‘Internationale trein nog geen goed alternatief voor vliegtuig’

Hoewel er nog behoorlijk wat te verbeteren valt op het gebied van internationaal treinreizen, stond dit een aantal jaar geleden niet eens op de agenda van veel vervoerders en politici in binnen- en buitenland. Daarmee is dus al zeer veel gewonnen. Maar om echt te kunnen concurreren met het vliegtuig, zijn nog verbeteringen nodig, zoals een hogere frequentie en een eenvoudiger boekingsproces.

Dat stelden drie experts op dit gebied afgelopen week tijdens RailTech Europe 2019. Hier gingen Arriën Kruyt van de European Passengers’ Federation, Jacco van der Tak van NS en ProRail-directeur Pier Eringa met elkaar in gesprek over de kansen en uitdagingen op het gebied van grensoverschrijdend treinen. “In een snel veranderende wereld is een sterk en duurzaam Europa belangrijk. Goede treinverbindingen bevorderen de interne markt, zijn duurzaam en verbinden steden en regio’s met elkaar. We brengen mensen bij mensen”, aldus Van der Tak.

Uitdagingen

Uitdagingen zijn er echter wel degelijk. In een groot deel van Europa gaan geluiden op om voor afstanden tot 500 kilometer minder vaak het vliegtuig te pakken. Maar de drie erkenden ook dat de trein op dit moment eigenlijk geen goed alternatief is voor het vliegtuig. “Dat komt niet alleen door de prijs”, stelde Kruyt. Volgens hem is een reis van stadscentrum tot stadscentrum met het vliegtuig namelijk vaak net zo duur als met de trein. “Minstens zo belangrijk is het gemak van boeken en de manier waarop je behandeld wordt.”

Dit werd erkend door Van der Tak, die inbracht dat NS veel ambities heeft voor reizen over de grens via het spoor. “We moeten onze diensten, onze frequenties en de reistijd over de grens verbeteren. De reis naar Berlijn duurt nu ruim 6 uur, dat is te lang. Bovendien moeten reizigers gemakkelijk en naadloos een reis kunnen plannen en boeken. Het is onze taak om er voor te zorgen dat reizen met de trein ook over de grens een logische keuze wordt.”

Dit geldt volgens ProRail-directeur Pier Eringa niet louter voor passagiersvervoer, maar ook voor het transport van goederen. Om die reden is meer standaardisatie en een harmonisering van de systemen nodig. Daarnaast ligt er een taak voor de overheid om te werken aan deregulering. “Dan wordt de trein ook echt een concurrent van het vliegtuig”, aldus Eringa.

Veranderingen

Alle partijen op het podium waren het er over eens: nu is het moment om actie te ondernemen op dit onderwerp. Het staat op de politieke agenda, maar deze modaliteit lijkt ook aan populariteit te winnen bij reizigers. “Wij zien dat er steeds meer tickets geboekt worden voor grensoverschrijdende treinen”, aldus Van der Tak. “Er heeft een omslag in het denken plaatsgevonden en wij willen nog meer bereiken, maar dat kost tijd.”

Eringa waarschuwt echter dat er niet te lang gewacht kan worden. Daarmee kan de sector namelijk de boot missen, terwijl andere sectoren en landen wel degelijk op een hoog tempo innoveren en een beter product gaan ontwikkelen. “We praten en denken veel in deze sector, maar we vergeten daarna om snel te implementeren. Mijn suggestie is dus: praat, test en implementeer.”

Lange termijn

Natuurlijk kan NS een goed spoornetwerk over de grens niet in zijn eentje van de grond krijgen, legde Van der Tak uit. Er is daarom in de afgelopen tijd veel gepraat met vervoerders uit omringende landen, maar ook met politici, zowel nationaal als Europees en met infrastructuurbeheerders. Want voor een goed internationaal spoornetwerk is inzet op de lange termijn nodig, samenwerking, een gelijkluidende visie en steun van overheden nodig.

Toch zijn er enkele mogelijkheden voor verbeteringen op korte termijn die NS zelf op kan pakken, denkt Kruyt. Er kan een wereld gewonnen worden door de boekingsite te laten vertalen in meerdere talen, zodat toeristen het beter begrijpen. Bovendien adviseert hij Nederlandse vervoerders om de OV-chipkaart beter onder de aandacht te brengen. Veel toeristen begrijpen dit namelijk niet en komen daardoor terecht bij dure taxi’s. “Denk ook van de andere kant”, aldus Kruyt.

Prioriteiten

De drie mochten uiteindelijk ook een thema kiezen waar ze de komende jaren prioriteit aan willen geven. Voor Eringa was dat ERTMS. Hij wil inzetten op standaarden in de sector, maar benadrukte ook de tijd en het geld nodig te hebben om dit te implementeren. Van der Tak wil juist dat de HSL een prioriteit blijft. Om een impuls te geven aan grensoverschrijdend treinreizen moet het boeken en plannen van een reis simpeler worden en hij wil inzetten op hogere frequenties.

Dit laatste werd onderschreven door Kruyt, die stelde dat de frequentie ook daadwerkelijk kán stijgen. Tussen Brussel, Antwerpen, Rotterdam en Amsterdam is het mogelijk dat de trein vaker rijdt dan eens per uur. Kruyt: “We hebben het nu vaak over de snelheid, maar de frequentie is net zo belangrijk. Als je de frequentie omhoog gooit, zullen ook meer mensen met de trein gaan reizen.”

Lees ook:

Auteur: Inge Jacobs

Inge is redacteur van SpoorPro en vaste redacteur van OVPro, het vakblad voor OV-professionals.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.