schipholtunnel

KiM-onderzoek: kosten treinreis het hoogst, bus het laagst

Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) heeft voor zes Europese bestemmingen de totale kosten vergeleken tussen vlieg- trein- auto- en busreizen. Met de totale kosten worden in dit geval de aanleg en het gebruik van de benodigde infrastructuur meegenomen en de maatschappelijke kosten zoals luchtvervuiling.

Deze kosten zijn voor zes bestemmingen: Brussel, Parijs, Londen, Düsseldorf, Frankfurt en Berlijn in kaart gebracht. Het gaat daarbij om de situatie in het jaar 2018. Toekomstige maatregelen, hun effecten en hun kosten komen niet aan de orde. Uit het onlangs verschenen rapport blijkt dat de infrastructuurkosten voor de overheid en de externe kosten het hoogst zijn voor de vliegreis en het laagst voor de busreis. Wanneer ook de kosten voor de aanleg van infrastructuur worden meegenomen, zijn de kosten het hoogst voor de treinreis en het laagst voor de busreis.

In 2018 publiceerde het KiM het rapport ‘Substitutiemogelijkheden van luchtvaart naar spoor’. In dat rapport beschrijft het kennisinstituut welk deel van de internationale vliegreizen door internationale treinreizen kan worden vervangen. In dat onderzoek zijn de kosten voor de reiziger verwerkt. In het deze week verschenen onderzoeksrapport wordt dit aangevuld met de kosten die de reiziger niet zelf draagt.

Verschillende perspectieven

Daarbij koos het KiM voor twee verschillende perspectieven. Het eerste richt zich alleen op de kosten van het gebruik van de infrastructuur. Dat zijn de feitelijke kosten van het onderhoud dat samenhangt met het gebruik van de infrastructuur. Maar ook de schadelijke effecten, zoals de uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de reis, zijn in kosten uitgedrukt.

In het tweede perspectief zijn naast de kosten voor het gebruik, ook de kosten voor de aanleg van infrastructuur in beeld gebracht. In aanvulling op de kosten in het eerste perspectief betreft dit ook de feitelijke kosten voor, bijvoorbeeld, de aanleg van een bestaande spoorbaan en de schadelijke effecten, zoals het ruimtebeslag van een bestaande weg, die in kosten worden uitgedrukt.

Luchtvaartnota

Het eerste perspectief is volgens het kennisinstituut relevant voor beleidsvorming waarbij geen aanleg van nieuwe infrastructuur is voorzien, maar waarbij bijvoorbeeld wordt ingezet op intensiever gebruik van de huidige infrastructuur.  Het tweede perspectief is relevant voor beleidsvorming waarbij nieuwe aanleg wordt overwogen.

De uitkomsten van het rapport worden door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) om kennis te vergaren voor de Luchtvaartnota. Hierin worden onder meer de alternatieven voor luchtvaart in kaart gebracht. Zowel vanuit het uitgangspunt van de reiziger, de samenleving als die van de belastingen en heffingen in de transportsectoren.

Overlap

IenW laat momenteel de belastingen en heffingen in de vervoerssectoren onderzoeken. Voor dit onderzoek worden de betalingen van luchtvaartmaatschappijen aan luchthavens en overheden geïnventariseerd en vergeleken met soortgelijke betalingen voor andere modaliteiten. Deze invalshoek overlapt met de twee voorgaande invalshoeken. Zo zijn belastingen en heffingen ook onderdeel van de kosten in de invalshoek van de reiziger, voor zover ze worden doorberekend aan de reiziger. Specifiek voor de belastingen is er ook overlap met de invalshoek van de rest van de samenleving, omdat vanuit deze invalshoek ook belastingen in beeld worden gebracht.

Lees ook:

Onderwerpen:

Auteur: Paul van den Bogaard

Paul van den Bogaard is redacteur van SpoorPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.