Treinongeluk Dalfsen, foto: ProRail

ILT ziet aandacht voor aanbevelingen bij spoorwegongevallen afnemen

Naar aanleiding van de ernstige spoorongevallen in Tilburg en in Dalfsen in 2015 en 2016 deed de Onderzoeksraad voor de Veiligheid een aantal aanbevelingen om herhaling te voorkomen. Hoewel een groot deel van de aanbevelingen werd opgevolgd, lijkt de aandacht vier jaar later wat af te vlakken constateert de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) in een deze week verschenen rapport.

In Tilburg reed in 2015 een reizigerstrein van NS tegen een stilstaande goederentrein van DB Cargo met gevaarlijke stoffen. Door de botsing ontstond lekkage aan de achterste wagen en raakten acht personen gewond. In Dalfsen kwam de machinist van een Arriva reizigerstrein om het leven bij een aanrijding met een hoogwerker op een overweg. De trein ontspoorde en kwam op zijn kant tot stilstand (foto). De machinist van de trein overleed ter plaatse en zes reizigers raakten gewond.

Minder snel

Beide ongevallen werden onderzocht door de Onderzoeksraad voor de Veiligheid. Uit het onderzoek kwamen een aantal aanbevelingen, waarvan de ILT jaarlijks de opvolging monitort. De recente botsing tussen een trein en een landbouwvoertuig in Hooghalen, waarbij de machinist overleed, toont volgens de ILT de urgentie aan van de blijvende aandacht voor overwegveiligheid. In het rapport concludeert de ILT dat de laatste stappen om de aanbevelingen door te voeren meer aandacht blijken te vragen en dat verbeteringen nu minder snel gaan. “Verschillende partijen moeten zich blijven inspannen om het nog veiliger te maken op het spoor”, aldus de ILT in de jaarrapportage die staatssecretaris Van Veldhoven deze week naar de Tweede Kamer stuurde.

Botscompatibele treinen

Volgens de inspectie is het positief dat de NS een deel van het niet-botscompatibel materieel niet meer gebruikt. Het gaat hierbij om locomotieven van het type 1700 en de dubbeldekkers DDAR en DDM1. Dit materieel is volgens de ILT gevoeliger voor gevolgschade bij botsingen, dan materieel dat voldoet aan het moderne eisen voor botseigenschappen. Voor een deel van de resterende treinen van de NS zijn geen passende alternatieven voorhanden. Dit materieel stroomt over een aantal jaar geleidelijk uit.

Daarnaast vroeg de ILT aan de NS na te gaan of het mogelijk is om niet- botscompatibel materieel op andere trajecten te laten rijden waarover beperkt treinen met gevaarlijke stoffen rijden. Na grondige analyse concludeert de NS dat het aanpassen van de dienstregeling een enorme inspanning vraagt, die geen veiligheidswinst oplevert. De NS moet zijn best blijven doen om het aantal stop tonend seinpassages (trein die door rood rijdt) structureel te verminderen.

Sprinter Nieuwe Generatie

De NS heeft in 2017 een analyse uit laten voeren naar botscompatibiliteit van de bestaande vloot. Hieruit bleek dat op dat moment het grootste deel van de bij NS gebruikte treintypes niet compatibel was met de buffers van goederenwagens. Gemeten over het aantal gereden kilometers, bleek 34 procent van de treinen van de NS compatibel. Dit aantal neemt volgens de ILT toe door de instroom van nieuw botscompatibel materieel. Opvallend is dat hierbij de Sprinter Nieuwe Generatie (SNG) als voorbeeld wordt genoemd. De botsveiligheid van dit materieeltype staat, sinds het ongeval met een SNG in Hooghalen, ter discussie. Ondanks dat de cabine van een SNG een zogenaamde overlevingsruimte heeft, kwam de machinist van deze trein om het leven bij een aanrijding met een landbouwvoertuig.

Volgens machinistenvakbond VVMC zijn er onder machinisten veel vragen over de botsveiligheid van de SNG sinds het ongeval in Hooghalen. “Als we kijken naar de afschuwelijke beelden dan zie je dat de hele cabine van de trein weggevaagd is”, zei VVMC-bestuurder Wim Eilert in een uitzending van SpoorPro TV. “Machinisten zien dat en die vragen zich echt af: als je het over een overlevingsruimte hebt, waar heb je het dan over? Waar zit die overlevingsruimte dan?” De Onderzoeksraad voor Veiligheid pleitte naar aanleiding van het dodelijke ongeluk in Dalfsen onder meer voor een aanscherping van de Europese norm voor botsveiligheid van treinen (EN-15227). Deze procedure loopt nog.

De inspectie vindt het positief dat de NS heeft besloten om eerder dan gepland de loc-1700 niet meer te gebruiken. Hierdoor verdwijnt een deel van het slecht botscompatibele materieel uit de dienstregeling. De inspectie begrijpt dat voor de slecht botscompatibele materieeltypen VIRM en ICM geen passende en proportionele alternatieven zijn om deze materieeltypen eerder dan 2024 en 2045 te laten uitstromen. De inspectie benadrukt dat de NS zich moet blijven inspannen om deze planning voor de uitstroom van deze materieeltypen te realiseren. Het deel van de aanbeveling over botscompatibiliteit wordt volgens het rapport niet verder gemonitord.

Gevaarlijke stoffen

Volgens de inspectie leveren de samenwerking en inspanningen van de chemiebedrijven (SABIC OCI Nitrogen en AnQore) en de brancheorganisaties (VNCI en CTGG) resultaat op. “Er is meer bewustwording bij de risicobeheersing in de vervoersketen, maar de chemiebedrijven moeten actiever sturen op de veiligheid. De chemiebedrijven kunnen hierover bijvoorbeeld in contracten met de vervoerder afspraken maken zoals via welke route zij de gevaarlijke stoffen vervoeren en over de processen en organisaties die betrokken zijn.”

De ILT blijft bij ProRail aandacht vragen om machinisten tijdig te informeren in geval van een obstakel op een overweg. ProRail moet hiervan maatschappelijke baten en lasten beter in beeld brengen. De ILT verwacht daarnaast van ProRail dat zij voorlichting blijft geven over bijzondere oversteken, zoals optochten, exceptioneel transport of schaapskuddes. Ze moeten daarvoor actiever samenwerken met brancheorganisaties. De ILT vraagt verder van ProRail om de resultaten van de gesprekken met wegbeheerders over de veiligheid rondom overwegen meer inzichtelijk te maken.

Bijzondere voertuigen

De brancheorganisaties (Cumela, IPAF, VVT) van bijzondere voertuigen (zoals hoogwerkers en grondverzetmachines) trekken samen met ProRail op om de bedienaars van deze voertuigen meer te informeren over de gevaren bij overwegen. De ILT is hier positief over, maar vindt het noodzakelijk dat de campagne effectief is. De informatie moet de bedienaars van bijzondere voertuigen ook écht bereiken.

Lees ook:

Auteur: Paul van den Bogaard

Paul van den Bogaard is redacteur van SpoorPro.

1 reactie op “ILT ziet aandacht voor aanbevelingen bij spoorwegongevallen afnemen”

kees boer|19.06.20|18:56

Staat veiligheid nou nog voorop ja of nee ?

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.