Hans de boer, VNO-NCW

Nieuwe mobiliteitsalliantie wil minister van Mobiliteit

Er dient één minister van Mobiliteit te komen, die de regie heeft over de gehele mobiliteitssector. Deze ambtspersoon moet werken aan een integrale mobiliteitsvisie en de investeringen realiseren die heel hard nodig zijn om Nederland bereikbaar te houden. Dit is een van de maatregelen uit het manifest dat is opgesteld door de nieuwe mobiliteitsalliantie, waarin de spoor-, OV, en wegbranche de handen ineen hebben geslagen.

In deze nieuwe ‘mobiliteitsalliantie’ zijn nu NS, RAI-Vereniging, Transport en Logistiek Nederland (TLN), ANWB, stadsvervoerders GVB, RET en HTM, de Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland (FMN) en KNV vertegenwoordigd. Zij roepen andere mobiliteitspartijen op zich ook bij de alliantie aan te sluiten. “Deze samenwerking is best bijzonder”, erkent RET-directeur Pedro Peters. “Deze partijen stonden vroeger meestal met de ruggen tegen elkaar.” De noodzaak voor wijzigingen in het mobiliteitsbeleid en meer samenwerking om Nederland goed bereikbaar te houden, lijken de meeste partijen echter wel door te hebben.

“We moeten wel investeren, want als de economie nu aantrekt loopt het vast. De huidige infrastructuur kan een verdere groei van reizigersaantallen niet aan”, legt voorzitter Hans de Boer uit van werkgeversvereniging VNO-NCW. “Bovendien is het bijna verkiezingstijd”, vult KNV-directeur Ad Toet aan. “Eén keer in de vier jaar hebben we de kans om grote bedragen van de overheid los te krijgen.”

Samenwerking

Deze partijen vragen het nieuwe kabinet om samen een integrale en meerjarige visie te bedenken op mobiliteit die minstens tot 2040 loopt, gebaseerd op de visie die zij vorige week presenteerden. Verder hopen ze dat er in Nederland een minister van Mobiliteit komt, die meer infrastructuur en ook ruimte voor slimme infrastructuur realiseert en ze vragen een behoorlijke extra investering, namelijk minimaal 1 miljard euro per jaar extra. Toet: “Het is uniek in de Nederlandse geschiedenis dat de weg- en spoorsector de handen ineenslaan en samen zo’n voorstel doen”.

Dit bedrag komt bovenop de investeringen die de landelijke politiek al heeft gereserveerd in het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT). Volgens De Boer is dit zeker geen onredelijk bedrag. “Dit bedrag past in de ontwikkeling van de economie, zoals we die nu verwachten. De economie gaat aantrekken, maar als we niets doen aan de mobiliteit, loopt het vast. Een goed vervoerssysteem, waarmee je makkelijk en snel kunt reizen, is dus in het belang van heel Nederland.”

Regeerakkoord

De Boer belooft te gaan lobbyen bij de politiek om de gewenste maatregelen te realiseren en ook om flink aanvullend te investeren. Dan kunnen nu al de eerste stappen gezet worden in de ontwikkeling van een vervoerssysteem dat groener en slimmer is. “We moeten niet alleen investeren in meer fysieke infrastructuur, maar ook in slimmere infrastructuur. Dat vereist meer samenwerking, integratie van alle modaliteiten en de juiste instelling van mensen.”

Wanneer dit bedrag wordt toegewezen, blijft er voor alle betrokken partijen nog een uitdaging om het extra investeringsgeld op de juiste manier in te zetten. Het is echter ook mogelijk dat de regering het geld helemaal niet geeft. “Wij gaan hoe dan ook door”, zegt Peters stellig. “Of we het geld nu krijgen of niet. Natuurlijk hebben we met het geld meer mogelijkheden, maar we gaan sowieso aan de slag met een betere samenwerking en het verduurzamen en slimmer maken van mobiliteit.” Zowel hij als Toet hopen dat de regering wordt overtuigd door de samenwerking tussen deze partijen. “In deze alliantie zijn we met heel veel verschillende partijen, dus hopelijk hebben we nu meer draagvlak”, aldus Peters.

Samenwerking

Overigens is het niet de eerste keer dat dit jaar een visie op het OV wordt gepresenteerd. Dit manifest van de Mobiliteitsalliantie werd een dag na het Toekomstbeeld OV van het ministerie van Infrastructuur en Milieu gepresenteerd en afgelopen juli brachten de stadsvervoerder in de Randstad en NS een plan naar buiten waarin ze ook al de ambitie uiten om in 2040 binnen een uur van deur tot deur te kunnen reizen in de vier grote steden. “Sommige zinnen zijn inderdaad letterlijk overgenomen”, geeft Peters toe.

Het verschil is echter dat in de mobiliteitsalliantie veel meer partijen zijn betrokken en dat er ook een visie is beschreven voor het vervoer buiten de Randstad, zowel in de groeiende steden als in de dunbevolkte gebieden. In dit plan is dat wel het geval. Dit vereist slim en gericht investeren, ruimte voor experimenten met bijvoorbeeld nieuwe vervoersmiddelen en een integrale benadering van trein, lightrail, metro, tram en bus in combinatie met een goede aansluiting op bijvoorbeeld deelauto’s, deeltaxi’s, kleinschalige voertuigen of fietsen.

Deur-tot-deurreis

Dit betekent onder meer dat het traditionele beeld van OV moet worden losgelaten en dat dus minder gedacht moet worden in reizen van halte tot halte. Dat betekent nog steeds dat de stadsvervoerders in 2040 het mogelijk willen maken om reizigers tussen verbindingen in de Randstad binnen een uur van deur tot deur te brengen. Dit lijkt echter niet meteen een heel ambitieus plan, omdat er al verschillende verbindingen zijn waarop dat nu ook al mogelijk is.

Peters: “We moeten het OV zo aantrekkelijk mogelijk maken. Als een reis met voor- en natransport langer duurt dan een uur, pakken reizigers al de auto.” Er moet daarom een systeem komen waarin capaciteitsvergroting en frequentieverhoging op de drukke lijnen wordt gerealiseerd en op de dunnen lijnen vraaggestuurde mobiliteit wordt gebruikt. Volgens de mobiliteitsalliantie kunnen deeltaxi’s en fietsen het traditionele OV-systeem naadloos aanvullen.

Landelijke overheid

Hier ligt nog wel een rol voor de landelijke overheid. Die moet het geld geven, maar ook bereid zijn bepaalde stappen te zetten. In de mobiliteitsalliantie is het verzoek opgenomen voor een ‘minister van mobiliteit’. Deze persoon kan de regie nemen over mobiliteit en ervoor moet zorgen dat de investeringen niet alleen gerealiseerd worden, maar er ook voor zorgt dat de betrokken partijen geprikkeld worden om de ambities waar te maken.

De landelijke overheid zou er bijvoorbeeld ook voor moeten kunnen zorgen dat alle verschillende budgetten voor het vervoer ontschot worden. “Er bestaan verschillende potten geld voor het OV, voor het doelgroepenvervoer en voor het taxivervoer. Als je dit combineert, kun je leuke en slimme combi’s maken”, vertelt Peters.

Auteur: Inge Jacobs

Inge is redacteur van SpoorPro en vaste redacteur van OVPro, het vakblad voor OV-professionals.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.