DDZ dubbeldekker

Onderhoudsregime ontspoorde NS-trein niet ingesteld op intensieve inzet

Het onderhoudsregime van een DDZ-dubbeldekker, die op 2 januari bij Den Haag Centraal ontspoorde, was niet ingesteld op een intensieve inzet van deze trein. De hoge frequentie leidde tot meer slijtage aan de remblokken. Daardoor raakten twee wielen beschadigd, waardoor de trein uit de rails is gelopen. Dat blijkt uit onderzoek dat NS heeft ingesteld naar de ontsporing. De spoorvervoerder heeft naar aanleiding van de uitkomsten het onderhouds- en controleproces van 49 DDZ-dubbeldekkers aangepast.

De betreffende trein (7506) was voor 90 procent ingezet op de Sprinterlijn Utrecht-Zwolle. Bij het opstellen van het onderhoudsregime was rekening gehouden met 5 procent. Op dit traject moet vanwege veel tussenstations veel en hard geremd worden. Dat leidde tot meer slijtage aan de remblokken.

Bij het ongeval op 2 januari vielen geen ernstig gewonden, maar er ontstond wel ernstige schade aan het spoor. De trein bestond uit twee aan elkaar gekoppelde treinstellen van het type DDZ. Het eerste rijtuig van het tweede treinstel liep uit de rails. De trein reed op dat moment circa 24 kilometer per uur. Direct na het incident werden uit voorzorg alle DDZ-treinen extra gecontroleerd. Volgens de vervoerder komt dit specifieke fenomeen zich alleen voor bij het treintype DDZ.

Onderzoek

NS stelde vast dat de wielen ernstig beschadigd waren geraakt doordat een ‘een remblok ongeveer twee weken voor de ontsporing volledig, tot op de zool, weggesleten was’. De zool van het remblok kwam daardoor in contact met het wiel waardoor er lokaal ‘zeer grote warmteontwikkeling’ ontstond.

Deze overgebleven zool van het remblok kon in die twee weken tijd de wielen ernstig beschadigen ‘door het niet goed gangbaar zijn van het blokkenremwerk’. Het blokkenremsysteem is opgehangen aan een arm die scharniert rond de zogenaamde gladde bout. Als deze arm goed kan bewegen (scharnieren) is het remwerk gangbaar.

Warmteontwikkeling

Doordat het blokkenremwerk niet goed gangbaar was, kwam de zool niet altijd vrij van het wiel. Daardoor was de warmteontwikkeling continue, waardoor delen van het wieloppervlak met de zool zijn versmolten. Dit versmolten materiaal heeft zich vervolgens afgezet op de zool van het remblok. Dit is door afkoeling gehard en heeft  uiteindelijk grote schade aan het wielloopvlak veroorzaakt. Het afgezette materiaal heeft zich verder opgehoopt tussen het wiel en de zool van het remblok, waarna op de dag van de ontsporing het wielstel is gaan blokkeren en over het spoor is gaan schuiven.

Rijdend personeel had in de twee dagen voorafgaand aan de ontsporing signalen afgegeven die volgens NS leken te wijzen op vlakke plaatsen. Dit is een defect dat dagelijks voorkomt aan wielen van treinen. Omdat het  treinstel inmiddels ook was ingepland voor onderhoud, was dit volgens de vervoerder op dat moment geen aanleiding was voor aanvullende acties.

Sandite

De sprinterlijn Utrecht-Zwolle, waar de ontspoorde trein werd ingezet, is een traject voor de Sandite-campagne om herfstgladheid te bestrijden. Omdat NS een beperkt aantal treinstellen heeft voor het aanbrengen van Sandite, is dit treinstel vooral ingezet op dit traject en weinig op andere trajecten.

Uit het onderzoek van NS blijkt dat de 7506 door deze inzet bijna twee keer zo veel op stations is gestopt als de rest van de DDZ-vloot in soortgelijke inzetperiodes. Dit heeft ook voor extra slijtage van de remblokken gezorgd.

DDZ stel 7506 is één van de twee DDZ stellen (het andere is stel 7507) die in de herfstperiode Sandite-materiaal aanbrengen. Het stel heeft dus voorafgaand aan de ontsporing veel over spoor gereden waar (vers) Sandite op gesmeerd is. Op dit moment worden in een laboratorium lange duur slijtagetesten uitgevoerd. De resultaten hiervan waren nog niet beschikbaar bij het uitkomen van dit rapport. NS verwacht dat de bijdrage beperkt is.

Maatregelen

NS geeft aan structurele maatregelen te nemen om herhaling te voorkomen. Een van de maatregelen is dat het onderhouds- en controleproces voor de DDZ-treinen is aangepast. De spoorvervoerder maakt voortaan gebruik van een systeem in de railinfrastructuur om de wieltemperatuur van passerende treinen te meten. Als de temperatuur te hoog wordt, is dat een signaal om de trein extra te controleren. Daarbij werden volgens NS geen vergelijkbare gevallen aangetroffen.

Daarnaast wordt dit treintype niet meer als Sprinter ingezet op de Sprintertrajecten met veel tussenstations, waar de trein vaker harder moet remmen. Ook worden de remmen van de treinstellen aangepast. NS heeft zo’n 750 treinstellen in gebruik, waarvan 49 DDZ-treinstellen. DDZ is het enige materieeltype dat als Sprinter en als Intercity dienst doet.

NS heeft het onderzoek gedeeld met Inspectie Leefomgeving en Transport, de Onderzoeksraad voor Veiligheid en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

Lees hier het volledige onderzoek.

Lees ook:

Onderwerpen: , , ,

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van SpoorPro en algemeen hoofdredacteur van ProMedia Group.

1 reactie op “Onderhoudsregime ontspoorde NS-trein niet ingesteld op intensieve inzet”

Arco Sierts|16.07.20|16:15

Opmerkelijke kwestie, in aanmerking nemend dat:

1) DDZ oorspronkelijk DDAR was, en daar toen permanent reed. Het mat kan het dus wel hebben; het moet dus haast wel om een bewuste beperking in de controle zijn gegaan.

2) er steeds meer met monitoring wordt gedaan. Klaarblijkelijk zijn die nieuwe methodes nog maar beperkt in de formele procedures verwerkt. Maar dat moet toch snel op te lossen zijn.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.