NS-treinen, Station Den Haag Centraal, foto: ProRail/Rob van Esch

Zes intercity’s per uur op spoorlijn Eindhoven-Amsterdam vanaf 2017

Tussen Eindhoven en Amsterdam rijden vanaf 2017 zes rechtstreekse intercity’s in plaats van de huidige twee. Tussen Geldermalsen en Woerden rijden vanaf dat jaar zes stoptreinen per uur in plaats van drie. Ook beginnen in die fase de voorbereidingen om hoogfrequent te gaan rijden tussen Rotterdam en Den Haag Holland Spoor. Daarbij rijden er acht intercity’s en acht sprinters in beide richtingen. 

Dit schrijven de NS en ProRail in een conceptplan voor de operationele uitwerking van de Lange Termijn Spoor Agenda. Daarin staan onder meer de plannen om tegen 2025 hoogfrequent treinverkeer te realiseren op de belangrijkste corridors van het Nederlandse spoor.

In de tweede fase vanaf 2022 wordt het hoogfrequente netwerk verder uitgerold met minstens zes intercity’s per uur tussen Arnhem-Amsterdam/Schiphol en Amsterdam/Schiphol-Almere-Lelystad. In deze fase wordt ook het hoogfrequent rijden op de spoorlijn tussen Eindhoven en Amsterdam doorgetrokken naar Alkmaar.

Frequentieverhoging

Voor deze corridors is volgens NS en ProRail is minstens zes treinen per uur het uitgangspunt. ”Afhankelijk van de inzichten opgedaan tijdens de eerste fase, in combinatie met de marktontwikkelingen, behoort ook acht keer per uur op specifieke plekken tot de mogelijkheden”, zo schrijven de spoorbedrijven.

Hoewel de reistijd van veel reizigers erop vooruit gaat ondervinden sommige reizigers mogelijk nadeel van de verhoging van de frequentie, waarschuwen NS en ProRail. “Bij de concepten met acht keer per uur een trein gaan er vier tot vijf personen op vooruit in reistijd voor elke twee personen die er op achteruit gaan. Bij de zes keer per uur een trein concepten gaan zeven tot elf personen erop vooruit voor elke twee personen die erop achteruit gaan. Daarmee profiteren in de zes keer per uur-varianten meer reizigers van de frequentieverhoging dan in de 8 keer per uur varianten”, zo concluderen zij.

Rechtstreekse verbindingen

NS en ProRail willen reizigers zo veel mogelijk rechtstreekse verbindingen aan blijven bieden. ”Rechtstreekse verbindingen verlagen de reistijd, verhogen het gemak en maken de trein aantrekkelijker voor alle treinreizigers”, zo redeneren zij.

Een belangrijke randvoorwaarde voor hoogfrequent spoorvervoer is volgens de spoorbedrijven dat eerst de betrouwbaarheid van het spoor omhoog moet. ”Daarnaast is het duidelijk geworden dat de verwachte groei in reizigersaantallen door de economische ontwikkelingen is vertraagd. Dat leidt er toe dat we de timing van onze ambitie en aanpak hebben aangepast.” Het ministerie maakte eerder bekend dat vanaf 2020 treinen op de belangrijke corridors hoogfrequent gaan rijden. Dit maakt onderdeel uit van het Programma Hoogfrequent Spoor. Onder meer vanwege bezuinigingen is dit over een langere periode uitgesmeerd.

Snelheid verhogen

Om meer treinen te laten rijden, is het nodig dat er meer capaciteit op het spoor wordt vrijgemaakt. Dat kan onder meer door de maximumsnelheid te verhogen. Vanwege de hoge investeringskosten in infrastructuur is deze methode daardoor zeer beperkt toegepast. Meer effect heeft het volgens NS en ProRail om de snelheid in lage snelheidsgebieden, zoals rondom stations en emplacementen, te verhogen.

”Wij kiezen om, vanwege de beperkte reistijdwinst en de hoge kosten die daaraan zijn verbonden, slechts op enkele baanvakken de maximum snelheid tot boven de 140 km per uur te verhogen. In plaats daarvan kiezen wij vooral om de snelheid van de trein in de lage snelheidsgebieden te verhogen van 40 naar 60 of 80 kilometer per uur. Dit biedt voordeel voor alle treintypes en heeft een grotere invloed op rijtijdverkorting”, aldus de spoorbedrijven.

Sneller optrekken

Daarnaast kan het sneller laten optrekken van sprinters een effectief middel zijn om reistijden te verkorten, vertragingen te verminderen en capaciteit te verhogen. Daarmee worden ook de verschillen in rijsnelheden met Intercity’s kleiner, waardoor zij elkaar minder in de weg zitten. ”Dit kan bereikt worden door bijvoorbeeld de netspanning te verhogen naar 3kV, waardoor een trein sneller kan optrekken”, aldus ProRail en NS. De spoorbedrijven publiceerden hier al eerder over in een recent onderzoek.

NS en ProRail benadrukken dat de inspanningen om de betrouwbaarheid te verhogen zich vooral richten op het beperken van de negatieve uitschieters in de prestaties. Als voorbeeld geven zij de drukke trajecten in de spits en verstoringen in het treinverkeer tijdens de herfst en winter. ”Daar wordt een grote groep reizigers nog onvoldoende goed bediend”, geven zij toe.

Betrouwbaarheid

Gerichte inspanning om de betrouwbaarheid ook op die plekken te garanderen is volgens de spoorbedrijven ’cruciaal’. Ook omdat er wordt verwacht dat het aantal reizigers tot 2030 toeneemt met 7 tot 42 procent, afhankelijk van de economische ontwikkelingen en de toekomst van de OV-studentenkaart.

Volgens de NS en ProRail is er 0,3 tot 0,5 miljard meer nodig voor de realisatie van het Programma Hoogfrequent Spoor. In de Rijksbegroting is er een budget gereserveerd van 3,9 miljard euro. Het oorspronkelijke budget was 4,5 miljard euro, maar dit is later bijgesteld.

Marieke van Gompel

Lees ook:

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van SpoorPro en adjunct-hoofdredacteur van de vakwebsites van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.