Treinramp 2010 Buizingen, België

Proces treinramp Buizingen opnieuw uitgesteld

Het proces in beroep van de Belgische spoorbeheerder Infrabel over de treinramp in Buizingen wordt opnieuw met enkele maanden uitgesteld. In plaats van eind september, wordt het beroep nu behandeld op 17, 18 en 19 november. De Belgische infrabeheerder werd deels verantwoordelijk gehouden voor de ramp en kreeg daarom een geldboete opgelegd. Oorspronkelijk zou het proces in mei moeten plaatsvinden.

Volgens persbureau Belga wordt het proces uitgesteld als gevolg van de coronapandemie. De voor het proces gekozen zittingszaal zou te klein zijn voor de te verwachten toeloop bij zo’n groot proces. Het respecteren van de coronamaatregelen zou hierbij niet mogelijk zijn.

Negentien slachtoffers

Bij het ongeval, dat plaatsvond op 15 februari 2010, kwamen negentien mensen om het leven en raakten 310 mensen gewond. Vlakbij het station van Buizingen botste P-trein CR E3678 van Leuven naar ‘s Gravenbrakel om 8.28 uur bijna frontaal tegen de IC-trein E1707 van Quiévrain naar Luik-Guillemins.

De rechter veroordeelde spoorvervoerder NMBS tot een boete van 550.000 euro en Infrabel tot een boete van 275.000 euro. Het ongeval werd veroorzaakt door een machinist die, volgens de rechter, een rood sein negeerde. NMBS en Infrabel worden medeverantwoordelijk gehouden omdat ze voldoende veiligheidsmaatregelen hadden moeten nemen.

Onuitvoerbaar

Infrabel ging in december vorig jaar in hoger beroep tegen de uitspraak van de rechter omdat er volgens de spoorbeheerder eisen in het vonnis staan, die het uitvoeren van zijn taak bijna onmogelijk maken. Zo zou het aantal treinen op een van de belangrijkste trajecten in België meer dan gehalveerd moeten worden om aan de eisen van de rechter te voldoen.

In haar vonnis verklaarde de rechtbank dat de beslissing om de treinen te kruisen rampzalig bleek: doel van deze beslissing was de vertraging van 10 minuten van trein E1707 in te halen. De keuze om de doorstroming boven de veiligheid te stellen is volgens de rechter onaanvaardbaar. “Infrabel had de betreffende wissels in beschermingsstand moeten plaatsen om te anticiperen op een eventuele en mogelijke menselijke fout.”

Beschermingsstand

Volgens Infrabel zou het naleven van dit vonnis betekenen dat de wissels op 80 procent van het spoornet
in de beschermingsstand gezet moeten worden. Daarnaast wijst de spoorbeheerder op fouten in de informatievoorziening aan de rechter over de bevoegdheden van Infrabel en het noodremsysteem TBL1+. Zo stelde de rechtbank vast dat het TBL1+ -baken vlakbij het sein HE.1 geen automatische remming mogelijk maakte, maar wel GSM-radiocontact met de machinist.

In het vonnis valt te lezen dat de NMBS heeft nagelaten om TBL1+ in al haar rollend materieel te installeren en hier door Infrabel nooit op is aangesproken. Deze bewering klopt volgens Infrabel niet: het TBL1+ -baken maakte het wel degelijk mogelijk de trein met een noodstop tot stilstand te brengen. Verder laat de rechtbank in haar redenering doorschemeren dat Infrabel bevoegd zou zijn om de uitrusting van elke trein op het spoornet te controleren, maar Infrabel heeft die bevoegdheid naar eigen zeggen niet.

Lees ook:

U las zojuist één van uw gratis premium artikelen

Onbeperkt lezen? Stap nu in en profiteer van de introductieaanbieding.

Bekijk de introductieaanbieding

Auteur: Paul van den Bogaard

Paul van den Bogaard is redacteur van SpoorPro.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.