Onderzoeker Niels van Oort van de TU Delft en Menno de Bruyn van de NS

‘Herhaalonderzoek zal uitwijzen of mensen reisgedrag blijvend aanpassen’

Vervoerder NS zag tijdens de coronacrisis zijn reizigersaantallen dalen tot 10 procent van de normale aantallen. De vraag is hoeveel reizigers er nog terugkomen wanneer de crisis voorbij is. In een grootschalig onderzoek van NS en de TU Delft zegt tweederde van de forenzen te verwachten dat ze trein straks weer gaan pakken.

In de uitzending van SpoorProTV van 8 juli kwamen Niels van Oort van de TU Delft en Menno de Bruyn van NS uitleggen hoe dat in zijn werk ging en wat de meest opvallende conclusies zijn. “De belangrijkste vraag die we wilden beantwoorden is: hoeveel mensen komen er terug na corona?”, aldus De Bruyn. “Dat is van belang voor veel van onze beleidsbeslissingen, bijvoorbeeld voor materieel bestellingen. Daarvoor hebben we inzicht nodig in toekomstige reizigersstromen.” Volgens Van Oort is het voor de TU Delft vooral interessant om te onderzoeken hoe het OV beter en effectiever kan.

Smullen

NS heeft een internetpanel van ongeveer honderdduizend mensen die regelmatig meewerken aan onderzoeken voor ons. “Dat zijn voor een deel internetvragenlijsten waarin we de mensen vooral vragen naar hun mening over onze dienstverlening. Daarnaast nodigen we die mensen ook af en toe uit om dingen live te komen testen. bijvoorbeeld de nieuwe inrichting van een trein of de lay-out van een station met bewegwijzering. Dat doen we al een jaar of vijftien en is erg waardevol voor ons. Bijna de helft van het panel heeft gereageerd op dit onderzoek.”

“Voor ons is dit een panel waar we van smullen”, zegt Van Oort. “Het is niet alleen een enorm groot panel, maar ook kwalitatief goed. Bijvoorbeeld in de zin dat mensen ook met vervolgonderzoek graag mee willen doen. We hebben ze het hemd van het lijf gevraagd. Het was een behoorlijk lange survey. Geen honderden vragen, maar wel meer dan gemiddeld. Er is zo veel te bevragen door de situatie nu. We hebben flink moeten snijden in het aantal vragen dat we wilden stellen.”

20 procent gaat iets anders doen

De Bruyn: “We hebben mensen gevraagd naar hun activiteiten zowel voor, tijdens als na de crisis. En het bijbehorende verplaatsingsgedrag. Wat we zagen is een aantal trends de belangrijkste vraag voor ons was: Gaan mensen straks hun oude reisgedrag weer oppakken. Wat we zagen is dat bijna twee derde van de respondenten verwacht hun oude reisgedrag na corona weer op te pakken, maar ongeveer 20 procent, dus 1 op de 5, die dacht toch echt iets anders te gaan doen. De auto of de fiets pakken bijvoorbeeld. Daar zagen we wel een aantal belangrijke trends in, maar we zagen ook dat verschillen waren tussen verschillende groepen.”

Van Oort: “Je ziet bijvoorbeeld dat 58 procent van het woon-werkverkeer, of de mensen die de trein daar voor gebruiken, aangeven dat ze terugkeren naar het gewone gedrag. En als je naar scholieren kijkt of studenten dan is dat 73 procent. Dat is een aanzienlijk groter aantal. En dat is het mooie van deze database. Die is zo groot dat je ook wat verdiepende analyses naar achtergronden, tijdstippen, motieven en dergelijke kunt doen. Om het beter te begrijpen. In die fase zitten we nu nog. Begrijpen van wat we allemaal zien om vervolgens stappen te kunnen zetten, dingen beter te gaan doen. En eventueel voor NS of voor overheden of andere partijen, om te gaan sturen op bepaald gewenst gedrag of ander gedrag te ontmoedigen.”

Herhaalonderzoek

De Bruyn: “Wanneer de crisis voorbij is, is voor mensen best een abstract begrip. Dus we hebben denk ik echt het uiterste van onze respondenten gevraagd. We hebben ze gevraagd zich voor te stellen dat er straks corona weer een keer weg is en wat ze dan denken te gaan doen. Dan moet je de resultaten natuurlijk wel met wat voorzichtigheid interpreteren. Want de vraag is of ze ook daadwerkelijk gaan doen wat ze zeggen te gaan doen. maar om daar meer zicht op te krijgen, zijn we wel van plan om nog herhaal onderzoeken te doen. Sterker nog: het eerste herhaalonderzoek is al gedaan en daar krijgen we binnenkort de eerste resultaten ook van.”

“Het is interessant om te zien wat er gedurende de crisis gebeurt met de attitudes, de ideeën en de voorspellingen van mensen dat maakt de tweede survey minstens zo interessant”, vindt Van Oort. “Hoe verandert dat? of juist niet. Maar we verwachten wel dat er wat verandering in plaatsvindt. Als we terugdenken aan de situatie eind april en hoe we nu in de crisis staan met reizen, mondkapjes, allerlei maatregelen, ideeën en angst of niet. Ik ben heel nieuwsgierig hoe dat verandert. Ik denk dat we ons allemaal nog wel kunnen herinneren hoe dat allemaal begon en dat we nu misschien op een andere manier kijken.”

Angstig

Dat mensen nu misschien al iets minder angstig zijn? “Dat is een van de hypotheses, maar dat gaan we straks zien.” De beperkingen op reizen zijn nu opgeheven. Dat was voor circa de helft van de reizigers de aanleiding om niet meer met de trein te reizen blijkt uit de onderzoeksresultaten. Ja zou er dus vanuit kunnen gaan dat die groep zeker terugkeert. De Bruyn: “Dat gaan we merken. Ik verwacht inderdaad dat het aantal mensen dat aangeeft dat ze niet meer reizen met de trein vanwege beperkende maatregelen van de overheid heel; sterk zal zijn afgenomen.”

Volgens De Bruyn zijn er vier belangrijke trends waar te nemen in het onderzoek. “Als eerste zien we dat er een groep mensen is die zegt dat ze minder gaan reizen. Ze gaan gewoon minder op pad. Thuiswerken bijvoorbeeld. Een tweede belangrijke trend is we zien dat dat mensen met een andere vervoerswijze op pad gaan. Een derde is dat mensen evengoed met de trein reizen, maar er toch iets minder gelukkig mee zijn. Onder andere vanwege angst voor drukte of besmetting.” Een vierde trend is volgens De Bruyn dat mensen op andere tijdstippen gaan reizen. Waarbij met name de verschuiving van de spits naar buiten de spits voor NS erg interessant is. “Dat betekent dat wij onze middelen veel efficiënter kunnen inzetten.”

Dit is het moment

Van Oort ziet de crisis ondanks het menselijk leed en de schade aan de economie ook als een kans om de manier van vervoer om te buigen in een andere richting. “Met minder spitsbelasting. Dat geldt natuurlijk voor de trein, maar ook voor het hele OV en het mobiliteitssysteem dat helemaal is ingericht op piekbelasting. Dat natuurlijk in zekere zin inefficiëntie met zich meebrengt. Dus als daar een mogelijkheid is om misschien een beetje te bewegen? Ik ben voorzichtig, want we weten allemaal ook dat mensen niet zo snel geneigd zijn om hun gedrag aan te passen. Maar dit is wel het moment dat we misschien iets kunnen doen.”

Bekijk hier de hele uitzending terug:

Auteur: Paul van den Bogaard

Paul van den Bogaard is redacteur van SpoorPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.