Compensatie spoorgoederenvervoerders voor hinder bij aanleg derde spoor

Spoorgoederenvervoerders die moeten omrijden vanwege de werkzaamheden aan het derde spoor in Duitsland, krijgen een gedeeltelijke compensatie voor de extra kosten die zij hierdoor maken. Daarvoor is 20 miljoen euro beschikbaar gesteld. Dat meldde staatssecretaris Mansveld woensdag aan de Tweede Kamer. De compensatie is bedoeld voor de periode tussen 2015 en 2022 als er wordt gewerkt aan het Duitse deel van de Betuweroute. Dat ligt tussen Zevenberg/Emmerich en Oberhausen.

Spoorbeheerder ProRail heeft met de spoorgoederenvervoerders afgesproken dat de extra kilometers die vanwege de omleidingen worden gemaakt niet in rekening worden gebracht. Verder wordt er een compensatie gegeven voor een deel van de variabele kosten door de extra kilometers van de omleiding. Dit is inclusief de kosten van de locomotief en van de gebruikte energie. Deze regeling moet nog wel worden goedgekeurd door de Europese Commissie.

Verladers

Het is niet mogelijk om verladers te compenseren, stelt de staatssecretaris. “Voor het uitvoeren van een compensatieregeling is het noodzakelijk dat er sprake is van een helder afgebakende groep. In het geval van de verladers is daar geen sprake van. Dit maakt het niet mogelijk om een inschatting te maken voor wat betreft het benodigde budget.”

Belangenorganisatie EVO van de verladers wil dat Mansveld maatregelen neemt om bedrijven die op het spoor aangesloten zijn niet op kosten te jagen. Ook zou de staatssecretaris tijdens de werkzaamheden in Duitsland voldoende capaciteit kunnen garanderen, onder meer via andere spoortrajecten. Deze maatregelen moeten de stijgende kosten drukken en de toenemende onzekerheid zoveel mogelijk wegnemen, vindt EVO.

Betuweroute

Mansveld wijst erop dat de aanleg van het derde spoor een zeer belangrijke stap is voor de Betuweroute en daarmee voor de Nederlandse en Duitse economie. Door de aanleg zal het aantal goederentreinen per etmaal in beide richtingen van 110 treinen in 2013 naar 160 in 2022 stijgen.

Uit een rapportage van ProRail over de ontwikkeling van het spoorgoederenvervoer in Nederland blijkt dat er in 2014 23.250 treinen op het westelijke deel van het A15-tracé van de Betuweroute reden en 25.100 op het oostelijke deel. Dat is een toename van 16 procent (3.200 treinen) ten opzichte van 2013. De toename ligt voor een groot deel aan een grote buitendienststelling in Duitsland in de maanden juli en augustus 2013. Na correctie zou de stijging in 2014 uitkomen op 5 procent.

Marieke van Gompel

Lees ook:

EVO: bedrijven keren het spoor de rug toe

U las zojuist één van uw gratis premium artikelen

Uw abonnement helpt onze journalisten bij het zoeken naar de waarheid in de spoorsector.

Onbeperkt lezen? Stap nu in en profiteer van de introductieaanbieding ‘eerste maand gratis.

start 1 maand gratis proefabonnement

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van SpoorPro en algemeen hoofdredacteur van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.