Frank Walenberg en Joost van Opijnen

Met belang in Walenberg Rail Assessment gaat SVO-rail ook testen en beproeven

Directeur Joost van Opijnen van SVO-rail is als aandeelhouder toegetreden tot Walenberg Rail Assessment (WRA) in Ede. Daarmee intensiveert de samenwerking tussen inspectie-instelling Walenberg en het ingenieursbureau SVO-rail uit Baarn. SpoorPro sprak met SVO-rail-directeur Joost van Opijnen en WRA-directeur Frank Walenberg over de samenwerking en wat de bedrijven ermee willen bereiken.

Walenberg Rail Assessment wordt sinds augustus Europees erkend wordt als Assessment Body (AsBo). De gezamenlijke missie die Van Opijnen en Walenberg voor ogen hebben, is duidelijk: de krachten en netwerken bundelen, om zo zichtbaarder en samen groter te worden dan ze nu zijn. Daarnaast moet de samenwerking het fundament onder Walenberg Rail Assessment verstevigen, om zo Walenberg zelf, inmiddels 70 jaar oud, in staat te stellen om zich meer op de inhoud en coaching te gaan richten en minder op het dagelijkse management.

Gezamenlijke missie

De gezamenlijke missie die Van Opijnen en Walenberg voor ogen hebben, is duidelijk: de krachten en netwerken bundelen, om zo zichtbaarder en samen groter te worden dan ze nu zijn. Daarnaast moet de samenwerking het fundament onder Walenberg Rail Assessment verstevigen, om zo Walenberg zelf, inmiddels 70 jaar oud, in staat te stellen om zich meer op de inhoud en coaching te gaan richten en minder op het dagelijkse management.

“Voor mij is de samenwerking een stap naar een andere invulling van de toekomst,” zegt Walenberg. “Dat begint met een stevigere positie van het bedrijf in de spoormarkt. Die is nu gerealiseerd met de Europees erkenning als AsBo. We kunnen nu veiligheidskeuringen in het kader van Europese regelgeving uitvoeren en daar formele rapporten over maken.” Het eerste project heeft inmiddels plaatsgevonden en kon met succes worden afgerond.

Daarin zie je tevens de rol die beide spoorprofessionals gaan spelen, namelijk dat er een gezamenlijke invulling aan dergelijke klussen gegeven kan worden, zowel vanuit de technisch inhoudelijke kant als de beleidsmatige kant. “Een van de sterke punten daarbij is dat we ook testritten kunnen valideren en uitvoeren. Niet alleen in een laboratoriumsetting of fabrieksomgeving, maar ook in de praktijk. Er zijn niet veel partijen die dat hele pakket kunnen aanbieden”, aldus Walenberg.

Kennis terugbrengen in de sector

Deze stappen op het gebied van het begeleiden van keuringstrajecten moeten we volgens Walenberg zien tegen de achtergrond van de verwatering van kennis in de spoorsector. Walenberg wijst naar het rimpeleffect van de verzelfstandiging van NS in 1994 en het losweken van de railinfrabeheertaken, dat wat hem betreft nog steeds doorwerkt in de branche.

Hij legt uit: “De kennis – in theoretische en praktische zin – van de operatie en het onderhoud die je nodig hebt, de wijze waarop je dat moet testen en de manier waarop je het in de praktijk kunt testen, zat van oudsher niet bij de industrie maar bij de spoorwegmaatschappijen. Die zijn dat kwijtgeraakt. Wij proberen dat weer terug te brengen”.

De manier waarop, wordt een ander kernpunt van de samenwerking. Ook dat hangt samen met hoe de spoorsector van oudsher georganiseerd was. “Ik ben opgegroeid in het hotel-restaurantwezen, waar men er altijd is voor de gast”, legt Van Opijnen uit. “De spoorsector kende decennialang in feite geen marktwerking en daardoor is het niet per definitie een commercieel denkende, klantgerichte branche. Een vraag van een klant moet niet in tal van wedervragen resulteren. Een bedrijf of instantie wil gewoon geholpen worden, zonder daarbij aan het werk gezet te worden.”

Risico’s minimaliseren

“Hoe zorg je dat alles op een nette manier in bedrijf komt en aan alle eisen voldoet”, vult Walenberg aan. “Dat moet je niet alleen zelf laten zien, maar je moet er ook voor zorgen dat alle betrokkenen doen wat er afgesproken is. Iedereen moet het belang van de eindafnemer in de smiezen houden. Risico van keuringstrajecten moet je voor de eindafnemer minimaliseren, om een voorbeeld te noemen”.

Van Opijnen en Walenberg vullen elkaar gezien hun verschillende achtergronden goed aan en dat is volgens laatstgenoemde belangrijk. “Succesvolle bedrijven worden nooit alleen door technische mensen of enkel door commercieel ingestelde bestuurders voortgestuwd, maar vaak door de juiste combinatie van beiden. In eerste instantie zorg ik voor de technische inbreng.”

“Mijn rol ligt meer bij het verbinden van mensen en het aan elkaar knopen van onze netwerken”, vult Van Opijnen aan. “Ik ben niet de beste techneut, maar ik kan alles wel goed overbrengen en ‘verkopen’, om dat woord te gebruiken. Met deze combinatie van eigenschappen en inbreng willen we sterker naar buiten treden”.

Aandacht voor coaching

Voor Walenberg speelt ook mee dat hij graag met jonge mensen werkt, waarbij kennisoverdracht een belangrijke drijfveer is. “Ik vind het leuk om hen op weg te helpen in hun ontwikkeling en deze mensen te ondersteunen in het bereiken van hun doelen. Dat ik daarbij kennis en ervaring kan overdragen, is een van de redenen om nog even bezig te blijven. Dat gezegd hebbende, op deze leeftijd kan het ook wel een tandje minder.”

Het verleggen van de aandacht naar inhoud en coaching speelt, zoals aan het begin gezegd, eveneens een rol bij de nu genomen stap in de samenwerking tussen Walenberg Rail Assessment en SVO-Rail. Enkele eerdere projecten waarin de samenwerking reeds plaatsvond waren bijvoorbeeld de ondersteuning van spoorbeheerder Infrabel bij het opzetten en uitrollen van de keuringsstrategie voor de Belgische ERTMS implementatie. En de begeleiding van het gehele keurings- en toelatingstraject van de SNG-treinen van NS. Ook werkten de bedrijven samen bij het opstellen van de EMC compatibiliteitsstudie en beoordeling voor een nieuwe materieelserie van een Spaanse leverancier.

“Naast het versterken van de basis van het bedrijf speelt het vergroten van de continuïteit een rol”, zegt Walenberg. Dat moeten we volgens hem zoeken in de richting van schaalvergroting en minder in de afhankelijkheid van een persoon of enkele personen.

“De organisatie moet haar bestaansrecht kunnen ontlenen aan de in het bedrijf beschikbare technische kennis. In een AsBo-organisatie moet de inhoudelijk kennis vooropstaan en deze mag op geen enkele manier onder druk komen of ondergeschikt worden aan andere zaken. Daar komt een zekere organisatie en professionaliteit bij kijken. Dit zal zich moeten ontwikkelen en ik zal het proces misschien niet in zijn geheel van dichtbij meemaken, maar ik wil de aftrap verrichten en verder nog een tijd aan de opbouw meehelpen”, besluit hij.

Auteur: Nick Augusteijn

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.