur: Frédéric de Kemmeter

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.