Nieuwe WINK-trein Arriva

Mobiliteitsanalyse: trein snelst groeiende modaliteit tot 2050

De trein kent van alle vervoersmiddelen procentueel de sterkste groei tot 2050, zowel in aantal verplaatsingen als in reizigerskilometers. Dit wordt gevolgd door bus, tram en metro. Dat blijkt uit de deze week verschenen Integrale Mobiliteitsanalyse 2021 van het ministerie van infrastructuur en Waterstaat. Hierin worden de verwachtingen voor vervoersstromen voor de komende decennia tot 2050 beschreven.

Deze trend wordt volgens ProRail, die het rapport opstelde, veroorzaakt door de verdere verstedelijking van de Randstad in combinatie van een sterke concurrentiepositie van de trein en andere vormen van openbaar vervoer zoals de bus, tram en Metro (BTM) ten opzichte van de auto voor verplaatsingen in en naar stedelijke gebieden.

Aandeel trein

Toch is in absolute zin de groei bij de auto het sterkst. Het aandeel van de trein neemt binnen de totale mobiliteit iets toe, met name de reizigerskilometers. In 2018 waren dat er 58 miljoen kilometer, maar naar verwachting loopt dit aantal tot 2050 op tot maximaal 90 miljoen kilometer. Bij de auto is dat maximaal 476 kilometer tegenover 331 in 2018. Met de bus, tram of metro legden reizigers in 2018 in totaal 19 miljoen kilometer af in Nederland. Dat zullen er bij een voorzichtige inschatting 22 miljoen zijn tegen 2050 en 26 bij een meer optimistische voorspelling.

Gerekend in het aantal verplaatsingen per dag zijn dat er voor de trein 1,4 miljoen in 2018, maar worden dat er tussen de 1,7 en 2,1 over een kleine dertig jaar. De gemiddelde afgelegde afstand stijgt iets, van 42 kilometer naar 43,5 kilometer.

Integrale mobiliteitsanalyse 2021

Internationaal treinverkeer

In het internationale personenvervoer van en naar Nederland is de auto op dit moment dominant, en neemt de trein met 2 procent van de verplaatsingen een beperkte plaats in. Het grootste deel van de internationale verplaatsingen valt in de afstandsklasse tot 150 kilometer, waarin vooral sprake is van vervoer met de auto. De concurrentiekracht van de trein neemt volgens het rapport enigszins toe in de klasse 300 tot 600 kilometer, maar het aandeel treinreizen blijft echter klein.

In alle door ProRail geschetste scenario’s is wel sprake van een aanzienlijke groei van het internationaal treinvervoer vanaf 2018: tussen de 47 en 67 procent in 2040. In aantallen betekent dit een groei van 9,7 miljoen verplaatsingen in 2018 tot maximaal 16,3 miljoen verplaatsingen in 2040. Voor 2030 is verondersteld dat er meer treinen gaan rijden, zolang het past op de voorziene infrastructuur. Hierdoor neemt het aantal treinen met meer dan 80 procent toe.

Snellere verbindingen

Andere verwachte verbeteringen van het product trein zijn snellere verbindingen, of het combineren van enkele korte verbindingen tot een doorgaande verbinding over langere afstand. In 2030 is de groei dus een gevolg van productverbetering en sociaaleconomische ontwikkelingen. Na 2030 is groei uitsluitend een gevolg van sociaaleconomische ontwikkelingen.

Hiermee doelt ProRail op bevolkingsgroei, inkomen, opleiding en autobezit. Ook verbeteringen in de kwaliteit van de dienstregeling speelt een belangrijke rol in de groei van treingebruik. Het Nederlandse spoor wordt sneller, waardoor reizigers langere afstanden af kunnen leggen. Hierbij geldt wel dat reizigers iets vaker moeten overstappen. Thuiswerken en lagere kosten voor het gebruik van de auto hebben wel een licht dempend effect.

Randstad

De groei op het spoor manifesteert zich in heel Nederland. Maar de groei in Zuid-Nederland en Noordoost-Nederland blijft wel achter bij de groei van, naar en binnen de Randstad. Daarnaast geldt dat ongeveer driekwart van alle verplaatsingen een herkomst of een bestemming in de Randstad hebben en dat bijna de helft van alle ritten van of naar een van de G4 (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag of Utrecht) gaan. In absolute zin komt de groei op het Nederlandse spoor dus ook vooral in de Randstad en de G4 terecht. Dit leidt tot de verwachting dat drukke corridors nog drukker gaan worden.

reizigersdruk stations

Op circa 130 stations staat de transfercapaciteit in 2018 al onder druk. Als gevolg van de geconstateerde groei zal in 2040 op circa een derde hiervan de ernst van bestaande knelpunten toenemen en ontstaan er op 7 tot 10 stations nieuwe transferknelpunten. Daarnaast ligt er voor 100 (30 procent) van de stations een opgave voor uitbreiding van de fietsenstallingscapaciteit voor 2040.

Goederenvervoer

De vraag naar goederenvervoer neemt in deze prognose toe van 42,1 miljoen ton in 2019 naar 68,6 miljoen ton in 2040. Ondanks deze groei blijft het aandeel van het spoorgoederenvervoer in de modal split circa 4 procent. Het vervoer is vrijwel geheel internationaal georiënteerd, waarbij de grootste stromen Nederland – Duitsland (50,7 miljoen ton in 2040) en Nederland – België (5,1 miljoen ton in 2040) zijn. Een andere grote stroom is het transitverkeer België – Duitsland (7,8 miljoen ton in 2040), welke door Nederland rijdt.

De samenstelling van het ladingpakket verandert door de jaren heen. De grootste groei zit in het segment containers, waardoor het aandeel containervervoer toeneemt. Door het verminderde kolenvervoer neemt het aandeel kolen in het totaal vervoerd gewicht af. Dit leidt tot meer treinen, omdat voor een miljoen ton containers twee tot drie keer zoveel treinen nodig zijn, dan voor een miljoen ton kolen.Een goederentrein op station Utrecht Centraal, foto: ProRail

Wanneer het te vervoeren gewicht wordt omgerekend naar benodigde treinaantallen, is er groei zichtbaar tussen 2019 (gerealiseerde aantal treinen) en de zichtjaren 2030, 2040 en 2050. Zo reden er in 2019 in totaal 165 treinen tussen Nederland en Duitsland en zijn dat er maximaal 332 in 2050. Tussen Nederland en België waren dat er 54 in 2019 en worden het er maximaal 108 in 2050.

Lees ook:

U las zojuist één van de gratis premium artikelen.

Wilt u onbeperkt lezen? Sluit nu een gratis proefabonnement af en 

krijg onbeperkt toegang tot vakinformatie over de spoormarkt.

1 maand gratis proefabonnement

Auteur: Paul van den Bogaard

Paul van den Bogaard is redacteur van SpoorPro.

3 reacties op “Mobiliteitsanalyse: trein snelst groeiende modaliteit tot 2050”

asierts|08.07.21|08:51

De glazen bol voorspelt de toekomst, zowaar !

Jos van der Veen|08.07.21|21:33

Een interessante extrapolatie vanuit de spoorwereld. Ik ga ervan uit dat deze studie uitermate zorgvuldig is geweest. Echter, heb ik zo mijn bedenkingen over de conclusies die worden getrokken.

Een technologische ontwrichting is ophanden. Daar wordt in mijn beleving te weinig serieus rekening mee gehouden. Autonome voertuigen konden wel eens vele malen sneller geaccepteerd worden, door zowel de politiek als de gebruiker, dan tot nu toe wordt aangenomen.

asierts|09.07.21|08:35

@ Jos : de fundamentele beleidsfout van het Ministerie (en denkfout van adviesburo’s & wetenschap) is dat de individueel kiezende klant volledig wordt genegeerd in de modellen. Zo wordt er zelfs bij miljardeninvesteringen als ERTMS totaal niet naar echte marktattractiviteit gekeken. Men komt niet verder dan reistijd en frequentie, want dat kan het modelsysteem nog net aan. Daarna gaat het alleen nog over politieke wensen, geld en capaciteit. De rijksoverheid is compleet klant/markt-autistisch.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.