Duurzame dwarsligger, foto: ProRail

Beheersplan ProRail 2020-2021 in teken van groei en duurzaamheid

Spoorbeheerder ProRail gaat zich de komende drie jaar vooral richten op het anticiperen op de verwachte groei van reizigers- en goederenvervoer over het spoor en verduurzaming. Dat valt te lezen in het Beheerplan ProRail voor 2020-2021. Voorheen besloeg dit plan een periode van een jaar, maar omdat ProRail straks als semi-overheidsinstelling (ZBO) met een meerjarenplanning moet gaan werken, worden dit er twee.

De beleidsprioriteiten in het plan zijn opgelegd door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat vanuit zijn rol als concessieverlener. Prioriteit nummer één is het inspelen op toekomstige ontwikkelingen op het spoor. Het gaat daarbij vooral om de verwachte groei tot 2040 van het aantal reizigers- en tonkilometers per spoor. Zo werkt ProRail in het plan ‘Toekomstbeeld OV’ samen met vervoerders, decentrale overheden en IenW aan frequentieverhogingen en de inzet van nieuw en langer materieel. Zo moet onder meer duidelijk worden welke aanpassingen aan het spoor en stations hiervoor noodzakelijk zijn.

TWAS

Via het plan Toekomstgericht Werken Aan het Spoor (TWAS) zoekt ProRail naar een goede balans tussen beschikbaarheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid. Door verder vooruit te kijken moet de planning betrouwbaarder en stabieler worden. Ook vraagt het intensievere gebruik van de infrastructuur en de ouder wordende onderdelen daarvan om een andere manier van infrastructuurbeheer: waar nu wordt uitgegaan van één-op-één vervanging van componenten, wordt in de toekomst de toekomstige vervoersvraag meegenomen.

Voor de groei van het goederenvervoer is het Maatregelenpakket Spoorgoederenvervoer in het leven geroepen. De ambitie van dit maatregelenpakket is een groei van het spoorgoederenvervoer van 42 miljoen ton in 2016 naar 54 tot 61 miljoen ton in 2030 te laten groeien. Als onderdel van dit plan is afgelopen zomer een tijdelijke subsidieregeling voor de verlaging van de gebruiksvergoeding tot stand gekomen. Tegenover deze kostenverlaging moeten de vervoerders een actief bijdragen aan het verminderen van omgevingseffecten (geluid, trillingen en externe veiligheid).

Havenspoorlijn

Verder zegt ProRail prioriteit te geven aan het oplossen van knelpunten op infrastructuur op de Havenspoorlijn en het emplacement Waalhaven. Begin volgend jaar wordt de Tweede Kamer hierover verder geïnformeerd. Verder heeft ProRail stappen gezet om in 2020 een aantal treinen van 740 meter te kunnen laten rijden, een belangrijkste TEN-T-vereiste.

IenW en ProRail hebben het doel om het vervoer per spoor één van de meest duurzame vormen van gemotoriseerd vervoer te laten blijven en het gebruik te laten toenemen. Zo zet ProRail zich in om meer internationale treinen mogelijk te maken, om daarmee een klimaatvriendelijk alternatief voor Europese vluchten te bieden. In dat kader verricht ProRail in samenwerking met andere spelers uit de spoorsector onderzoek naar de knelpunten bij grensoverschrijdende verbindingen.

Duurzame energie

ProRail zet de komende twee jaar ook verder in op het opwekken van duurzame energie. In 2020 wordt naar verwachting 2 gigawattuur aan energie duurzaam opgewekt; een verdubbeling ten opzichte van 2018. Door de inzet van zonnepanelen moet de hoeveelheid duurzaam opgewekte energie de komende jaren stijgen naar 20 gigawattuur per jaar. Verder wordt er met marktpartijen in een proeftuin onderzocht hoe nieuwe typen dwarsliggers presteren op het gebied van CO2-uitstoot, geluid en trillingen. Daarnaast is hergebruik en recycling van ballast, spoorstaven, wissels en dwarsliggers de komend jaren een speerpunt.

U las zojuist één van uw gratis premium artikelen

Uw abonnement helpt onze journalisten bij het zoeken naar de waarheid in de spoorsector.

Onbeperkt lezen? Stap nu in en profiteer van de introductieaanbieding ‘eerste maand gratis.

start 1 maand gratis proefabonnement

Auteur: Paul van den Bogaard

Paul van den Bogaard is redacteur van SpoorPro.

1 reactie op “Beheersplan ProRail 2020-2021 in teken van groei en duurzaamheid”

John rdam|24.12.19|02:17

Het grootste knelpunt bij grensoverschrijdende verbindingen zijn de vervoerders. Zij kijken uitsluitend naar de opbrengsten. Nationaal gezien moet NS de minder renderende treindiensten financieren uit de lucratieve intercity’s. Maar grensoverschrijdend geldt het maatschappelijk belang niet, dan gaat het alleen om geld verdienen. En worden de inspanningen vooral gericht op het buiten de deur houden van concurrenten die al gauw efficiënter opereren dan monopolist NS Internationaal.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.