Rangeerterrein langs de Piet Heinkade met de buiten dienst gestelde Fyra treinen, foto: Hollandse Hoogte

‘ILT doorgeschoten in toezicht na Fyra-enquête’

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) is na de Fyra-enquête te ver doorgeschoten in het volgen van regelgeving en procedures en het uitvoeren van toezicht. Dat hebben betrokkenen verklaard in een onderzoek naar de toezichthouder. Een andere groep ondervraagden is van mening dat de aanpak van de ILT juist bijdraagt aan de instandhouding van een veilig spoorsysteem in Nederland.

KWINK Groep evalueerde in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat de doeltreffendheid en de doelmatigheid van de ILT. Het onderzoeksbureau voerde daarbij onder meer gesprekken met vertegenwoordigers van brancheverenigingen, onder toezicht staande organisaties, samenwerkingspartners, de betrokken directie op het ministerie van IenW en de ILT.

Kantelpunt in werkwijze

Een belangrijk kantelpunt in de wijze van vergunningverlening en toelating van spoorvoertuigen door de ILT is het incident met de Fyra-hogesnelheidstreinen in 2013 en het daarop volgende onderzoek van de parlementaire enquêtecommissie. Op 15 januari 2013 viel een afdekrooster van de onderkant van een Fyra-trein van de Italiaanse bouwer AnsaldoBreda. De trein reed op dat moment via de HSL-Zuid van Brussel naar Amsterdam. Twee dagen later bleek ook een andere Fyra-trein flink beschadigd. NS haalde de treinen daarop van het spoor.

De Fyra is volgens de betrokken partijen het meest duidelijke kantelpunt in het functioneren van de ILT. Volgens sommigen is de ILT na de Fyra-enquête doorgeschoten. De ILT is actiever geworden en stelt meer vragen, terwijl de Europese regelgeving juist uitgaat van vertrouwen in de keuringen die worden verricht door keuringsinstanties. Ze doen volgens sommige betrokkenen het werk van de keuringsinstantie over en zouden te diep in de techniek zijn gedoken.

Andere betrokkenen benadrukken dat het juist goed is dat de ILT er zo bovenop zit. Nederland heeft volgens diverse gesprekspartners een veilig spoorsysteem waar incidenten zeldzaam zijn. Dit is volgens hen het gevolg van een goede veiligheidscultuur.

Oordeel commissie

In het Fyra-rapport concludeerde de enquêtecommissie destijds vast dat de ILT alleen op papier toetste. De commissie stelde vast dat de ILT “blindelings op de keuringsinstantie Lloyd’s” vertrouwde die zelf ook niet alle treinen inspecteert. “Dat Lloyd’s door AnsaldoBreda wordt betaald, maakt de keuringen extra kwetsbaar”, aldus de commissie. Volgens de commissie zijn de activiteiten van de keuringsinstantie en van de ILT te veel gericht op toetsing van processen en te weinig op keuring van de treinen zelf. De commissie oordeelde dat de ILT haar rol te beperkt invulde.

In reactie op de aanbevelingen van de parlementaire enquêtecommissie past de ILT paste het vergunningverleningsproces voor spoorvoertuigen aan. Daarnaast wordt er sindsdien meer inhoudelijk en breder getoetst bij de behandeling van sommige aanvragen. Deze aanbevelingen werden voor het eerst in de praktijk gebracht bij de toelating van de nieuwe FLIRT-treinstellen voor NS, Abellio en Arriva op het hoofdspoor tussen 2016 en 2017.  Daarbij paste de ILT de volgende ‘lessons learned’ toe: auditing vanaf het fabricageproces, verscherpte controle op keuringsinstanties, reality checks en scherpere beoordeling van (technische) dossiers als onderdeel van de vergunningverlenende audit.

(Tekst loopt verder onder afbeelding)V250, Fyra, AnsaldoBredaDe V250-treinen van AnsaldoBreda.

Technische dossiers

De ILT kijkt intensiever nu naar de inhoud van de technische dossiers en betrokkenen worden met regelmaat bevraagd over de inhoud en voortgang. Daarmee wil de toezichthouder het afgeven van ontheffingen en vergunningen beter onderbouwen. Sommige betrokkenen vragen zich af wat dit toevoegt aan veiligheid en of de toezichthouder daarmee niet te veel op de stoel van de keuringsinstantie is gaan zitten. De ILT geeft daarop aan dat ze naar aanleiding van de aanbevelingen uit de Fyra-enquête meer en dieper is gaan kijken. Volgens de Inspectie heeft de scherpere houding van de ILT er juist toe geleid dat keuringen werden verbeterd.

Tegelijkertijd wil ILT bekijken of er een meer selectieve manier van beoordelen moet komen die past bij de omvang van het risico. Bijvoorbeeld door niet alle achterliggende documenten uit de audit te bestuderen, maar een selectie daarvan.

Aanscherping na Fyra-debacle

Enkele gesprekspartners geven aan dat ze de aanscherping die heeft plaatsgevonden na het Fyra-debacle bij de toelating als positief hebben ervaren. ILT is onderliggende dossiers gaan beoordelen. Inspecteurs vragen meer door in de audits. Ze bezoeken ook de treinen (in plaats van alleen een administratief te toetsen). Door dit te gaan doen in lopende processen heeft dat wel tot wat wrevel geleid bij de sector, want het kostte meer tijd, meer interactie en meer rondes. Er dichter bovenop zitten leidt er volgens deze partijen wel toe dat er minder kans is dat onderwerpen tussen wal en schip belanden.

Wel geven partijen aan dat het van belang is te constateren dat deze ontwikkeling eigenlijk haaks staat op het Europese proces, waarbij meer wordt uitgegaan van de verantwoordelijkheid van de aanvrager die gebruikmaakt  van de keuringsinstanties.

Aanbevelingen

De onderzoekers concluderen dat er verbeteringen in de verantwoording nodig zijn. Het zicht op het functioneren van de ILT is beperkt doordat niet systematisch informatie wordt verzameld over de relatie tussen productieaantallen (aantallen inspecties), nalevingspercentages en effecten in de maatschappij.

Daarnaast stellen zij vast dat de huidige governance niet optimaal bijdraagt “aan de doeltreffendheid en doelmatigheid van de ILT”. Zowel de samenwerking met het ministerie van IenW als de borging van de onafhankelijkheid verdient volgens de onderzoekers aandacht. “We constateren dat de huidige regels in de praktijk niet goed werken.”

Informatievoorziening

Een andere aanbevelingen in het rapport is dat ILT de informatievoorziening richting de sector en de onder toezicht staande bedrijven dient te verbeteren. Dat kan in de eerste plaats door transparanter te zijn over de interpretatie van (Europese) wet- en regelgeving, zodat organisaties vooraf meer duidelijkheid krijgen over de wijze waarop ze aan de regels kunnen voldoen.

Ten tweede is het voor gesprekspartners geregeld niet duidelijk wat de voortgang van processen bij de ILT is, bijvoorbeeld nadat een verzoek om toestemming tot wijziging is ingediend of een vraag is gesteld. De communicatie op dat punt kan worden verbeterd. Ten derde kan de ILT de (online en offline) toegankelijkheid vergroten door ervoor te zorgen dat partijen sneller en laagdrempeliger op de juiste plek terechtkomen.

Lees ook:

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van SpoorPro en algemeen hoofdredacteur van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.