Metroproject Hoekse Lijn
Prinsjesdag

Veel werk aan spoorinfrastructuur in Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport

Foto: Marieke van Gompel2017, ProMedia

Op Prinsjesdag publiceerde het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat naast de Rijksbegroting voor 2023 tevens het Meerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport. Hierin zijn de grootste infrastructuur- en mobiliteitprojecten opgenomen die het ministerie momenteel uitvoert of gaat uitvoeren vanaf volgend jaar. Verreweg de meeste projecten vinden plaats op het hoofdwegennet, maar ook op het spoor gebeurt veel. Een overzicht van de grootste spoorprojecten die in het Meerjarenprogramma 2023 zijn opgenomen.

Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS)

Het budget van het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) Amsterdam Centraal is opgehoogd naar 870 miljoen euro, waar in de MIRT 2022 nog 829 miljoen voor dit project stond genoteerd. ProRail voert de werkzaamheden uit in opdracht van het ministerie. De spoorbeheerder breidt onder meer de capaciteit van (rol)trappen en liften uit, verbreedt en verlengt de perrons, legt nieuwe stalen spoorbruggen bij de Oostertoegang aan en breidt de opstelcapaciteit in het Amsterdamse havengebied uit. In het kader van dit laatstgenoemde punt, komt in 2023 een voorbeschikking vrij van 2,4 miljoen euro voor voorbereidende werkzaamheden bij het deelproject PHS Aziëhaven.

Het traject Alkmaar-Amsterdam krijgt ook een flinke smak geld erbij in het MIRT 2023. Een budgetverhoging van 17 miljoen euro naar 27 miljoen moet het spoor gereed maken voor een hoogfrequente treindienst, waarbij zes intercity’s per uur tussen Alkmaar en Amsterdam zullen rijden en zes sprinters per uur tussen Uitgeest en Amsterdam. Dit project moet vanaf 2023 gaan plaatsvinden. Bij Heerhugowaard moet een nieuw opstelterrein voor reizigerstreinen komen op het bedrijventerrein de Vaandel. Bij Uitgeest wordt voor dit project het stationsemplacement heringericht, het goederenkeerspoor verplaatst en worden aanpassingen gedaan aan het stationsgebied. Zo moeten er perrons gewijzigd worden, komt er een nieuw eilandperron en wordt er een loopbrug gerealiseerd.

Ook voor het spoorverkeer tussen Rotterdam-Rijswijk, een ander druk traject dat is opgenomen in het PHS, is extra geld losgepeuterd. In het nieuwe MIRT staat 375 miljoen euro genoteerd. Tussen 2023 en 2026 moeten de verschillende werkzaamheden worden afgerond, zoals het verbreden van het spoor tussen Rijswijk en Delft Zuid en het verbeteren van de sporenlay-out tussen Schiedam en Rotterdam.

Het verbeteren van het spoorvervoer tussen Meteren en Boxtel is ook onderdeel van het PHS. Dit traject is binnen het PHS de grootste stijger als het gaat om budget. Vanaf 2023 wordt 385,4 miljoen euro toegevoegd vanuit het planuitwerkingsbudget. Met dat geld wordt tussen Den Bosch en Vught een vierde spoor en een vrije kruising aangelegd. In Vught wordt bovendien het spoor verdiept.

Ook de corridor Schiphol-Utrecht-Nijmegen, onder projectonderdeel PHS Ede, kan rekenen op extra budget. Door hogere kosten voor materiaal en personeel en inflatie komt er 5,4 miljoen euro bij. Eind 2024 wordt het totale project naar verwachting opgeleverd.

Vanaf dit jaar werd ook PHS Nijmegen, het andere projectonderdeel van de spoorcorridor tussen Schiphol, Utrecht en Nijmegen, opgenomen. In 2023 moet de opdracht gegund worden.

In totaal wordt er 3,6 miljard vrijgemaakt voor het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer vanaf 2023.

Renovatie Cuypershal uitgesteld

De restauratie van de Cuypershal op Amsterdam Centraal wordt uitgesteld tot na 2030 in het Meerjarenprogramma. ProRail verklaarde de aanbesteding voor het restauratiewerk mislukt, omdat de inschrijvingen hoger waren dan het beschikbare budget. In overleg met het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en de spoorbeheerder is prioriteit gelegd bij de realisatie van transfervoorzieningen, om ook de uitvoering van het project PHS Amsterdam Centraal te vergemakkelijken. De aanleg van deze voorzieningen vindt plaats tussen 2023 en 2024.

Calandbrug Rotterdam

De Calandbrug is stalen hefbrug voor wegverkeer en langzaam verkeer in het Rotterdamse havengebied die in beheer van ProRail is. De zeevaart moet de brug passeren om in de Brittanniëhaven af te meren. Een belangrijk object dus, dat al sinds 2020 aan het einde van zijn technische levensduur is. Het project staat al sinds 2014 in het MIRT, in combinatie met aanleg van het Theemswegtracé.

Ook dit jaar wordt het budget weer opgehoogd, dit maal tot 182 miljoen euro. In de overeenkomst Theemswegtracé van 2016 tussen het Havenbedrijf Rotterdam en het ministerie werd namelijk opgenomen dat IenW, naast de reeds beschikbaar gestelde 112 miljoen, maximaal 16,7 miljoen euro aanvullend zou bijdragen, indien de totale projectkosten meer dan 262 miljoen zouden bedragen. In 2023 moet dan eindelijk een beslissing gemaakt worden over de renovatie van de brug, waarna werkzaamheden moeten beginnen in 2024.

Emplacement Den Haag Centraal pas in 2025 afgerond

Er spelen al langer problemen rondom het project om het emplacement Den Haag Centraal te verbeteren en extra spoorcapaciteit vanaf 2024 toe te voegen. Juridische problemen met de aanbesteding van het project hebben ertoe geleid dat werkzaamheden pas in 2025 worden afgerond. Dat leidt niet tot problemen voor de reiziger, omdat NS in de dienstregeling 2025 meer intercity’s tussen Rotterdam en Leiden via Den Haag HS laat rijden in plaats van Rotterdam-Den Haag Centraal. In het nieuw gepubliceerde Meerjarenprogramma staat 74 miljoen voor dit project klaar.

Tweede Maasvlakte

In 2012 is ProRail gestart met de werkzaamheden rondom de spooraansluitingen van en naar de Tweede Maasvlakte. In datzelfde jaar werd begonnen met de uitbreiding van Maasvlakte West, het eerste deelproject op het prioriteitenlijstje. Ook werden er in 2014 en 2015 procesverbeteringen uitgevoerd, waaronder verkorte proces- en verblijftijden op de emplacementen en maatregelen voor het openingsregime van de Calandbrug. In 2013 werd er gestart met de planning en onderzoeken voor het emplacement Waalhaven Zuid, die ook bovenaan het lijstje stond om uit te breiden. ProRail verwacht nu in 2023 of 2024 over te gaan naar de aanlegfase.

Voor de overige deelprojecten, zoals de aanleg van een nieuw emplacement Maasvlakte Zuid, de aanpassing van emplacement Maasvlakte Oost, de aanpassing van emplacement Kijfhoek en de elektrificering van twee sporen op emplacement Europoort, wordt nu een nieuwe prioriteitenlijst opgesteld. De verwachte kosten voor dit project worden namelijk hoger dan het budget wat ervoor staat gereserveerd. Het budget is in het nieuwe MIRT wel opgehoogd naar 239 miljoen euro, 8 miljoen meer dan vorig jaar.

Maaslijn

Begin 2022 werd bekend dat de elektrificatie van de Maaslijn tussen Roermond en Nijmegen niet voor eind december 2024 gereed zou zijn. De oorlog in Oekraïne, stijgende grondstofprijzen en de naweeën van de Coronacrisis speelden hierin een rol. Momenteel wordt er een nieuw aanbestedingsdossier opgesteld, maar een precieze planning blijft uit. Wel staat er 156 miljoen euro gereserveerd voor het project in het MIRT 2023.

NaNOV

De geluidshindermaatregelen die worden genomen op de goederenroute Elst-Deventer-Twente lopen vertraging op en hebben extra geld nodig. Het deelproject Rheden, waarbij een onderdoorgang op de Kerkweg gebouwd moet worden, valt een stuk duurder uit. Dit komt doordat er plaatselijk complexe treinbeveiliging bestaat, waar te weinig rekening mee is gehouden door ProRail. Hiervoor is extra engineering en een extra treinvrije periode van zeven dagen nodig gedurende de bouw. Ook zijn benodigde grondstoffen duurder geworden en zijn er onverwachte prijsstijgingen op de aannemersmarkt. Daarnaast is het nodig om de onderdoorgang robuuster te bouwen dan was ingeschat, door de hoge grondwaterstand. 3,75 miljoen euro extra moet de problemen oplossen. Voor 2023 staat een budget van 143 miljoen genoteerd, 5 miljoen meer dan een jaar eerder.

Traject Oost

Een meevaller dan voor het project Traject Oost. Het verbeteren van de spoorverbindingen tussen Amsterdam/Schiphol en Frankfurt is goedkoper uitgevallen dan gedacht, waardoor het budget in 2023 wordt teruggeschaald naar 220 miljoen. Veel deelprojecten in dit programma werden al gerealiseerd in de periode 2002-2005. Alleen de spooronderdoorgang van de N226 in Maarsbergen moet nog opgeleverd worden. Verwacht wordt dat de werkzaamheden medio 2023 starten en klaar zijn voor het einde van 2025.

Lelylijn

In het MIRT 2023 is ook terug te lezen dat het onderzoek naar de benodigde informatie om een beslissing te vormen rondom de Lelylijn. Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Vivianne Heijnen verklaarde dit afgelopen week al in de Tweede Kamer, naar aanleiding van het Telegraaf-interview met ProRail-baas Voppen. Binnen 2 jaar moet de begroting sluitend zijn en moet er een start komen aan de verkenningsfase. Drie miljard is gereserveerd voor de Lelylijn, met medefinanciering vanuit de regio en uit Europese fondsen.

Lees ook: 

U las zojuist één van de gratis premium artikelen.

Wilt u onbeperkt lezen? Sluit nu een actie abonnement af en 

krijg onbeperkt toegang tot vakinformatie over de spoormarkt.

start actie abonnement

Auteur: Robin van den Bovenkamp

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.