Maasvlakte, foto: Aeroview / Havendrijf Rotterdam

Spoorvervoer op Maasvlakte 2 groeit, maar nog niet hard genoeg

Sinds de aanleg van Maasvlakte 2 is het aandeel van het goederenvervoer per spoor in dat nieuwe havengebied toegenomen, vergeleken met het wegvervoer en vervoer over water. In 2015 was het aandeel spoorgoederenvervoer nog 3 procent. Dat groeide naar 6 procent in 2016 en naar 8 procent in 2017. Die groei is nog niet afdoende om de beoogde verschuiving in modaliteit te bereiken: minder vervoer over de weg en meer per spoor en schip.

De cijfers staan in de negende editie van een voortgangsrapportage over de ontwikkeling van Maasvlakte 2, die eind vorig jaar verscheen en deze week naar de Tweede Kamer is gestuurd. De rapportages doen verslag van periodiek onderzoek naar de naleving van de afspraken over economie, leefbaarheid en duurzaamheid bij de verdere ontwikkeling van de Rotterdamse haven die alle betrokken partijen hebben gemaakt in het convenant Visie en Vertrouwen. Onder die groep belanghebbenden is niet alleen het Havenbedrijf Rotterdam, maar zijn ook ministeries, andere overheden, bedrijvenkoepels en milieuorganisaties.

Overslagvolumes

De volumes die overgeslagen worden op Maasvlakte 2 nemen toe. In 2015, het eerste jaar dat de terminals in dit havengebied operationeel waren, ging het nog om een beperkt volume van 289.000 TEU (aantallen containers in de standaardafmeting), waarvan 3 procent voor rekening kwam van het spoor, 50 procent van de weg en 47 procent van het water. In 2017 bedroeg het totale overslagvolume op de Tweede Maasvlakte ruim 1,8 miljoen TEU. Het aandeel spoor hierin bedroeg 8 procent, het aandeel water 43 procent en het aandeel weg 49 procent.

Een van de gemaakte afspraken in het convenant Visie en Vertrouwen is terugbrengen van het containervervoer over de het weg, ten gunste van dat per spoor of over water. Voor 2033 zou hooguit 35 procent van de containers met vrachtwagens vervoerd moeten worden om de bereikbaarheid te verbeteren en het milieu minder te belasten. De cijfers over 2017 laten zien dat er nog een lange weg te gaan is. Aan de faciliteiten ligt het niet, menen de onderzoekers, want de terminals op Maasvlakte 2 zijn goed ontsloten voor railverkeer en binnenvaart.

Liberalisatie

De onderzoekers verwachten dat het vervoer over spoor de komende jaren aantrekkelijker zal worden door liberalisering en toenemende concurrentie. De inland railterminals die langs doorgaande Europese verkeersassen zijn gebouwd faciliteren het spoorgoederenvervoer van en naar Rotterdam.

Ze noemen de Calandspoorbrug, een belangrijk verkeersknooppunt voor zowel weg- als spoorvervoer, als beperkende factor voor de capaciteit van de Betuweroute. De brug gaat geregeld open om schepen te laten passeren. “Door de verwachte toename van het aantal passerende schepen en treinen ontstaat hier op termijn een capaciteitsprobleem.” De aanleg van het Theemswegtracé, waarmee een deel van de bestaande havenspoorlijn wordt verlegd, moet verlichting brengen. Als het nieuwe stuk spoorlijn klaar is over een paar jaar, zullen scheepvaart en treinverkeer elkaar minder kruisen. Aannemersconsortium SaVe is nu bezig met de onderbouw van het Theemswegtracé. Na oplevering moet ook de bovenbouw nog gebouwd worden.

Auteur: Yvonne Ton

1 reactie op “Spoorvervoer op Maasvlakte 2 groeit, maar nog niet hard genoeg”

Pat Rick|16.01.19|15:57

Er zijn eigenlijk nog te veel andere bottlenecks: het derde spoor in Duitsland, het tweede spoor bij Dulken, Brabantroute is vol. De procedures om dit aan te pakken duren veel te lang. Het spoor is ook nog niet berekend op treinen van 740 meter.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.