Goederentrein

Mankementen aan treinen opnieuw gestegen ondanks meldsysteem

Het aantal normoverschrijdingen van mankementen aan Nederlandse treinen is in 2017 weer gestegen, nadat het drie jaar lang terugliep. Dit meldt de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) dinsdag in een rapport over mankementendetectie. De ILT roept spoorwegondernemingen op in actie te komen om te zorgen dat het aantal weer vermindert. Mankementen aan treinen kunnen namelijk de spoorwegveiligheid beïnvloeden, zo stelt de Inspectie.

Tussen 2005 en 2013 ontspoorden vijf goederentreinen, met grote schade aan het spoornet en materieel tot gevolg. In alle gevallen werden de ontsporingen veroorzaakt door een technische afwijking aan één van de treinwagons. Deze technische afwijkingen waren echter al eerder geregistreerd door Quo Vadis, het meetsysteem dat in Nederland wordt gebruikt om mankementen op te sporen. De ILT besloot daarna te onderzoeken in hoeverre de meetgegevens efficiënt worden gebruikt.

Betrek de ECM

ProRail startte in juni 2014 met het actief melden van normoverschrijdingen van mankementen (een maatstaaf gehanteerd door Prorail) aan spoorwegondernemingen. Het aantal overschrijdingen liep sindsdien aanzienlijk terug, tot in 2017. In dit jaar namen de overschrijdingen weer toe. De Inspectie verwacht dat het aantal mankementen opnieuw wordt verminderd als alle partijen investeren in het systeem.

De ECM – de houder en/of eigenaar van het materieel – moet meer betrokken zijn bij de communicatie over mankementen, vindt het bureau. Deze bedrijven moeten actief meldingen ontvangen, ook als het niet om eigen materieel gaat. In tegenovergestelde richting, moeten zij de meldingen ook doorspelen naar de eigenaar van de trein, zodat er adequaat kan worden opgetreden.

Sneller melden

De meetgegevens zouden verder beter tot hun recht komen bij goederenvervoerders als deze de informatie sneller zouden ontvangen en als de informatie voorzien zou zijn van het betreffende wagennummer, denkt de Inspectie. “Het is voor hen dan mogelijk adequater te handelen. Nu ontvangen de spoorwegondernemingen de meldingen een dag na de meting. Op dat moment bevindt het materieel zich vaak al in het buitenland. De Inspectie is van mening dat ProRail de informatie sneller en inclusief wagennummers ter beschikking moet stellen aan aan de spoorwegondernemingen. ProRail onderzoekt de mogelijkheden hiertoe.”

De Inspectie haakt bovendien aan op nieuwe ontwikkelingen op het gebied van tags, die nodig zijn om real-time meldingen te ontvangen. De nieuwe (passieve) tags zijn veel goedkoper dan de huidige (actieve) tags. De ECM moet investeren in tags, omdat het ontvangen van real-time informatie zinvol kan zijn, aldus de ILT.

Vertrouwen

De Inspectie erkent dat op het moment het vertrouwen in het systeem Quo Vadis niet optimaal is. “Dit komt omdat niet duidelijk is wat precies de relatie is tussen de gemeten waarden en de geconstateerde afwijkingen aan het materieel. Bovendien hebben factoren zoals de snelheid van de trein en het hebben van lading invloed op de meetgegevens.”

ProRail zou het systeem moeten optimaliseren en ervoor moet zorgen dat de relatie tussen de meetwaarden en de materieelafwijkingen duidelijker wordt, rekening houdend met de factoren die invloed hebben op de meetgegevens, stelt de ILT. Op deze manier kunnen de gegevens beter worden benut en normoverschrijdingen meer efficiënt worden aangepakt.

Auteur: Majorie van Leijen

Majorie van Leijen is redacteur van SpoorPro.nl en het internationale vakblad voor professionals in het spoorgoederenvervoer RailFreight.com.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.