Aantal STS-passages neemt toe met ruim 25 procent

Het aantal stop-tonend seinpassages (STS-passages) op het spoor is in 2018 gestegen naar 132. In 2017 lag het aantal nog op 105. Bij 26 van de 132 passages werd het gevaarlijke punt bereikt, een fysiek punt zoals een wissel of overweg waar een ongeluk kan ontstaan omdat er geen veilige rijweg meer is. Dat is minder dan in 2017 (36). Het gaat nog om voorlopige cijfers. Ze staan in de jaarrapportage van ProRail over 2018, waarin veiligheid een van de onderwerpen is die aan bod komen.

Spoorbeheerder ProRail en de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) zijn de cijfers aan het analyseren. Ook kijken ze naar mogelijke oorzaken van de toename. In het najaar komt ILT met het jaarverslag spoorveiligheid 2018, waarin die analyse wordt meegenomen. Dat rapport zal de definitieve cijfers bevatten. In het jaarrapport noemt ProRail zelf al een aantal oorzaken: herroepen seinen, resetten van ATB‐Vv en een nieuwe concessiehouder voor Zwolle‐Enschede. Het aantal STS-passages schommelde de afgelopen jaren rond de honderd. In 2013 lag het aantal met 170 fors hoger.

Ongevallen

Andere veiligheidsincidenten die opvielen in 2018 waren een botsing van een locomotief van Captrain op een goederenwagon op 5 januari en een trein die in november in Vught op het verkeerde spoor terechtkwam doordat een wissel in de verkeerde stand lag. Dat had kunnen leiden tot een botsing, maar dat is niet gebeurd.

Het aantal aanrijdingen in 2018 lag met 32 ongeveer gelijk aan het aantal in 2017 (30). Het tragische incident in Oss op 20 september waarbij een trein in botsing kwam met een Stint kreeg veel aandacht. Daarbij kwamen vier kinderen om het leven en raakte een kind en een volwassene zwaargewond. Er zijn al verschillende onderzoeken gepubliceerd, andere lopen nog. Bij spoorwerkzaamheden raakte het afgelopen jaar in augustus een monteur zwaargewond bij een aanrijding met een krol, een soort graafmachine.

Ambities HSL-Zuid moeten omhoog

Staatssecretaris Stientje van Veldhoven van Infrastructuur en Waterstaat heeft de jaarrapportage van ProRail en die van de NS over 2018 deze week naar de Tweede Kamer gestuurd om de Kamerleden te informeren over de manier waarop beide organisaties invulling hebben gegeven over hun vervoer- en beheerplan. Hoewel Van Veldhoven in haar toelichtende brief over de hele lijn spreekt over een goed jaar voor NS en ProRail is volgens haar “onverminderde inzet nodig om deze lijn in 2019 voor te zetten”. Als voornaamste aandachtspunten noemt ze het verminderen van het aantal STS-passages en het verbeteren van de prestaties op de HSL-Zuid.

De reizigerspunctualiteit voor de HSL-Zuid bleef vorig jaar gemiddeld onder de bodemwaarde van 82,5 procent, gemeten op 5 minuten. Van Veldhoven erkent dat de softwareproblemen die de Traxx-locomotieven op de hogesnelheidslijn parten speelden daarbij een grote rol hebben gespeeld. Toch kunnen niet alle problemen afgewenteld worden op de softwarefout, meent ze. “Losstaand van het feit dat NS en ProRail ook in 2019 boven de afgesproken bodemwaard moeten scoren, is de ambitie dat de prestaties op de HSL-Zuid op middellange termijn naar een hoger niveau getild worden.” Het ministerie heeft voor verbetermaatregelen 60 miljoen euro ter beschikking gesteld.

Hoofdrailnet

Over de prestaties op het hoofdrailnet is Van Veldhoven wel tevreden. Op het hoofdrailnet is de reizigerspunctualiteit gemeten op 5 en 15 minuten gestegen naar respectievelijk 92,6 procent en 97,7 procent. In 2017 lagen die percentages op 91,6 procent en 97,4 procent.

Auteur: Yvonne Ton

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.