voorzitter Erno Chevallier van Holland Rail Industry

‘Nieuwe rol voor opdrachtnemers en opdrachtgevers in spoorbranche 2.0’

Om het spoorsysteem de komende decennia te kunnen doorontwikkelen om aan de toenemende vraag naar mobiliteit te kunnen voldoen, dienen zowel opdrachtnemers als opdrachtgevers een nieuwe rol te krijgen. Dit kan worden vastgelegd in het nieuwe concept spoorbranche 2.0. Dat schrijft voorzitter Erno Chevallier van Holland Rail Industry in zijn nieuwjaarscolumn voor SpoorPro.



COLUMN – De vooruitzichten zijn positief. De economische groei zet volgend jaar door en er is sprake van hoogconjunctuur. De werkloosheid is gezakt onder de vierhonderdduizend en zit daarmee op het laagste punt in acht jaar. We merken het allemaal door de toenemende vraag naar mobiliteit. Door meer reizigers en goederenvervoer wordt het steeds drukker op de wegen en het spoor. Mobiliteit is niet alleen gevolg van een goed draaiende economie maar tegelijkertijd ook aanjager ervan. Juist door mobiliteit is onze economie sterker. Dit betekent dat we ervoor moeten blijven zorgen dat alle transportmodaliteiten voortdurend verder worden ontwikkeld om in de pas te blijven met de vraag van vandaag en morgen.

Ontwikkeling spoorsysteem

Als Holland Rail Industry zijn wij natuurlijk vooral pleitbezorger voor de verdere ontwikkeling van ons spoorsysteem. Zo hebben wij het belang aangegeven om snel duidelijkheid en vooral zekerheid te scheppen in de ontwikkeling van ERTMS. ERTMS kan bijdragen aan capaciteitsverhoging. Maar alleen met ‘slimme systemen’ die een hogere benutting van de infrastructuur mogelijk maken zijn wij er niet om aan de toenemende vraag tegemoet te komen. Een hogere benutting betekent immers ook een grotere kwetsbaarheid.

Als we van zes treinen per uur naar twaalf treinen per uur gaan worden er bij een verstoring dubbel zoveel treinen en dus reizigers getroffen. En door het intensievere gebruik zal ook de onderhoudsvraag toenemen. Tegelijkertijd is er de laatste jaren juist druk ontstaan om de tijd voor onderhoud en inspecties te beperken. Dit is mogelijk geworden door robuustere systemen maar ook door monitoring en de toenemende kennis bij onderhoudsaannemers en producenten van componenten en systemen, waardoor de onderhoudsbehoefte is verminderd, beter planbaar is geworden en storingen voorspeld kunnen worden.

Sociale grenzen

Toch lopen we hierbij tegen fysieke en ook sociale grenzen aan. Zo kunnen onderhouds- en werktreinen steeds lastiger op tijd op hun bestemming komen (en soms zelfs helemaal niet) door de grote drukte op het spoor en de terecht toegenomen veiligheidseisen. De steeds kortere onderhoudsvensters worden vooral in nachten en weekenden gepland waarvoor het steeds lastiger wordt om nog goede en gemotiveerde medewerkers te vinden.

Dit jaar heeft Holland Rail Industry gepleit voor een ‘Deltaplan’ voor het spoor dat ervoor moet zorgen dat er naast capaciteitsverhoging van het bestaande spoor door slimmere systemen ook fysieke uitbreiding van het spoor komt. Hiermee wordt bereikt dat de kwetsbaarheid van het spoorsysteem afneemt maar dat er ook capaciteit wordt gecreëerd om onderhoud en instandhouding deels op andere, meer reguliere tijden uit te kunnen voeren. Hiermee worden ook instandhoudingskosten bespaard omdat arbeidskosten dalen.

Hervorming spoorbranche

Daarbij worden ook de machines en transportmiddelen die voor de instandhouding en onderhoud worden gebruikt beter benut. Door de beperkte inzetmogelijkheden door de week en de ongunstige verdeling over het jaar (de vernieuwingswerken spelen zich vooral in een beperkt aantal pieken per jaar af) is de bezettingsgraad van deze middelen dramatisch laag. En de kosten zijn dus navenant hoog.

Om al deze uitdagingen voortvarend op te kunnen pakken zal de branche, opdrachtnemers én opdrachtgevers, ook naar zichzelf moeten kijken en zich ingrijpend moeten hervormen. Enige tijd geleden heeft Hennis de Ridder (tot 2012 Hoogleraar Integraal Ontwerpen aan de Technische Universiteit Delft) voor de leden van Holland Rail Industry een inspirerende inleiding gehouden.

Zijn betoog was dat de bouw in vergelijking met andere industrieën te weinig vernieuwend is. Als we naar het spoor kijken is deze situatie zeker van toepassing. De keten van vragers en aanbieders is traditioneel sterk top-down. Dit veroorzaakt veel afstemmingsverlies, veel faalkosten en levert weinig rendement op. En wat ook belangrijk is, de opdrachtgever krijgt maar beperkt wat hij nodig heeft. Het totale potentieel aan creativiteit, inventiviteit en originaliteit wat marktpartijen zouden kunnen bieden, wordt maar beperkt benut.

Rollen omdraaien

Om aan de vragen van de komende decennia te kunnen voldoen zullen we rollen om moeten draaien. De aanbieders zullen meer dan voorheen vooral bottom-up hun producten en diensten moeten ontwikkelen en moeten aanbieden aan de opdrachtgevers. De producenten en aannemers weten veel meer over het assortiment en het potentieel van hun producten en diensten dan de vragers.

Kortom de aanbieders maken en ontwerpen vooral hun eigen aanbod met de kennis van de behoeftes van de opdrachtgevers. Dit betekent dat zowel opdrachtnemers als opdrachtgevers een nieuwe rol krijgen en dat de ketensamenwerking gebaseerd op het nieuwe concept gevormd moet worden. Als dit lukt dan hebben we de spoorbranche 2.0 (of mogelijk wel 3.0) ontwikkeld waarmee ook internationaal een stevige boodschap wordt neergezet. Door ketensamenwerking (opdrachtgevers én opdrachtnemers) heeft Nederland vanaf dat moment het op één na punctueelste netwerk maar onbetwist het meest voordelige. Value for money.

Erno Chevallier, voorzitter Holland Rail Industry

Auteur: Marieke van Gompel

Marieke van Gompel is redacteur van SpoorPro en adjunct-hoofdredacteur van de vakwebsites van ProMedia Group.

Reageer ook

Nog maximaal tekens

Log in via een van de volgende social media partners om je reactie achter te laten.