Goederentrein in Zwitserland

‘Spoorgoederenvervoer verliest concurrentiekracht door stijgende kosten’

Goederenvervoer per spoor is tot nu toe in de meeste gevallen goedkoper dan transport per vrachtwagen, maar stijgende kosten dreigen dit voordeel teniet te doen. Dat blijkt uit een onderzoek van spoorgoederencorridor ScanMed (Scandinavian Mediterranean Rail Freight Corridor) die loopt van Zweden naar het zuidelijkste puntje van Italië.

Binnen ScanMed RFC werken zeven spoorbeheerders samen aan wat ook wel de langste spoorgoederencorridor van Europa genoemd wordt (7.527 kilometer). Deze loopt vanuit het Zweedse Stockholm via Oslo, Kopenhagen, Hamburg en Innsbruck tot in het puntje van de Italiaanse laars in Palermo. Het samenwerkingsverband maakte onlangs een in 2020 uitgevoerd onderzoek naar de intermodale kosten op het traject openbaar. Het onderzoek was bedoeld om de positie van de ScanMed RFC ten opzichte van concurrerende modaliteiten op hetzelfde traject te analyseren. Er zijn naast aanbevelingen voor de betrokken spoorbeheerders ook suggesties in terug te vinden voor goederenvervoerders en overheden.

Kostenstijging

Volgens de onderzoekers is de kostenstijging voor het wegvervoer de komende jaren lager dan voor de andere modaliteiten. De marktpositie van het spoorgoederenvervoer zou hier onder lijden wanneer er geen passende maatregelen worden genomen. “Vooral omdat de huidige lagere kosten van het spoor of gecombineerd transport zich al niet vertalen in een groter marktaandeel van deze modaliteiten ten opzichte van het wegtransport.”

Transporteurs baseren hun keuze voor een bepaalde modaliteit op basis van een combinatie van kosten en andere factoren zoals flexibiliteit, betrouwbaarheid, transporttijd, de afstand en het gemak. Het is volgens het rapport duidelijk dat een kleiner kostenvoordeel in de toekomst meer druk legt op de andere beslisfactoren. Het marktaandeel van gecombineerd transport en het spoor zal dan niet toenemen, maar juist krimpen. Kostenstijgingen voor gecombineerd transport en spoorgoederentransport moeten daarom tot een minimum beperkt blijven, tenzij ze direct verband houden met een significante verbetering van de andere factoren. Dan zouden klanten de extra kosten eventueel wel voor lief kunnen nemen.

Overheden aan zet

De uiteindelijke aanbevelingen in het onderzoek bestaan uit factoren die een indirecte invloed hebben op de keuze van de vervoerswijze, zoals de kosten voor toegang tot het spoor en de energiekosten, de tijdbuffers van spoorvervoerder. de effectiviteit van de inzet van middelen en de mogelijkheid van hoogwaardige treinpaden voor goederenvervoer per spoor. De aanbevelingen in het rapport gaan niet alleen over de directe invloed van spoorbeheerders, maar tot op zekere hoogte ook over die van andere betrokken partijen en overheidsinstanties.

Toegang tot het spoor en energiekosten zijn goed voor 40 procent van de totale kosten in het geval van gecombineerd spoor-wegvervoer. Wanneer een deel van het transport ook over het water gaat is dat 30 procent. Prijsverhogingen voor spoortoegang en energie hebben dan ook een grote invloed op de operatie. ScanMed roept beleidsmakers en autoriteiten op om manieren te vinden om toegang tot het spoor te subsidiëren evenals de energiekosten. Zeker zolang concurrerende modaliteiten externe kosten niet volledig krijgen doorberekend.

Kleinere buffers

Vervoerders kunnen volgens de spoorbeheerders binnen ScanMed RFC flink op kosten besparen door het efficiënter inzetten van operationele middelen, met name locomotieven, wagons en personeel. Deze vertegenwoordigen tussen de 20 en 30 procent van de totale kosten van een spoorvervoerder en in bepaalde gevallen zelfs 40 procent. Het besparingspotentieel zit hem volgens de onderzoekers vooral in het verkleinen van de tijdbuffers en betere coördinatie van interfaces, bijvoorbeeld bij het wisselen van locomotieven en/of machinisten.

De infrabeheerders zelf zouden kunnen bijdragen aan een efficiëntere inzet van middelen door treinpaden beter af te stemmen op inzetschema’s van spoorvervoerders (synchronisatie) en daarmee het huidige proces om te keren, wat de noodzaak van een dynamische planning met zich meebrengt. Verder zouden nationale en Europese autoriteiten infrabeheerders in staat moeten stellen om hoogwaardige treinpaden per uur beschikbaar te maken voor spoorgoederenvervoer. Deze treinpaden worden gekenmerkt door een minimum aan stops en haltes die zo goed mogelijk zijn afgestemd op het wisselen van locomotieven of personeel.

Kortingen

Beleidsmakers wordt in het rapport verzocht om een ​​tijdelijke verlaging van de toegangstarieven tot het spoor
en/of een hogere subsidie per rit. Verder zouden de betrokken spoorbeheerders volumegerelateerde kortingen in overweging kunnen nemen en aangepaste tarieven bij omleidingen als gevolg van geplande bouwwerkzaamheden of ad-hoc tijdelijke spoorafsluitingen.

Dit soort verstoringen leiden vaak tot hogere kosten voor de vervoerders. Om deze bedrijven tegemoet te komen stellen de onderzoekers voor dat spoorbeheerders alleen de ‘normale’ prijs in rekening te brengen wanneer de reis volledig verliep volgens de gevraagde route.

Lees hier het volledige rapport.

Lees ook: 

U las zojuist één van de gratis premium artikelen.

Wilt u onbeperkt lezen? Sluit nu een actie abonnement af en 

krijg onbeperkt toegang tot vakinformatie over de spoormarkt.

start actie abonnement

Auteur: Paul van den Bogaard

Paul van den Bogaard is redacteur van SpoorPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.

‘Spoorgoederenvervoer verliest concurrentiekracht door stijgende kosten’ | SpoorPro.nl
Goederentrein in Zwitserland

‘Spoorgoederenvervoer verliest concurrentiekracht door stijgende kosten’

Goederenvervoer per spoor is tot nu toe in de meeste gevallen goedkoper dan transport per vrachtwagen, maar stijgende kosten dreigen dit voordeel teniet te doen. Dat blijkt uit een onderzoek van spoorgoederencorridor ScanMed (Scandinavian Mediterranean Rail Freight Corridor) die loopt van Zweden naar het zuidelijkste puntje van Italië.

Binnen ScanMed RFC werken zeven spoorbeheerders samen aan wat ook wel de langste spoorgoederencorridor van Europa genoemd wordt (7.527 kilometer). Deze loopt vanuit het Zweedse Stockholm via Oslo, Kopenhagen, Hamburg en Innsbruck tot in het puntje van de Italiaanse laars in Palermo. Het samenwerkingsverband maakte onlangs een in 2020 uitgevoerd onderzoek naar de intermodale kosten op het traject openbaar. Het onderzoek was bedoeld om de positie van de ScanMed RFC ten opzichte van concurrerende modaliteiten op hetzelfde traject te analyseren. Er zijn naast aanbevelingen voor de betrokken spoorbeheerders ook suggesties in terug te vinden voor goederenvervoerders en overheden.

Kostenstijging

Volgens de onderzoekers is de kostenstijging voor het wegvervoer de komende jaren lager dan voor de andere modaliteiten. De marktpositie van het spoorgoederenvervoer zou hier onder lijden wanneer er geen passende maatregelen worden genomen. “Vooral omdat de huidige lagere kosten van het spoor of gecombineerd transport zich al niet vertalen in een groter marktaandeel van deze modaliteiten ten opzichte van het wegtransport.”

Transporteurs baseren hun keuze voor een bepaalde modaliteit op basis van een combinatie van kosten en andere factoren zoals flexibiliteit, betrouwbaarheid, transporttijd, de afstand en het gemak. Het is volgens het rapport duidelijk dat een kleiner kostenvoordeel in de toekomst meer druk legt op de andere beslisfactoren. Het marktaandeel van gecombineerd transport en het spoor zal dan niet toenemen, maar juist krimpen. Kostenstijgingen voor gecombineerd transport en spoorgoederentransport moeten daarom tot een minimum beperkt blijven, tenzij ze direct verband houden met een significante verbetering van de andere factoren. Dan zouden klanten de extra kosten eventueel wel voor lief kunnen nemen.

Overheden aan zet

De uiteindelijke aanbevelingen in het onderzoek bestaan uit factoren die een indirecte invloed hebben op de keuze van de vervoerswijze, zoals de kosten voor toegang tot het spoor en de energiekosten, de tijdbuffers van spoorvervoerder. de effectiviteit van de inzet van middelen en de mogelijkheid van hoogwaardige treinpaden voor goederenvervoer per spoor. De aanbevelingen in het rapport gaan niet alleen over de directe invloed van spoorbeheerders, maar tot op zekere hoogte ook over die van andere betrokken partijen en overheidsinstanties.

Toegang tot het spoor en energiekosten zijn goed voor 40 procent van de totale kosten in het geval van gecombineerd spoor-wegvervoer. Wanneer een deel van het transport ook over het water gaat is dat 30 procent. Prijsverhogingen voor spoortoegang en energie hebben dan ook een grote invloed op de operatie. ScanMed roept beleidsmakers en autoriteiten op om manieren te vinden om toegang tot het spoor te subsidiëren evenals de energiekosten. Zeker zolang concurrerende modaliteiten externe kosten niet volledig krijgen doorberekend.

Kleinere buffers

Vervoerders kunnen volgens de spoorbeheerders binnen ScanMed RFC flink op kosten besparen door het efficiënter inzetten van operationele middelen, met name locomotieven, wagons en personeel. Deze vertegenwoordigen tussen de 20 en 30 procent van de totale kosten van een spoorvervoerder en in bepaalde gevallen zelfs 40 procent. Het besparingspotentieel zit hem volgens de onderzoekers vooral in het verkleinen van de tijdbuffers en betere coördinatie van interfaces, bijvoorbeeld bij het wisselen van locomotieven en/of machinisten.

De infrabeheerders zelf zouden kunnen bijdragen aan een efficiëntere inzet van middelen door treinpaden beter af te stemmen op inzetschema’s van spoorvervoerders (synchronisatie) en daarmee het huidige proces om te keren, wat de noodzaak van een dynamische planning met zich meebrengt. Verder zouden nationale en Europese autoriteiten infrabeheerders in staat moeten stellen om hoogwaardige treinpaden per uur beschikbaar te maken voor spoorgoederenvervoer. Deze treinpaden worden gekenmerkt door een minimum aan stops en haltes die zo goed mogelijk zijn afgestemd op het wisselen van locomotieven of personeel.

Kortingen

Beleidsmakers wordt in het rapport verzocht om een ​​tijdelijke verlaging van de toegangstarieven tot het spoor
en/of een hogere subsidie per rit. Verder zouden de betrokken spoorbeheerders volumegerelateerde kortingen in overweging kunnen nemen en aangepaste tarieven bij omleidingen als gevolg van geplande bouwwerkzaamheden of ad-hoc tijdelijke spoorafsluitingen.

Dit soort verstoringen leiden vaak tot hogere kosten voor de vervoerders. Om deze bedrijven tegemoet te komen stellen de onderzoekers voor dat spoorbeheerders alleen de ‘normale’ prijs in rekening te brengen wanneer de reis volledig verliep volgens de gevraagde route.

Lees hier het volledige rapport.

Lees ook: 

U las zojuist één van de gratis premium artikelen.

Wilt u onbeperkt lezen? Sluit nu een actie abonnement af en 

krijg onbeperkt toegang tot vakinformatie over de spoormarkt.

start actie abonnement

Auteur: Paul van den Bogaard

Paul van den Bogaard is redacteur van SpoorPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.