remise nieuwegein

‘Gebruik van gekoppelde trams naar de Uithof sluit aan op start academisch jaar’

In de provincie Utrecht wordt volop getest met de nieuwe trams op het verbeterde traject tussen IJsselstein-Zuid en Utrecht Centraal. Sterker nog, vanwege een incident op 1 maart zijn deze week nog testritten. Communicatieadviseur Ron van Dopperen van de provincie Utrecht is in gesprek met SpoorProTV onverminderd positief over het opgewaardeerde regionale tramsysteem en verwacht dat de trams in Utrecht, Nieuwegein en IJsselstein medio dit jaar gekoppeld kunnen gaan rijden. Iets dat mooi aansluit op de start van het academisch jaar, zegt Van Dopperen.

Met een totale lengte van 75 meter zullen deze gekoppelde trams de langste gekoppelde exemplaren van Europa zijn. Met een capaciteit van 490 personen per rit zou de gekoppelde tram het ideale regionale vervoermiddel voor studenten kunnen zijn, mits de coronacrisis tegen die tijd een beetje is gaan liggen, aldus Van Dopperen.

Dat is nu nog niet aan de orde. Door de coronapandemie lag de Spaanse fabriek van treinfabrikant CAF een tijdlang stil waardoor er op dit moment weliswaar voldoende Urbos 100-trams zijn om te rijden, maar nog niet genoeg om ook gekoppeld op pad te gaan. Deze trams rijden al een tijd op de Uithoflijn, maar worden zoals gezegd nog getest tussen Utrecht en IJsselstein-Zuid. Als de tests positief verlopen, dan kan de dienstregeling tussen Utrecht en IJsselstein deze week met de nieuwe trams worden opgestart.

‘Door lagevloertram en dito perron dadelijk lagere aanrijsnelheid’

De tests moeten aantonen dat er niet alleen gereden kan worden, maar dat er bovendien op tijd gereden kan worden. Dat klinkt vreemd, aangezien het traject er al bijna veertig jaar ligt. De lijn naar Nieuwegein werd in 1983 in gebruik genomen, de verlenging naar IJsselstein twee jaar later. Van Dopperen wijst echter naar de verschillende aanpassingen aan het tracé en het vernieuwde materieel.

“De lijn is grondig vernieuwd. Zo wordt tegenwoordig een zogeheten lagevloertram ingezet. Dit betekent dat ook de perrons lager zijn. Hierdoor bestaat het risico dat reizigers op het spoor stappen en daarom hanteren we met een lagere aanrijsnelheid. De tests zijn er onder meer bedoeld om te zien wat dat betekent voor de machinisten en voor de dienstregeling”, zegt Van Dopperen.

Dat de tests nog even voortduren heeft er tevens mee te maken dat de klok begin deze maand “terug op nul” moest, aldus Van Dopperen. Op 1 maart werd een tram bij de eindhalte IJsselstein-Zuid doorgeleid naar een spoor waar een andere tram stond. “Dat beschouwen we als een veiligheidsincident. Het onderzoek naar de toedracht zit weliswaar nog in de afrondende fase maar er komt dadelijk sowieso een snelheidsaanpassing op dat baanvak. Ook nieuwe beheersmaatregelen zijn niet uitgesloten”, aldus Van Dopperen.

Bekijk hier het video-interview met Ron van Dopperen:

‘Bestuurders ervaren nieuwe trams als rijdende computers’

Over de trams zelf niets dan lof, zo blijkt ook uit de feedback van de bestuurders. Zij maken naar eigen zeggen een sprong in de tijd en omschrijven de Urbos 100-trams als rijdende computers. “Vergelijk het maar met de overstap van een oude Volvo naar een Tesla”, zegt Van Dopperen. “De trams hebben flink wat power en dat vergt aanpassingen van de bestuurder bij het optrekken en afremmen. Je wilt bijvoorbeeld voorkomen dat er vierkante wielen ontstaan.”

De tests moeten ook de laatste plooi gladstrijken wat de geluidsoverlast betreft. Zo kwamen er flink wat klachten binnen over het zogeheten booggeluid, oftewel het schelle geluid dat voortkomt uit het contact tussen wiel en spoor. Iets dat versterkt wordt door het gegeven dat in het geval van het regionale tramsysteem zowel spoor als materieel nog nieuw zijn. Desondanks kwam de mate van overlast als een verrassing.

“We zijn de smeerinstallatie van de tram nu zo aan het inregelen dat er op de juiste locatie de juiste hoeveelheid vet wordt gesmeerd, om zo het booggeluid te dempen. Ook de bestuurders vragen we om extra alert te zijn om geluid”, aldus Van Dopperen.

Voortzetting van de BVOV van groot belang

Andere zaken waar men tegenaan is gelopen heeft betrekking op de verbeteringsruimte die er vanwege de voortschrijdende technologische vooruitgang nog is op het gebied van beveiligingssystemen en de systemen voor de aansturing van seinen en wissels. “Eigenlijk ben je nooit helemaal klaar”, zegt Van Dopperen. “Zo kunnen we op de Uithof nog wel calamiteitenwissels gebruiken, zodat er ook bij storingen nog veilig gereden kan worden.”

Buiten eigen schuld om zal de lijn 61 tussen Utrecht Centraal en de eindhalte IJsselstein-Zuid vanwege de coronacrisis een valse start maken. De beschikbaarheidsvergoeding OV (BVOV) is in die zin mooi meegenomen, zegt Van Dopperen, die er voorzichtig van uitgaat dat er vanaf september weer een opgaande lijn qua reizigersaantallen te zien zal zijn.

Dus een voortdurende BVOV blijft van belang. “De investering in het opgewaardeerde regionale tramsysteem is er een voor de komende dertig jaar dus het zou zonde zijn als de kaarten ineens anders geschud worden. We hopen dat we onze voorziening goed in stand kunnen houden. Een uitgeklede dienstregeling heeft zeker niet onze voorkeur.”

Lees meer:

Auteur: Nick Augusteijn

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.