Een trein van Thalys en NS op station Rotterdam Centraal

‘Koppel steunmaatregelen aan internationaal reizigersverkeer per trein’

Overheden zouden herstelfondsen en steunpakketten voor bedrijven in de transportsector moeten koppelen aan de Europese Green Deal. Dat vindt de Raad voor de Leefomgeving en Infrastructuur (Rli). “Een vergroening van de transportsector kan de impuls zijn om de wissel te verzetten naar een betere internationale treinbereikbaarheid.”

De raad constateert in het vandaag verschenen rapport ‘Verzet de wissel’ dat er in de afgelopen eeuw weliswaar veel is geïnvesteerd in de aanleg van Europese railinfrastructuur, maar dat het reizigersverkeer per spoor minder sterk groeide dan het auto- en vliegverkeer. “Dit valt te betreuren, want reizen per trein is vergeleken met andere vervoerswijzen veiliger en beter voor milieu en klimaat.”

Verduurzamen

Overheden maken honderden miljarden vrij voor herstelfondsen en economische steunpakketten om de gevolgen van de coronacrisis te beperken en tegelijkertijd de economie te verduurzamen. Een deel daarvan zal ook worden gebruikt om de transportsector te verduurzamen. In een brief aan de Europese Commissie bepleit de raad samen met vier Europese adviesraden om overheidssteun aan bedrijven in de transportsector te koppelen aan de doelen van de Europese Green Deal. Ook in Nederland is een dergelijke koppeling wenselijk vindt de Rli. Een vergroening van de transportsector kan de impuls zijn om de wissel te verzetten naar een betere internationale treinbereikbaarheid.

Knelpunten

Om er achter te komen waarom de groei van het aantal internationale treinreizigers achterblijft, onderzocht de Raad welke knelpunten er zijn op het internationale spoor – niet alleen vanuit het gezichtspunt van de spoorsector, maar vooral vanuit het gezichtspunt van de internationale treinreiziger.

Uit de analyse blijkt dat er voor deze treinreiziger weliswaar een uitgebreid internationaal spoornetwerk beschikbaar is, maar dat die reiziger in de praktijk nog de nodige beperkingen ervaart die een keuze voor een internationale treinreis in de weg staan.

Om de complexiteit van de internationale spoorwereld te doorgronden heeft de raad de bestaande knelpunten binnen het spoorsysteem uiteengelegd in vier lagen: de mobiliteitsdiensten (vervoersplanners, apps en dergelijke), de vervoersdiensten (spoorwegmaatschappijen en hun materieel), de verkeersdiensten (capaciteitsmanagement en veiligheidssystemen) en de infrastructuur.

Beter benutten

In plaats van de aanleg van nieuwe railinfrastructuur is er volgens de raad al veel te winnen met maatregelen waarmee de bestaande railinfrastructuur intensiever, efficiënter en door meer internationale reizigers kan worden benut. “Uiteindelijk zullen er óók aanpassingen aan de railinfrastructuur zelf nodig zijn, maar dan wel als onderdeel van een samenhangende aanpak met de genoemde diensten.”

Zoals in ieder ander onderzoek over internationaal treinverkeer, komen nu ook de gebrekkige informatievoorziening, ticketverkoop en passagiersrechten naar voren als knelpunten. “De internationale treinreiziger is gebaat bij een betere informatievoorziening, zoals apps die het reisaanbod van alle vervoerders laten zien.

Daarnaast heeft de reiziger behoefte aan een betere vindbaarheid en boekbaarheid van internationale treintickets.” Die treintickets zouden volgens de raad bovendien eerder beschikbaar moeten zijn dan nu gebruikelijk is (vaak pas drie maanden tevoren). Ook op het gebied van de passagiersrechten zijn verbeteringen nodig, bijvoorbeeld bij een gemiste aansluiting.

Aantrekkelijk product

Om nieuwe internationale vervoersdiensten te stimuleren adviseert de raad de rijksoverheid om actief op zoek te gaan naar vervoerders die grensoverschrijdende verbindingen willen verzorgen. Verder is het volgens de raad essentieel om van de internationale trein een aantrekkelijk product te maken dat beter met andere modaliteiten kan concurreren.

Hiervoor moet worden ingezet op comfortabele, snelle, directe verbindingen tussen de belangrijkste internationale metropolen, tegen een eerlijke en concurrerende prijs.

Bij het vasthouden aan de huidige uitgangspunten voor het managen van de spoorcapaciteit wordt het al snel lastig om meer ruimte te bieden aan de internationale trein. De raad denkt echter dat er wel degelijk ruimte gevonden kan worden bij een intelligenter gebruik van de bestaande capaciteit. Zo is er binnen het basisuurpatroon, dat op het spoor wordt gehanteerd, ruimte om op alle internationale trajecten in Nederland de treinfrequentie te verhogen. Ook zal de invoering van informatietechnologie helpen om het spoor intensiever te benutten.

Oostelijke corridor

Op de langere termijn zijn ook aanpassingen aan de infrastructuur van het spoor nodig. De raad bepleit dat de overheid gaat investeren in één oostelijke corridor. De raad denkt hierbij aan aanpassingen van bestaand spoor die het mogelijk maken om snel 160 tot 200 km/uur te rijden. Het ontvlechten van regionaal, nationaal en internationaal spoorvervoer kan helpen om de internationale treinbereikbaarheid van Nederland te verbeteren. Hierbij is ook aandacht nodig voor de capaciteit van de stations.

De adviesraad schrijft in het rapport zich te realiseren dat een verdergaande groei van het internationale reizigers- verkeer een toenemend beslag legt op de beschikbare spoorcapaciteit. “Die capaciteit is er, maar niet oneindig. Er kan een punt komen waarop keuzes moeten worden gemaakt met betrekking tot het verdelen van capaciteit tussen personen- of goederenvervoer en/of nationaal of internationaal vervoer. Dit vergt een politieke afweging, die niet uit de weg moet worden gegaan.” Maar op dit moment worden de belangen van de internationale treinreiger onvoldoende meegewogen, vindt de raad.

Auteur: Paul van den Bogaard

Paul van den Bogaard is redacteur van SpoorPro.

1 reactie op “‘Koppel steunmaatregelen aan internationaal reizigersverkeer per trein’”

Eric Struch|06.07.20|11:21

Op papier mag het aanbod van internationaal treinvervoer nog zo mooi zijn, als in de praktijk om de haverklap wel ergens op dat (meestal) lange traject de infra buiten de dienst is voor werkzaamheden, kan dat product nooit concurrerend worden.

De balans tussen de belangen van vervoer en infrabeheer is de afgelopen decennia steeds meer doorgeslagen naar de laatste. Dat wreekt zich vooral op de lange afstanden en met name in het internationaal reizigersvervoer.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.