Winterweer, sneeuw, trein, NS, foto: ProRail

KiM: hitte en wateroverlast grootste bedreigingen door klimaatverandering voor het spoor

Door klimaatverandering neemt de kans op schade aan de infrastructuur toe. Bij het spoor vormen met name grote hitte en hevige neerslag een risico, storm, onweer, droogte en verzakkingen hebben minder grote gevolgen. Dat blijkt uit een studie van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM).

De onderzoekers van het KiM brengen hierin in kaart waar de Nederlandse hoofdinfrastructuur van onder meer spoorwegen gevoelig is voor schade door het klimaat en welke maatregelen mogelijk zijn om daarmee om te gaan. Het onderzoek wordt gedaan in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Voor het spoor blijkt niet één duidelijk grootste risico te bestaan. Grote delen van het spoor zijn gevoelig voor schade of beperkte functionaliteit door wateroverlast of hitte, vermeldt het rapport. Zoals het onder water lopen van tunnels of het niet kunnen sluiten van beweegbare bruggen door hitte-uitzetting.

Beheer en onderhoud

Opties voor maatregelen zijn volgens het KiM divers en verschillen per gebeurtenis en per type infrastructuur. Soms kan intensief en gepland beheer en onderhoud (B&O) grotere en dure herstelmaatregelen aan de infrastructuur voorkomen. Vaak gaat het volgens de onderzoekers echter om grootschalige, preventieve maatregelen op het gebied van vervanging en renovatie (V&R).

Naast het weer gaat ook het stijgen van de zeewaterspiegel de infrastructuur in de toekomst parten spelen. Technisch kennisinstituut Deltares ontwikkelde vier adaptatiestrategieën om hier mee om te gaan. Twee ervan richten zich op het beter beschermen van de huidige kust, één gaat uit van het zeewaarts bewegen met nieuwe eilanden en één strategie is gericht op meebewegen. Meebewegen bestaat uit het ophogen van gebieden (terpen), het drijvend maken van bebouwing en infrastructuur en het migreren van de bevolking naar hoger gelegen delen van het land. Bekijk hier het hele rapport.

De bevindingen van het KiM voor het spoor zijn gebaseerd op de stresstest van ProRail. Deze richt zich op gevoeligheden voor negatieve effecten in het jaar 2050. En heeft circa dertig verschillende gevoeligheden in kaart gebracht, verdeeld over vier klimaatthema’s: wateroverlast, droogte, hitte, overstromingen, aangevuld met het vijfde thema ‘storm & onweer’. Op basis van risico’s (combinatie van grote kans en groot gevolg of kleine kans en zeer groot gevolg) heeft ProRail twintig negatieve effecten geselecteerd.

Grondwater

Wateroverlast heeft twee mogelijke verschijningsvormen – buien en stijging van de grondwaterstand – die elk hun eigen negatieve effect hebben: buien kunnen leiden tot water op het spoor, in de stations- en spoortunnels en dergelijke, een hoge grondwaterstand kan zorgen voor het opdrijven van onderdoorgangen, zoals tunnels. Wateroverlast heeft daarnaast de meeste negatieve effecten. Wanneer het spoor langere tijd onder water staat, kan dit verweking van de spoorbaan tot gevolg hebben.hevige regenval in Zuid-Limburg

Om de spoorbaan te herstellen zijn dan grootschalige herstelwerkzaamheden nodig, die in het ergste geval maanden kunnen duren. Daarnaast zijn technische installaties zoals relaiskasten gevoelig voor wateroverlast, omdat kortsluiting kan ontstaan. Ook onderdoorgangen zijn door hun verdiepte ligging vaak gevoelig voor wateroverlast. Wanneer spoortunnels of overwegen onder water komen te staan, raakt het treinverkeer gestremd; wanneer onderdoorgangen in de stations onder water komen te staan, kunnen perrons onbereikbaar worden.

Hitte

De tweede bedreiging is hitte. Dit zorgt voor uitzetting, zowel van de spoorstaven als van de kunstwerken zoals bruggen. Wanneer een beweegbare brug te veel uitzet, kan deze niet meer sluiten. Hitte kan ook storingen veroorzaken door oververhitting van installaties, zoals relaiskasten. Maar ook het materieel is gevoelig. Wanneer veel treinen tegelijk worden voorgekoeld op een opstelterrein, kan dit het elektriciteitsnet overspannen waardoor deze treinen niet weg kunnen rijden. Niet voorkoelen gaat ten koste van comfort van de reiziger.

Verder kan de droogte die op hitte volgt op twee manieren instabiliteit van de spoorbaan veroorzaken: door ongelijke verzakking en door verzwakken of afbrokkelen van de spoorbaan. Bij ongelijke verzakking verzakt de grond onder het spoor, maar niet overal in gelijke mate. Bij verzwakken of afbrokkelen van de spoorbaan wordt de spoorbaan zelf aangetast. Bij langdurige droogte wordt de kans op bos- en bermbranden groter; vonken die van remmende treinen af vliegen, verhogen die kans.

Storm en hevige windstoten

Storm en onweer kunnen treinverstoringen veroorzaken door bliksem. Een groot deel van het spoor is voorzien van bliksemgeleiders maar deze kunnen niet alle risico’s wegnemen. Wanneer een voorziening is getroffen tegen schade door bliksem, kan het enige tijd duren voordat het treinverkeer weer op gang komt omdat de veiligheids- en wisselsystemen moeten worden doorgemeten om beschadigde onderdelen te identificeren en te vervangen om nieuwe storingen te voorkomen.

Storm, wind, spoor, ProRail

Hevige windstoten kunnen ervoor zorgen dat bomen op het spoor vallen, met mogelijk beschadiging van de bovenleiding tot gevolg. Hevige windstoten kunnen impact hebben op de naleving van de treindienstregeling; treinen moeten dan langzamer rijden om de veiligheid van de reizigers te borgen.

Regionaal niveau

Droogte, storm en onweer en overstromen vormen vooral een bedreiging op regionaal niveau. De gevoeligheid voor verzakkingen door droogte is vooral aanwezig op bekende bodemdalingslocaties, zoals veengebieden. De gevoeligheid voor storm en onweer komt vooral in de kustregio en langs de Betuweroute voor, terwijl gevoeligheid voor overstromen het grootst is bij de grote rivieren en wateren.

De spoorlijnen in de Randstad zijn over het algemeen gevoelig voor een groter aantal negatieve effecten dan die in andere regio’s. Het traject Gouda-Woerden en de Haven van Rotterdam springen hierbij het meest in het oog. Een discussie over de noodzaak tot aanpassingen aan het spoor moet nog worden gevoerd.

Lees ook:

Auteur: Paul van den Bogaard

Paul van den Bogaard is redacteur van SpoorPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.

KiM: hitte en wateroverlast grootste bedreigingen door klimaatverandering voor het spoor | SpoorPro.nl
Winterweer, sneeuw, trein, NS, foto: ProRail

KiM: hitte en wateroverlast grootste bedreigingen door klimaatverandering voor het spoor

Door klimaatverandering neemt de kans op schade aan de infrastructuur toe. Bij het spoor vormen met name grote hitte en hevige neerslag een risico, storm, onweer, droogte en verzakkingen hebben minder grote gevolgen. Dat blijkt uit een studie van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM).

De onderzoekers van het KiM brengen hierin in kaart waar de Nederlandse hoofdinfrastructuur van onder meer spoorwegen gevoelig is voor schade door het klimaat en welke maatregelen mogelijk zijn om daarmee om te gaan. Het onderzoek wordt gedaan in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Voor het spoor blijkt niet één duidelijk grootste risico te bestaan. Grote delen van het spoor zijn gevoelig voor schade of beperkte functionaliteit door wateroverlast of hitte, vermeldt het rapport. Zoals het onder water lopen van tunnels of het niet kunnen sluiten van beweegbare bruggen door hitte-uitzetting.

Beheer en onderhoud

Opties voor maatregelen zijn volgens het KiM divers en verschillen per gebeurtenis en per type infrastructuur. Soms kan intensief en gepland beheer en onderhoud (B&O) grotere en dure herstelmaatregelen aan de infrastructuur voorkomen. Vaak gaat het volgens de onderzoekers echter om grootschalige, preventieve maatregelen op het gebied van vervanging en renovatie (V&R).

Naast het weer gaat ook het stijgen van de zeewaterspiegel de infrastructuur in de toekomst parten spelen. Technisch kennisinstituut Deltares ontwikkelde vier adaptatiestrategieën om hier mee om te gaan. Twee ervan richten zich op het beter beschermen van de huidige kust, één gaat uit van het zeewaarts bewegen met nieuwe eilanden en één strategie is gericht op meebewegen. Meebewegen bestaat uit het ophogen van gebieden (terpen), het drijvend maken van bebouwing en infrastructuur en het migreren van de bevolking naar hoger gelegen delen van het land. Bekijk hier het hele rapport.

De bevindingen van het KiM voor het spoor zijn gebaseerd op de stresstest van ProRail. Deze richt zich op gevoeligheden voor negatieve effecten in het jaar 2050. En heeft circa dertig verschillende gevoeligheden in kaart gebracht, verdeeld over vier klimaatthema’s: wateroverlast, droogte, hitte, overstromingen, aangevuld met het vijfde thema ‘storm & onweer’. Op basis van risico’s (combinatie van grote kans en groot gevolg of kleine kans en zeer groot gevolg) heeft ProRail twintig negatieve effecten geselecteerd.

Grondwater

Wateroverlast heeft twee mogelijke verschijningsvormen – buien en stijging van de grondwaterstand – die elk hun eigen negatieve effect hebben: buien kunnen leiden tot water op het spoor, in de stations- en spoortunnels en dergelijke, een hoge grondwaterstand kan zorgen voor het opdrijven van onderdoorgangen, zoals tunnels. Wateroverlast heeft daarnaast de meeste negatieve effecten. Wanneer het spoor langere tijd onder water staat, kan dit verweking van de spoorbaan tot gevolg hebben.hevige regenval in Zuid-Limburg

Om de spoorbaan te herstellen zijn dan grootschalige herstelwerkzaamheden nodig, die in het ergste geval maanden kunnen duren. Daarnaast zijn technische installaties zoals relaiskasten gevoelig voor wateroverlast, omdat kortsluiting kan ontstaan. Ook onderdoorgangen zijn door hun verdiepte ligging vaak gevoelig voor wateroverlast. Wanneer spoortunnels of overwegen onder water komen te staan, raakt het treinverkeer gestremd; wanneer onderdoorgangen in de stations onder water komen te staan, kunnen perrons onbereikbaar worden.

Hitte

De tweede bedreiging is hitte. Dit zorgt voor uitzetting, zowel van de spoorstaven als van de kunstwerken zoals bruggen. Wanneer een beweegbare brug te veel uitzet, kan deze niet meer sluiten. Hitte kan ook storingen veroorzaken door oververhitting van installaties, zoals relaiskasten. Maar ook het materieel is gevoelig. Wanneer veel treinen tegelijk worden voorgekoeld op een opstelterrein, kan dit het elektriciteitsnet overspannen waardoor deze treinen niet weg kunnen rijden. Niet voorkoelen gaat ten koste van comfort van de reiziger.

Verder kan de droogte die op hitte volgt op twee manieren instabiliteit van de spoorbaan veroorzaken: door ongelijke verzakking en door verzwakken of afbrokkelen van de spoorbaan. Bij ongelijke verzakking verzakt de grond onder het spoor, maar niet overal in gelijke mate. Bij verzwakken of afbrokkelen van de spoorbaan wordt de spoorbaan zelf aangetast. Bij langdurige droogte wordt de kans op bos- en bermbranden groter; vonken die van remmende treinen af vliegen, verhogen die kans.

Storm en hevige windstoten

Storm en onweer kunnen treinverstoringen veroorzaken door bliksem. Een groot deel van het spoor is voorzien van bliksemgeleiders maar deze kunnen niet alle risico’s wegnemen. Wanneer een voorziening is getroffen tegen schade door bliksem, kan het enige tijd duren voordat het treinverkeer weer op gang komt omdat de veiligheids- en wisselsystemen moeten worden doorgemeten om beschadigde onderdelen te identificeren en te vervangen om nieuwe storingen te voorkomen.

Storm, wind, spoor, ProRail

Hevige windstoten kunnen ervoor zorgen dat bomen op het spoor vallen, met mogelijk beschadiging van de bovenleiding tot gevolg. Hevige windstoten kunnen impact hebben op de naleving van de treindienstregeling; treinen moeten dan langzamer rijden om de veiligheid van de reizigers te borgen.

Regionaal niveau

Droogte, storm en onweer en overstromen vormen vooral een bedreiging op regionaal niveau. De gevoeligheid voor verzakkingen door droogte is vooral aanwezig op bekende bodemdalingslocaties, zoals veengebieden. De gevoeligheid voor storm en onweer komt vooral in de kustregio en langs de Betuweroute voor, terwijl gevoeligheid voor overstromen het grootst is bij de grote rivieren en wateren.

De spoorlijnen in de Randstad zijn over het algemeen gevoelig voor een groter aantal negatieve effecten dan die in andere regio’s. Het traject Gouda-Woerden en de Haven van Rotterdam springen hierbij het meest in het oog. Een discussie over de noodzaak tot aanpassingen aan het spoor moet nog worden gevoerd.

Lees ook:

Auteur: Paul van den Bogaard

Paul van den Bogaard is redacteur van SpoorPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.