‘Nog geen eenduidigheid in berekening Europese spoortarieven’

Europese infrastructuurbeheerders hebben met de vaststelling van de spoortarieven voor 2018 een Europese richtlijn geïmplementeerd. Maar als de parameters voor het gebruik van het spoor van diverse landen worden vergeleken, dan lijkt er nog weinig eenduidigheid te zijn. Dat stelt onderzoeker Stefan Marschnig van de Technische Universiteit Graz die uitgebreid onderzoek deed naar de spoortarieven in Europa. Marschnig is op 4 en 5 april dagvoorzitter van de de Track Access Charges Summit 2018 in Amsterdam.

Wat is de aanleiding voor het congres?

“Het raamwerk voor de Europese regels over de spoortarieven is veranderd met de publicatie van de richtlijn 34/2012. Het is voor het eerst dat de directe kosten van het gebruik van het spoor in detail werden beschreven. Deze richtlijn beschrijft technische parameters zoals snelheid, aslast en spoor radius voor die worden gebruikt om de tarieven te berekenen.”

Waar staan we nu met de spoortarieven?

“Europese infrastructuurmananagers hebben met een nieuwe overzicht voor spoortarieven in 2018 opvolging gegeven aan de eisen van de richtlijn 34/2012 en het implementatievoorschrift 2015/909. Maar als de waarden die in diverse landen zijn toegepast worden vergeleken, dan lijkt er nog weinig eenduidigheid te zijn.

De Europese regelgeving staat het toe dat een een mark-up bovenop gebruiksafhankelijke kosten is toegestaan die ‘de markt kan verdragen’. Maar deze mark-ups zijn alles behalve geharmoniseerd. Kijkend naar de marktsegmenten die door de verschillende infrastructuurbeheerders zijn geïdentificeerd, blijkt dat het nieuwe wettelijke kader niet heeft geholpen om meer uniforme heffingen in de EU tot stand te brengen.”

Welke hobbels moeten nog worden genomen voor een goede implementatie?

“In Oostenrijk hebben de veranderingen in de berekening van de spoortarieven geleid tot een klacht van een spoorvervoerder. De rechtbank heeft een uitspraak van de marktautoriteit nietig verklaard, waarin de autoriteit oordeelde dat de spoortarieven voldoen aan Europese regelgeving. Dit soort uitspraken helpt niet in een cruciale periode voor de aanpassing van de tarieven.”

Hoe kan dit worden opgelost?

“Het is een flinke verbetering dat de directe kosten en de mark-ups in de schema’s voor de spoortarieven van elkaar zijn gescheiden. De nieuwe mogelijkheden tot modulatie die mogelijk worden gemaakt door het implementatievoorschrift, vormen een een wettelijke basis voor realistische en systeemconforme directe kosten.

Dit is bijvoorbeeld al in Zwitserland geïmplementeerd, waar vanwege het intensieve gebruik van het spoor de kosten van spooronderhoud flink is toegenomen. SBB heeft in samenwerking met TU Graz en het Bundesamt für Verkehr een nieuw model ontwikkeld om de gebruikersvergoeding te berekenen.

Het is nodig dat de lidstaten bewust worden gemaakt van de noodzaak om de mate van slijtage die een voertuig aan het spoor veroorzaakt te verwerken om financiële marges te creëren voor innovaties van voertuigen.”

Waarom zouden spoorprofessionals deel moeten nemen aan de Track Access Charges Summit 2018?

“De afgelopen drie edities Track Access Charges Summit werd er veel informatie uitgewisseld door de deelnemers en vond volop discussie plaats. De conferentie hielp om het bewustzijn van de deelnemers te laten toenemen over het belang van duidelijke spoortarieven. De financiële geldstromen tussen de spoorvervoerders en spoorbeheerder is een belangrijk element om technische duurzaamheid en lage systeemkosten te realiseren.”

Lees ook:

The Track Access Charges Summit 2018 vindt op 4 en 5 april plaats in Amsterdam. Bekijk voor meer informatie de conferentiewebsite: https://www.railtech.com/track-access-charges-summit-2018/Banner Track Access Charges Summit 2018

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van SpoorPro en adjunct-hoofdredacteur van de vakwebsites van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.