Volle opstelterreinen NS

NS over de uitdaging van het fithouden van stilstaande treinen

Net als ieder ander bedrijf in de spoorsector krijgt ook het onderhoudsbedrijf van NS door de coronacrisis te maken met uitdagingen die volledig nieuw zijn. Van het duizenden treinen tellende wagenpark staat het merendeel al wekenlang stil. “Alle opstelterreinen puilen uit, overal staan treinen. Dit hebben we nog nooit eerder meegemaakt”, zegt Riet Schroven, hoofd Operatie Onderhoud & Service bij NS.

De lege perrons op stations, de halflege treinen en een dienstregeling die nog een niet een fractie van de treinen bevat van een normale dag, doen vermoeden dat het werk in de werkplaatsen van NS ook vrijwel stilligt. Niets is minder waar, zo blijkt. ProRail lijkt optimaal te profiteren van de rust op het spoor om projecten naar voren te halen of in een ruk overdag te doen in plaats van een paar nachten of weekenden. NS daarentegen heeft de handen vol aan het in een goede conditie houden van zijn stilstaande materieel.

Spoedklussen

“Het onderhoudsregime aan de treinen loopt gewoon door, ook al rijden ze niet”, legt Riet Schroven uit. Als hoofd Operatie Onderhoud & service is zij verantwoordelijk voor het in conditie houden van de treinen. “Daarnaast geldt voor alle Sprinters dat ze gewoon rijden en dus ook de gebruikelijke slijtage, onderhoudsbehoefte en storingen hebben.” Over het algemeen is het aantal strandingen en storingen wel veel kleiner doordat er minder treinen rijden. “De hierdoor vrijgekomen tijd gebruiken we vooral om klusjes uit te voeren die normaal blijven liggen of voor later in het jaar staan gepland omdat er geen spoed mee gemoeid is.”

Het gaat dan vooral om onschuldige gebreken als rubbertjes die vervangen moeten worden, een loshangende prullenbak of een krakende binnendeur. “Bij de dagelijkse service worden kapotte stoelen direct vervangen en vloeistoffen bijgevuld. Hetzelfde geldt voor veiligheidsgerelateerde zaken. Die worden het hele jaar door gelijk uitgevoerd. Maar juist wat je kunt uitstellen halen we nu in.”

Treinonderhoud is volgens Schroven op dit moment onder te verdelen in twee categorieën: Regulier onderhoud voor treinen die momenteel rijden, voornamelijk de sprinters. Dat is hetzelfde als voor de corona-crisis. En daarnaast is er het onderhoud  aan lang geparkeerde treinen. “We hebben een wekelijks aangepast onderhoudsregime, een aangepaste 30-dagen beurt, regulier rijden met de trein zonder passagiers en een grote controle voor we opstarten.”

Huzarenklus

Door de korte termijn waarop de basisregeling werd ingesteld is er volgens Schroven niet echt rekening gehouden met treinonderhoud. “Het is nu al een huzarenklus voor de planningsafdeling om deze dienstregeling te managen. We rijden wel soms bijvoorbeeld met VIRM Intercitytreinen in plaats van met Sprinters op de sprintertrajecten om zo de onderhoudslocaties te ontlasten die nu overwegend het onderhoud voor sprinters doen, maar ook omdat het de meeste treintypes goed doet om regulier te rijden.”

Vernieuwde VIRM-dubbeldekker, werkplaats NedTrain Haarlem

Volgens Schroven zijn er geen specifieke series die meer last hebben dan de andere. “Over het algemeen is het wel zo dat hoe ouder de trein hoe meer kans op problemen bij de stilstaan. De DDAR dubbeldekkers die begin dit jaar buiten dienst zijn gegaan, hadden er wel moeite mee gehad.” De problemen die NS ervaart met stilstaande treinen hebben vooral te maken met electronica en vocht. “We zien bij treinen die wat langer hebben stilgestaan de meest vreemde storingen ontstaan. Omdat we kost wat kost willen voorkomen dat alles vastloopt zodra de normale dienstregeling hervat wordt, rijden we nu al regelmatig met lege treinen om ze ‘fit’ te houden. Het gaat dan om ritten van zo’n 200 kilometer.

Bomvol

Alle opstelterreinen door het land staan vol en er is volgens NS geprobeerd om ze zo handig mogelijk weg te zetten. Het materieel dat het eerst gebruikt moet worden of naar de werkplaats moet voor onderhoud, staat vooraan. “Je moet er niet aan denken dat je eerst tientallen treinen moet verplaatsen om degene die je nodig hebt er uit te kunnen rijden.”

Dat treinen stil staan betekent geen of weinig slijtage, maar de standaard onderhoudsregimes lopen wel door. “Treinen volgen een streng onderhoudsregime om aan veiligheidseisen en bedrijfszekerheidsdoelstellingen te voldoen. Dit onderhoudsregime is opgesteld door onze ingenieurs op basis van advies van de treinleverancier en onder toezicht van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Het onderhoud is gebaseerd op het aantal kilometers en het aantal bedrijfsdagen.”

“Nu vooral onze internationale en intercity-treinen niet of veel minder rijden, dalen het aantal kilometers en bedrijfsdagen van deze treinen. Dus over het algemeen daalt het onderhoudspakket, maar een trein moet zeker nog regulier (wekelijks) onderhouden worden, ook als hij stilstaat. Vloeistoffen worden dus volgens het boekje vervangen en de systemen worden gecontroleerd en schoongemaakt. Verder zijn er onderdelen die na een bepaalde termijn moeten worden vervangen. Filters bijvoorbeeld, dus die worden nu ook gewoon vervangen volgens schema.”

Onderdelen en mensen

De grootste uitdaging zit hem volgens Schroven in het op een efficiënte manier het juiste materieel op de juiste plek te krijgen op het goede tijdstip. Verder speelt mee dat het ziekteverzuim onder werkplaatspersoneel als gevolg van het coronavirus hoger is dan normaal en niet te voorspellen is hoeveel mensen nog zullen uitvallen. Het werken volgens de RIVM-richtlijnen vraagt volgens NS in de werkplaatsen niet voor al te grote uitdagingen. Doorgaans werken monteurs niet dicht op elkaar, maar wordt hier nu wel extra op gelet.

Sprinter Nieuwe Generatie (SNG) in de NS werkplaats Leidschendam

Naast de mensen let het team van Schroven ook scherp op de beschikbaarheid van onderdelen. “We hebben bij het onderhouden van treinen te maken met meer dan 50.000 verschillende artikelen. Daarvan hebben we een deel op voorraad, dus we grijpen niet snel mis. Maar dan nog zijn er zaken die we niet standaard hebben liggen.”

“Daarom kijken we per dag wat er per leverancier beschikbaar is, zodat we altijd inzicht hebben op wat we kunnen repareren of vervangen. In verschillende landen waar onze treinonderdelen vandaan komen, ligt de productie van fabrieken volledig stil en ook het transport kan vertraging oplopen door de grenscontroles. Dat merken ook wij en daar zullen we dus rekening mee moeten houden, maar vooralsnog kan alles wat moet rijden ook nog rijden en staat de rest van het wagenpark klaar voor als de normale dienstregeling weer van start gaat.”

Lees meer in ons Dossier over het coronavirus.

Auteur: Paul van den Bogaard

Paul van den Bogaard is redacteur van SpoorPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.